Alles over de cao middelbaar beroepsonderwijs

De AOb sluit samen met de andere onderwijsbonden en de werkgeversorganisatie MBO-raad de cao af. In het cao-overleg is de AOb de grootste bond.

De cao-onderhandelaars in het mbo werden het op 28 mei 2020 eens over een nieuwe cao. In juni 2020 stemden de achterbannen in met het akkoord. Daarin staan vooral afspraken over een loonsverhoging. AOb-bestuurder Tamar van Gelder: “Dit was voor nu het maximaal haalbare, we wilden dat het geld naar de werkvloer gaat, juist in deze corona-tijden. Mbo-instellingen hebben op dit moment geen tijd en ruimte om grote veranderingen door te voeren.”

Looptijd

De cao geldt vanaf 1 juli 2020 tot 15 mei 2021.

Hoofdpunten cao mbo 2020-2021

  • Al het mbo-personeel krijgt een loonsverhoging van 3,35 procent
  • In juli 2020 krijgen alle mbo-medewerkers een eenmalige uitkering van 825 euro bruto. Parttimers krijgen het bedrag naar rato. De verhoging werkt door in de pensioenopbouw
  • Een werkgroep gaat zich buigen over de carrièreperspectieven voor met name mbo-docenten. Eén maand voordat de cao afloopt moet de werkgroep met een voorstel komen
  • Het functiewaarderingssysteem, waarin alle functies in het mbo zijn beschreven, wordt vernieuwd
  • De onderhandelaars praten verder over een onderzoek naar de wendbaarheid van werknemers in het mbo. Het is in het mbo van belang om snel in te spelen op veranderingen in het beroepenveld waar de sector voor opleidt
  • AOb-bestuurder Tamar van Gelder gaf eerder uitleg over alle afspraken in dit nieuwsbericht
  • Download het onderhandelaarsakkoord hieronder. Aan het cao-boekje wordt gewerkt

Meepraten over de cao

AOb-leden praten mee over de cao. Dit kan via de sectorraad middelbaar beroepsonderwijs. Samen met de sectorraad bepalen de AOb-onderhandelaars de inzet voor het cao-overleg. Zodra er een onderhandelaarsakkoord ligt, wordt deze via regionale bijeenkomsten en een digitale peiling voorgelegd aan de AOb-leden. Deze peiling is een advies aan de sectorraad. De raad beoordeelt dit en neemt dan een definitief besluit.


Wil je actief meepraten? Geef je op voor de sectorraad via AOb-hoofdbestuurder mbo Jetske van Woerden. Mail: jvwoerden@aob.nl

 

Meest gestelde vragen

  • Hoe zit het met de normjaartaak in het mbo?

    De normjaartaak bedraagt 1659 uur.

    De werknemer die direct betrokken is bij het primaire proces en die benoemd is in een functie met carrièrepatroon 9 of hoger, heeft bij een normbetrekking een werkweek van 40 uur.

    De werknemer kan op 200 dagen per jaar worden ingezet voor het verrichten van werkzaamheden. In overleg tussen werkgever en werknemer kan hiervan worden afgeweken. Onder werkzaamheden in de eerste volzin worden niet bedoeld werkzaamheden die de werknemer verricht in het kader van de 59 uren voor scholing en professionalisering.

    Conform artikel 3.3 lid 1 is de inzet bij een volledige baan als volgt:
    Voor de werknemer die deel uitmaakt van een onderwijsteam (direct betrokken bij het primair proces en benoemd in een functie met carrièrepatroon 7 of hoger) geldt een inzetbaarheidskader. Dit inzetbaarheidskader houdt bij een normbetrekking in dat de normjaartaak van 1659 uur als volgt is:

    1200 uur voor die werkzaamheden die verband houden met de uitvoering van het onderwijs en de direct daaruit voortkomende werkzaamheden

    459 uur voor die werkzaamheden die verband houden met de organisatie en ontwikkeling van het onderwijs, waaronder professionalisering, overleg, afstemming en coördinatie.

    Wat valt er onder de 1200 uur?
    Ingeroosterde groepsgebonden contactactiviteiten ten behoeve van de realisatie van de begeleide onderwijstijd (groepslessen) en de daarbij behorende voorbereiding en nazorg, stagebegeleiding (bpv), studieloopbaanbegeleiding, mentoraat, het afnemen van toetsen en examens. Deze opsomming is niet limitatief.

