Beeld: Wim Stevenhagen

Lucratieve bijverdiensten voor fulltime topbestuurder

Onderwijsbestuurders hebben vaak een bijbaan als toezichthouder bij een andere onderwijsinstelling, een ziekenhuis of een woningcorporatie. Op die manier komen ze - wettelijk toegestaan - boven het beloningsplafond voor semi-publieke instellingen, zo blijkt uit een rondgang door het Onderwijsblad.

Hester Bijl is sinds 2016 lid van het college van bestuur van de Universiteit Leiden. Sinds 2018 is ze daarnaast lid van de raad van toezicht van onderzoeksinstelling TNO. Een mooie functie, zo vindt ze, “op het snijvlak van onderzoek en samenleving”. In haar ogen snijdt het mes aan twee kanten: “Ik word er een betere bestuurder in Leiden van omdat het mijn blik verruimt door actief te zijn in een andere rol in een ander soort organisatie.”

Als universiteitsbestuurder lag haar bezoldiging in 2020 vlak onder het wettelijk toegestane maximum van 201 duizend euro (inclusief onkostenvergoedingen en pensioenbijdrage) voor een fulltime bestuursfunctie. De bijbaan bij TNO, waaraan ze naar eigen zeggen gemiddeld twee uur per week besteedt, leverde haar datzelfde jaar nog eens 18 duizend euro op. Een betaalde nevenfunctie naast een fulltime baan, die combinatie is volgens haar “goed te doen”. “Als je gewend bent je enorm in te zetten dan kan een beetje extra er goed bij. Voor mijn hoofdfunctie in Leiden besteed ik de tijd die er nodig is. Dat betekent lange dagen met afspraken, regelmatig avondverplichtingen en stukken lezen in de avonden en weekends. De tijd voor TNO gaat hier makkelijk in mee.”

Dit artikel komt uit het Onderwijsblad van juni. Wil je op de hoogte blijven van alles wat er in het onderwijs speelt? Word lid van de AOb en ontvang elke maand het Onderwijsblad.

Check alle voordelen van het lidmaatschap
Opgeteld komen Bijls verdiensten in de semi-publieke sector uit op een kleine 219 duizend euro. Dat ligt ruim boven het beloningsplafond, maar dat is toegestaan in de Wet normering topinkomens (Wnt). Die wet bepaalt dat je niet meerdere bestuursfuncties mag stapelen om zo boven het maximum uit te komen. Maar bijbanen als toezichthouder tellen daarentegen niet mee voor de norm. Reden: het zou potentiële toezichthouders kunnen ontmoedigen. ‘Het komt in de (semi)publieke sector wel veel voor dat topfunctionarissen een hoofdfunctie als bestuurder combineren met één of meer nevenfuncties als toezichthouder. Dat is in principe niet ongewenst: zo vergroten en delen topfunctionarissen hun kennis en expertise, wat de kwaliteit van bestuur in de (semi)publieke sector ten goede komt’, aldus een toelichting bij de wet.

Randen

Het voorbeeld staat niet op zichzelf. Het Onderwijsblad snuffelde in de jaarverslagen, keek naar bestuurders die met hun beloning op of vlak onder de maximum norm zitten, en legde daar de verdiensten naast uit (semi-) publieke bijbanen. Het gaat om nevenfuncties op persoonlijke titel, die een beslag horen te leggen op de vrije tijd, waarvoor instemming is van de eigen raad van toezicht.

Zo laten de jaarstukken van hogeschool NHL Stenden zien dat bestuursvoorzitter Erica Schaper in 2020 een bezoldiging genoot van 200.500 euro, vijfhonderd euro onder het maximum. Daarnaast steekt ze gemiddeld tien uur per maand in haar bijbaan als toezichthouder in het primair en voortgezet onderwijs bij de stichtingen PCOU en Willibrord, die één raad van toezicht delen. Daarvoor kreeg ze dat jaar 16.470 euro. “Doordat de bijeenkomsten doorgaans aan de randen van de dag of in de avond plaatsvinden, is deze nevenfunctie goed te combineren met mijn fulltime aanstelling”, zo laat ze weten.

