PO
VO

Inclusief onderwijs blijft utopie zolang de basis niet op orde is, aldus Tweede Kamer

De Tweede Kamer sprak zich er vandaag eensluidend over uit: zolang de basis rond passend onderwijs niet op orde is, zal ‘inclusief onderwijs’ een utopie blijken. Staatssecretaris Judith Tielen komt begin volgend jaar met een ‘transitieplan’.

Tekst Arno Kersten - Redactie Onderwijsblad - - 3 Minuten om te lezen

Tweede Kamer

Beeld: Tweede Kamer

Voor het jaarlijkse commissiedebat over passend onderwijs was op papier iets meer dan vijf uur uitgetrokken – officiële spreektijd: vijf minuten per fractie. Op de agenda: een vracht aan rapporten, onderzoeken en beleidsstukken die Kamerleden in een krappe week tot zich mochten nemen, plus een kabinetsbrief van 22 kantjes.

Staatssecretaris Tielen voor funderend onderwijs schetst daarin de contouren van de koers richting inclusief onderwijs, terwijl volgens dezelfde brief de problemen met passend onderwijs zich blijven opstapelen: de groep thuiszitters groeit, net als de wachtlijsten voor het gespecialiseerd onderwijs.

Risicovol

Daar komen de grote zorgen onder veel leraren en ander onderwijspersoneel nog bij, zoals onlangs bleek uit het onderzoek ‘Help(t) inclusief onderwijs?’ van de AOb, samen met FVoV en CNV. De conclusies zijn glashelder. Leerkrachten en ondersteuners beschouwen inclusief onderwijs als een mooi ideaal, maar onhaalbaar en risicovol. Hoe is inclusief onderwijs mogelijk als de basis, bijna twaalf jaar na de invoering van passend onderwijs, nog altijd niet op orde is?

We horen nu dezelfde signalen vanuit onderwijsprofessionals als bij de invoering van passend onderwijs

“We horen nu dezelfde signalen vanuit onderwijsprofessionals als bij de invoering van passend onderwijs”, aldus PRO-Kamerlid Lisa Westerveld. “Alle seinen staan op rood”, sprak Diederik Boomsma (JA21).

Logisch dat de Tweede Kamer met veel vragen het debat in ging. En met merkbare onvrede over het gebrek aan concrete inzichten en meetbare doelen waar de staatssecretaris tot dusver mee over de brug komt. Ook bij de coalitiepartijen zelf. “Ik zie nog heel weinig feiten en cijfers”, aldus D66-Kamerlid Ilana Rooderkerk. “De ambitie is mooi, maar de praktijk is weerbarstig”, reageerde CDA’er Sarath Hamstra. “2035 lijkt ver weg, maar de tijd vliegt voorbij”, zei Arend Kisteman (VVD).

Stevige koppen

Alle partijen onderstreepten het belang van betrokkenheid van leraren in het verhaal. In reactie op het AOb-onderzoek wilde staatssecretaris Tielen weinig meer kwijt dan dat ze graag in gesprek gaat met de betrokken lerarenorganisaties.

“Ik had bij het rapport wel een beetje het gevoel: c’est le ton qui fait la musique. Want als ik hem gewoon lees dan denk ik dat ik het met heel veel eens ben. En tegelijkertijd zie ik ook wel hele harde en stevige koppen”, aldus Tielen. SP-Kamerlid Sandra Beckerman ging erop door en legde de eerste aanbeveling voor: de basis op orde brengen door onder andere te investeren in kleinere klassen. “Nou, de schrijvers vinden het een harde voorwaarde, ik vind dat niet”, aldus Tielen.

Ondanks de beste bedoelingen, werd de Tweede Kamer vandaag weinig wijzer

Maar ondanks de beste bedoelingen, werd de Tweede Kamer vandaag weinig wijzer over hoe inclusief onderwijs in 2035 in praktijk te brengen. Voor de uitgewerkte routekaart is het wachten op een ‘transitieplan’ dat ergens begin volgend jaar het licht moet zien. Veel vragen die vandaag op tafel lagen, zullen pas dan beantwoord worden. Het eerste debat over passend onderwijs sinds mei 2025 werd daarom weer geen echt inhoudelijk debat over goed onderwijs voor leerlingen, over wat leraren nodig hebben, maar vooral een checklist van toezeggingen.

Sommige fracties staken ook de hand in eigen boezem. “We hebben als Tweede Kamer onze prioriteiten niet op orde”, begon Westerveld (PRO) haar bijdrage. Er zijn tienduizenden thuiszitters en toch besloot de Kamer ooit om van twee debatten over passend onderwijs per jaar naar één te gaan. Veel partijen steunden vandaag haar voorstel om dat terug te draaien, te beginnen komend najaar. “We moeten er als Kamer veel strakker bovenop gaan zitten.”