    De 459 uren worden binnen de jaartaak o.a. besteed aan: individuele deskundigheidsbevordering (59 uur), teamontwikkeling (107 uur per fte per cursusjaar), ontwikkeling (innovatie) van het onderwijsprogramma, werkoverleg, teamoverleg, coördinatie en afstemming, peer-review, bedrijvenstage, open dagen. Deze opsomming is niet limitatief.

    Uitgangspunt is dat de werknemers in het onderwijsteam met de leidinggevende en met inachtneming van het algemene inzetbaarheidskader zoals hierboven aangegeven de werkzaamheden verdelen in een werkoverleg van het onderwijsteam. Van de 1200 uur en 459 uur kan alleen afgeweken worden bij een unanieme beslissing van het onderwijsteam. Het algemeen inzetbaarheidskader is een individueel afdwingbaar recht. Er kan hierover bezwaar gemaakt worden bij de interne geschillencommissie.

    Als het onderwijsteam er niet uitkomt om de werkzaamheden te verdelen dan hanteert de leidinggevende de toedelingsoptie. Uitgangspunt blijft het algemeen inzetbaarheidskader, zoals hierboven. De leidinggevende past daarbij een opslagfactor toe van ten minste 40 procent berekend over groepslessen. De ondernemingsraad kan een hogere opslagfactor vastgesteld hebben.

    Je kunt de AOb per mail vragen om langs te komen bij je team voor meer uitleg en toelichting over het taakbeleid. Wij komen graag langs. Bel het Informatie en Advies Centrum via: 0900 – 463 62 62. 

  • Heb ik recht op een vast contract na drie tijdelijke uitbreidingen?

    In art. 2.3 lid 3 van de cao-mbo staat dat voor tijdelijke uitbreidingen van de betrekkingsomvang die niet leiden tot een werktijdfactor groter dan 1 geldt hetgeen is bepaald in artikel 7:668a BW.

    In dat artikel staat het volgende. Vanaf de dag dat tussen dezelfde partijen:

    • Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 24 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden, geldt met ingang van die dag de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd
    • Meer dan drie voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, geldt de laatste arbeidsovereenkomst als aangegaan voor onbepaalde tijd.

     

  • Waar moet een praktijklokaal aan voldoen?

    In de arbo-catalogus voor het mbo vind je richtlijnen voor o.a. praktijklokalen. De catalogus kun je via deze link raadplegen. De ondernemingsraad van je instelling speelt een rol als het gaat om het handhaven van de arbo-wetgeving. We adviseren om daarmee contact op te nemen indien je lokaal niet aan de eisen voldoet. Ook moet je instelling een preventiemedewerker hebben die de arbeidsomstandigheden bewaakt.

  • Hoeveel vakantiedagen heb ik en worden ze gecompenseerd bij ziekte en zwangerschap?

    Als werknemer met een voltijdbaan heb je recht op dertig dagen vakantie per kalenderjaar. Deze dagen bestaan uit twintig wettelijke vakantiedagen en tien bovenwettelijke vakantiedagen. Feestdagen worden niet meegerekend en vallen buiten het recht op vakantiedagen. Verder heb je vrij op de dagen dat je niet wordt ingezet. Werk je fulltime? Dan kan jouw werkgever je tweehonderd dagen inzetten om te werken. Onder bepaalde voorwaarden kunnen vakantiedagen worden gecompenseerd bij samenloop van ziekte. Het advies is om in zo’n geval contact op te nemen met het Informatie en Advies Centrum van de AOb.

  • Heb ik recht op betaald ouderschapsverlof?

    Op een percentage betaald ouderschapsverlof heb je als werknemer recht als je kind waarvoor het verlof wordt aangevraagd op de ingangsdatum van het verlof nul, één of twee jaar oud is en je een dienstverband hebt dat tenminste aangesloten 12 maanden heeft geduurd. Bij een voltijdbaan heb je als werknemer per kind recht op maximaal 830 uur betaald verlof. Is het kind ouder dan twee jaar dan heb je recht op onbetaald verlof.

AOb-bestuurder middelbaar beroepsonderwijs Tamar van Gelder

Onze onderhandelaars

AOb-bestuurder mbo Tamar van Gelder (foto) en sectorbestuurder Hélène Jansen zitten namens de AOb aan de cao-tafel en onderhandelen over de cao. Tijdens de onderhandelingen schakelen ze specialisten in van de beleidsstaf en juridische dienst.