Bezoldiging: voorbeelden in 2020

Fulltime bestuurder*
(Max: €201.000)
Bijbaan toezichthouder Gemiddeld tijdsbeslag bijbaan**
Hester Bijl Universiteit Leiden: €200.696 TNO: €18.096 2 uur per week/104 uur per jaar
Erica Schaper NHL Stenden: €200.500 PCOU/Willibrord: €16.470 10 uur per maand/120 uur per jaar
Gerrit Vreugdenhil Roc van Amsterdam-Flevoland: €201.000 Woningcorporatie Stadgenoot: €17.750 10 uur per maand/120 uur per jaar
Renata Voss Stichting BOOR: €183.752 Curio: €20.100 8 uur per maand/96 uur per jaar
Henk Hagoort Windesheim: €200.895 Stichting Groene Hart Ziekenhuis: €21.680 16 uur per maand/200 uur per jaar
Nick Bos Maastricht University: €221.654*** Vista College: €10.283 2 à 3 dagen per maand/ 24 à 36 dagen per jaar
Inge Grimm Windesheim: €187.463 Ziekenhuis Gelderse Vallei: €16.080 10 uur per maand/120 à 140 uur per jaar

* WNT, inclusief onkostenvergoeding en pensioenbijdrage
** Indicatie, eigen opgave aan het Onderwijsblad
*** Overgangsrecht WNT

Bij het Roc van Amsterdam-Flevoland verdiende bestuurder Gerrit Vreugdenhil in 2020 precies op de bovengrens. Als commissaris bij woningcorporatie Stadgenoot – een nevenfunctie vanwege zijn “maatschappelijke betrokkenheid in de metropoolregio Amsterdam” – verdiende hij 17.750 euro erbij. De tien uur die hij er naar eigen zeggen gemiddeld per maand in steekt, gaan ten koste van zijn vrije tijd. Omgerekend naar een jaarinzet van zo’n 120 uur per jaar, komt de vergoeding neer op zo’n 148 euro per uur. Vreugdenhil is sinds juni 2020 ook toezichthouder bij de stichting Meander-Prokino. Die stichting reageerde eind vorige week niet op een verzoek om de jaarrekening te verstrekken.

Drie bijbanen

Een bijzondere vermelding verdient Vreugdenhils collega en bestuursvoorzitter Edo de Jaeger van Roc van Amsterdam-Flevoland. De topbestuurder haalde jarenlang het nieuws als de best betaalde mbo-baas. Ook hij moest uiteindelijk zijn beloning stapsgewijs naar beneden bijstellen om in 2020 precies aan de WNT-norm te voldoen: 201.000 euro. Daarnaast verdiende hij dat jaar ruim 45 duizend euro bij als voorzitter van de raad van commissarissen bij drie publieke organisaties: 12.000 euro bij Huisartsenposten Oost-Brabant, 13.000 euro bij de Doetinchemse wooncorporatie Sité Woondiensten en 20.541 euro bij de Arnhemse organisatie Onze Huisartsen. ‘De heer De Jaeger heeft altijd nevenfuncties gehad, bezoldigde en onbezoldigde, zijn salaris staat daar los van. Hij zet zich graag in voor organisaties in het maatschappelijk domein’, aldus het roc in een reactie aan De Telegraaf. De bijbanen vallen ‘in beginsel’ buiten werktijd.

Renata Voss, collegelid bij de Rotterdamse scholenkoepel BOOR, is toezichthouder bij Curio, een grote mbo-instelling in West-Brabant. Haar vergoeding daarvoor in 2020 bedroeg de maximale 20.100 euro. De nevenfunctie vervult ze in “eigen tijd”; gemiddeld zo’n acht uur per maand, laat ze het Onderwijsblad weten. Omgerekend naar een heel jaar komt dat neer op zo’n 209 euro per uur. Reiskosten en andere onkosten zijn voor eigen rekening, zo vermeldt het jaarverslag. De vergaderingen zijn ’s avonds, voorbereidingen in het weekend. “Ongeveer eens per jaar vindt er een bezoek aan een school plaats, dat gebeurt uiteraard wel tijdens een reguliere werkdag.”

