Wetenschappelijk onderwijs en onderzoek

Per 1 januari 2020 behartigt de AOb de belangen van de leden van de Vawo, de vakbond voor de wetenschap. De sector wetenschappelijk onderwijs en onderzoek heeft twee cao's: voor de Nederlandse universiteiten en voor de onderzoeksinstellingen.

Cao Nederlandse universiteiten

De onderhandelaars van de AOb, de andere bonden en de werkgeversorganisatie VSNU bereikten in juni 2021 een onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao. Deze cao heeft een looptijd van ruim één jaar en loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022. De afspraken gelden voor zo’n 55 duizend universiteitsmedewerkers. Lees hier meer het bereikte akkoord.

Click here for English

Hoofdpunten akkoord

  • Alle medewerkers zien per 1 juli 2021 een structurele loonsverhoging van 1,64 procent verschijnen op hun loonstrook. Daarna volgt vanaf 1 januari 2022 een plus van 0,36 procent. Ook krijgen alle medewerkers een eenmalige uitkering van 650 euro bij een voltijdbaan. Parttimers krijgen deze uitkering naar rato. Deze bonus betalen instellingen in september 2021uit
  • Universitair docenten, hoofddocenten, hoogleraren en onderwijsbeheerspersoneel (obp) moeten voortaan na één jaar een vast contract krijgen als zij goed functioneren (bij ‘gebleken geschiktheid’).
  • De ontslagbeschermingstermijn wordt in fases ingekort van 13 maanden naar 10 of 11 maanden. Dit ligt aan het aantal dienstjaren. Oudere werknemers die vijf jaar of minder voor hun AOW-leeftijd zitten en een dienstverband hebben van vijftien jaar of langer krijgen vanaf 1 juli 2023 voortaan één jaar ontslagbescherming
  • Vanaf 1 juli 2021 is 14 euro het minimum uurloon, de zes laagste salarisschalen zullen daarmee opgetrokken worden
  • Universiteitsbesturen moeten in gesprek met het Lokaal Overleg (LO) om goede afspraken te maken over de afbakening van de werk- en privétijd
  • Alle medewerkers moeten ‘vrij besteedbare werktijd’ krijgen waarbij ze zelf bepalen wat ze kunnen doen. Het LO moet zich hierover buigen
  • Thuiswerkvergoedingen zijn vastgelegd en gaan per 1 september 2021 gelden
  • Lees het nieuwsbericht over deze cao met toelichting van AOb-onderhandelaar Donald Pechler via deze link. Het onderhandelaarsakkoord kun je hieronder downloaden.

Cao onderzoeksinstellingen

De cao Onderzoeksinstellingen loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

Hoofdpunten cao Onderzoeksinstellingen 2021

  • Een loonsverhoging van 1,4 procent vanaf 1 januari 2021. De loonsverhoging werkt door in de pensioenen
  • Het geboorteverlof voor partners wordt aangevuld tot 100 procent van het UWV maximum dagloon
  • Het rouwverlof voor medewerkers wordt uitgebreid
  • Download het hele akkoord via deze link. Lees ook het nieuwsbericht met de reactie van AOb-onderhandelaar Donald Pechler.

Meepraten over de cao

AOb-leden praten mee over de cao. Dit kan via de sectorraad wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Samen met de sectorraad bepalen de AOb-onderhandelaars de inzet voor het cao-overleg. Zodra er een onderhandelaarsakkoord ligt, wordt deze via regionale bijeenkomsten en een digitale peiling voorgelegd aan de AOb-leden. Deze peiling is een advies aan de sectorraad. De raad beoordeelt dit en neemt dan een definitief besluit.

Wil je actief meepraten? Geef je op voor de sectorraad via bestuur@aob.nl 

Meest gestelde vragen

  • Wat gebeurt er met de ledenpeiling over het onderhandelaarsakkoord 2021?

    De ledenpeiling bij de AOb is gesloten. Het besluit van de sector wordt op 31 juli bekend.

  • Wat biedt het akkoord voor docenten en onderzoekers?

    De bonden hebben in de gezamenlijke inzet voorstellen gedaan om voor alle functies meer zekerheid op vaste banen te geven. Voor docenten en onderzoekers stuitten dat echter op grote weerstand bij de werkgevers. Niettemin hebben we afspraken voor docenten en onderzoekers gemaakt die meer perspectief bieden voor doorstroom naar UD-functies. Zij hebben als interne kandidaten een voorrangspositie bij gelijke geschiktheid.

    Huidig WP met een vidi krijgen óók een vaste baan.

    Het Lokaal Overleg krijgt een belangrijke rol om de noodzaak van de flexibele schil van onder meer docenten en onderzoekers ter discussie te stellen, waarmee de basis kan worden gelegd om dit te beperken. Een voorbeeld kan het terugdringen van tijdelijke dienstverbanden zijn in deeltijd.

  • Wanneer gaat de nieuwe ontslagbeschermingstermijn in?

    Tot 1 juli 2023 geldt de huidige termijn van 13 maanden. Daarna geldt de termijn van 10 of 11 maanden.

    Oudere werknemers met een dienstverband van 15 jaar en die 5 jaar of korter voor de AOW-leeftijd zitten, krijgen vanaf 1 juli 2023 een ontslagbeschermingstermijn van 12 maanden.
    Voor de andere werknemers gaat de verdere verkorting van de termijn pas per 1 januari 2025 gelden.

    Daar staat tegenover dat tijdens de ontslagbeschermingstermijn werknemers volledig vrijgesteld zijn om ander werk te kunnen vinden. Ook krijgen werknemers een marktconform budget voor professionele hulp voor het vinden van ander werk en blijft de mobiliteitspremie uit de cao gelden.

  • Voor wie geldt de knelpuntenregeling?

    Alleen universitair docenten, universitair hoofddocenten en hoogleraren die al een tijdelijk dienstverband hebben vallen onder de regeling. Wel moet aan al de daarin genoemde voorwaarden worden voldaan. Belangrijk is dat wanneer je structureel werk verricht in de functies, je niet onder de knelpuntenregeling valt.

  • Wat zijn de concrete afspraken over werkdruk?

    Het Lokaal Overleg, waar de bonden inzitten, maakt afspraken over de indeling van werktijd en het bewaken van privétijd. Verder dienen met het Lokaal Overleg afspraken te worden gemaakt over een reële taakopdracht in relatie tot de omvang van het dienstverband waarbij de normen daarvoor transparant, redelijk en realistisch dienen te zijn. De medezeggenschap zal rekening dienen te houden met de afspraken van het Lokaal Overleg. Ook individueel levert dat een basis voor het jaargesprek.

  • Is het thuiswerken verplicht en zijn de vergoedingen netto?

    Het thuiswerken is geen recht, maar ook geen plicht. Met de werknemer, het team en leidinggevende worden afspraken gemaakt over de mogelijkheden van het thuiswerken. De vergoeding van 2 euro per thuiswerkdag is gelijk aan de vergoeding die het Nibud heeft berekend. Het gaat om een netto vergoeding. Dit geldt ook voor de internetvergoeding.
    Universiteiten maken afspraken over de reiskostenvergoeding voor de dagen dat werknemers op de universiteit werken. Het Lokaal Overleg maakt afspraken over het hybride werken.