Dertig procent van de universitair docenten heeft een tijdelijk contract.
Dertig procent van de universitair docenten heeft een tijdelijk contract.

Toename tijdelijke contracten is AOb doorn in het oog

Het aantal tijdelijke contracten aan de Nederlandse universiteiten blijft groeien. Dat blijkt uit het antwoord van minister Robbert Dijkgraaf op vragen van de Tweede Kamer. De AOb strijdt al jaren voor meer vaste banen.

Onder hoogleraren en universitair hoofddocenten speelt het probleem niet of nauwelijks. Die hebben bijna allemaal een vaste aanstelling. Lager op de universitaire carrièreladder is dat nog altijd niet vanzelfsprekend.

Dertig procent van de universitair docenten heeft een tijdelijk contract. Dat is één procentpunt meer dan vorig jaar, ondanks allerlei inspanningen en voornemens van universiteiten om vaker een vast contract te geven. Bij de overige docenten (zonder onderzoekstaken) is dat aandeel twee keer zoveel: 61 procent. Een paar jaar eerder was dat nog maar 53 procent en in het jaar 2005 was het nog minder: 43 procent. Met name rond deze docenten is veel te doen.

‘Docenten en onderzoekers moeten na één jaar een vast contract krijgen bij goed functioneren’

In de cao die de bonden dit voorjaar afsloten met de Universiteiten van Nederland is afgesproken een onderzoek te starten naar de rechtspositie van docenten aan universiteiten, met als doel deze te verbeteren. Alle universiteiten moeten hieraan meewerken. Donald Pechler van de AOb zei daar eerder over: ‘We zitten muurvast als het gaat om vaste contracten voor docenten. Bij elke universiteit is het verschillend, en ook op faculteits- en opleidingsniveau is de rechtspositie heel wisselend. De komende tijd gaan we gebruiken om echt alles boven water te krijgen, zodat we het in de komende cao centraal kunnen regelen.’ In de vorige cao zijn er al stappen gezet voor de hoogleraren, universitair (hoofd)docenten en ondersteunende functies. Pechler: ‘Nu willen we dat uitbreiden naar de docenten en onderzoekers. Zij moeten na één jaar een vast contract krijgen bij goed functioneren.’

Ondersteuners

Ondanks de stappen die zijn gemaakt in de vorige cao, zit ook het ondersteunend personeel vaker op een tijdelijke aanstelling. Het was ooit 10 procent, jarenlang bleef het steken op 15 procent en de laatste jaren is het omhoog gekropen naar 18 procent.

De ene universiteit is de andere niet. Utrecht is nog altijd de kampioen van de tijdelijke contracten: 90 procent van de docenten heeft er geen vaste aanstelling. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de TU Eindhoven, waar slechts 31 procent van deze docenten een einddatum in het contract heeft.

‘Het steeds niet geven van een vast contract is in strijd met de wet en de Europese richtlijn’, aldus Pechler. ‘Bij structureel werk is het niet de bedoeling om mensen steeds te ontslaan, zoals dat bij seizoenswerk wel logisch is of als het gaat over een project. Onderwijs is geen project.’

Overigens wil Dijkgraaf zich ook hardmaken voor vaste contracten, heeft hij eerder laten weten. Dat doet hij onder meer via de startersbeurzen voor nieuwe universitair docenten en via de voorwaarden aan de sectorplannen die universiteiten samen moeten maken.

Wegwerpdocent

Vakbonden en actiegroepen lopen al jaren te hoop tegen de tijdelijke aanstellingen. Aan de Universiteit van Amsterdam was er een nakijkstaking om meer vaste banen af te dwingen. In Utrecht stapte een ‘wegwerpdocent’ naar de rechter omdat hij geen vast contract kreeg, maar die zaak heeft hij verloren.

De AOb maakt zich hard voor meer vaste banen.

Word lid

Meer nieuws