Zorgvuldig

De hoogte van de vergoeding bepalen raden van toezicht zelf – ze mogen als enige in de organisatie zelf hun beloning bepalen. Die bijverdiensten blijven doorgaans ruim binnen de grenzen van de wet. Tegelijkertijd gaat het tegenwoordig steeds vaker om serieuze bedragen, zo bleek al uit een artikel in het aprilnummer. De voorbeelden in dit vervolgverhaal liggen bijna allemaal tussen de vijftien- en twintig duizend euro. Volgens toezichthoudersvereniging VTOI-NVTK is de vergoeding óók een vertaling van een serieuze verantwoordelijkheid – en aansprakkelijkheid – die de functie met zich meebrengt.

Weinig onderwijsbestuurders hebben meer nevenfuncties op hun cv als toezichthouder bij semi-publieke organisaties dan Henk Hagoort, van september 2016 tot begin dit jaar voorzitter van hogeschool Windesheim. Alle bijbanen deed en doet hij er naar eigen zeggen bij in zijn vrije tijd. “Ik kies nevenfuncties waar ik voor gevraagd word zorgvuldig. Dan gaat het vooral om de afweging wat ik vanuit mijn ervaring als toezichthouder voor de betreffende organisatie kan betekenen”, mailt Hagoort, die sinds februari de VO Raad voorzit.

Weinig onderwijsbestuurders hebben meer nevenfuncties op hun cv als toezichthouder bij semi-publieke organisaties dan Henk Hagoort

Mede dankzij de toegestane neveninkomsten kwam ook Hagoort ruim boven de publieke norm. Het grootst was dat verschil in 2016, het jaar waarin hij nog acht maanden aan het hoofd stond van de Nederlandse Publieke Omroep (bezoldiging van 149.700 euro dankzij het overgangsrecht) en vanaf september zijn eerste vier maanden bij Windesheim werkte (56.307 euro). Inclusief twee semi-publieke nevenfuncties verdiende hij dat jaar rond de 220 duizend euro, terwijl de norm lag op 179 duizend euro.

Netjes

Een bijbaan als toezichthouder kan best bijdragen aan de kennis en ervaring van een bestuurder, erkent AOb-bestuurder Douwe van der Zweep. Tegelijkertijd wijst hij op het contrast met de werkvloer, waar docenten, ondersteuners en onderzoekers ook geregeld buiten werktijd in de weer zijn – onbetaald. Bestuurders vallen in een eigen ‘cao’ of hebben een aparte rechtspositieregeling, met de raad van toezicht als werkgever. Van der Zweep ziet geen reden om bestuurders anders te behandelen dan werknemers. “In de hoogte van de bestuursbeloningen is al verdisconteerd dat je ook geregeld in de avond en het weekend in de weer bent. De maximale Wnt-norm is afgeleid van wat een minister verdient, die er ook geen betaalde bijbanen op nahoudt in zijn vrije tijd.”

“Het zijn allemaal publieke functies, betaald met publiek geld. Het zou netjes zijn om die extra inkomsten dan af te staan”

Van der Zweep pleit ervoor dat schoolbestuurders hun bijverdiensten bij andere semi-publieke organisaties aan de eigen onderwijsinstelling overmaken wanneer ze daarmee boven de norm uitkomen. Hij wijst op de cao hbo, waarin staat dat werknemers alle neveninkomsten afdragen die ‘enige relatie’ hebben met de arbeidsovereenkomst. “Ook al ben je toezichthouder op persoonlijke titel, je wordt voor zo’n nevenfunctie gevraagd omdat je als bestuurder in beeld bent. Het zijn allemaal publieke functies, betaald met publiek geld. Het zou netjes zijn om die extra inkomsten dan af te staan.”

De volledige reacties van de bestuurders in dit verhaal vind je hier.

Een verkorte versie van dit artikel verscheen in het juni-nummer van het Onderwijsblad, dat elf keer per jaar bij AOb-leden in de bus valt. Lees meer over alle voordelen van het AOb-lidmaatschap.

 

Meer nieuws