Beeld: XF&M

Doek valt voor omstreden payrollconstructies

Een nieuwe wet heeft payrollen net zo duur gemaakt als tijdelijk personeel in dienst nemen. Hogeschool Utrecht en Fontys hebben eigen payrollorganisaties om de cao-hbo te omzeilen. Die schijnconstructies ontmantelen ze nu.

Ton Kroon is sinds 2017 surveillant bij de Hogeschool Utrecht (HU). Het is geen vetpot. “Ik verdien er elf euro bruto per uur mee en krijg geen reiskostenvergoeding.” Het werk komt in enorme golven. “Je wordt weken of maanden niet opgeroepen, maar in de tentamenperiodes draai je soms weken van meer dan veertig uur.” Kroon, een vijftiger die van oorsprong leraar wis- en natuurkunde is, doet dit werk ook niet voor het geld. Hij is chronisch ziek en zijn verdiensten worden verrekend met zijn uitkering. “Ik wil niet de hele dag thuis op de bank zitten en dit is een leuke manier om in contact te blijven met het onderwijs.”

Kroon wordt ingehuurd via Interval Service, een uitzendbureau dat aanvankelijk vrij normale arbeidsvoorwaarden hanteerde. “Maar op een geven moment verdwenen de overwerktoeslagen van 20 procent voor werken in de avonduren en 40 procent voor weekendwerk.” Ook ontstond er gedoe over het uitbetalen van uren. Oproepkrachten hebben wettelijk recht op minimaal drie uur loon per oproep, ook als er maar één uur gewerkt is. “Maar Interval betaalde die drie uur gewoon niet uit.”

‘Op een geven moment verdwenen de overwerktoeslagen van 20 procent voor werken in de avonduren en 40 procent voor weekendwerk’

Toen daar tijdens een eindejaarsbijeenkomst vragen over gesteld werden, kregen de surveillanten te horen dat de HU gewoon niet meer wilde betalen. De meeste van de 350 à 400 surveillanten maakten zich daar niet zo druk over. “Vaak zijn het aow’ers die het als een leuke aanvulling op hun pensioen zien. Maar er zijn ook surveillanten bij die dit werk doen om het hoofd boven water te houden.” Toen Kroon op zoek ging naar informatie over Interval, kwam hij erachter dat de HU eigenaar is van het bedrijf dat alleen personeel levert aan de hogeschool. “Ik kreeg daar een heel raar gevoel bij. Interval blijkt een payrollconstructie die is opgezet om te beknibbelen op flexibel personeel. Waarom doet de HU dat?”

Dit voorjaar heeft Kroon zijn arbeidscontract opgezegd. “Ik moest een zware operatie ondergaan en het contract zou dit najaar toch aflopen. Daarna zou ik er een half jaar tussenuit moeten omdat ik anders een vaste aanstelling zou moeten krijgen.” Of hij na zijn herstel nog terug kan komen, is de vraag. De Hogeschool Utrecht stopt per 1 januari met het inhuren van flexpersoneel via Interval. “De kosten die Interval doorberekende waren gewoon te hoog”, stelt Heleen Cosijn, directeur Human Capital, hr van de HU. “Daarom gaan we het binnen de eigen organisatie oplossen.”

Beeld: XF&M

Cao ontduiken

Uit de jaarrekening 2019 van de Hogeschool Utrecht is op te maken dat Interval vorig jaar een omzet had van 5,8 miljoen euro. Daarmee waren precies honderd fulltime banen gemoeid, 3,7 procent van het totaal aantal. Interval heeft niet alleen surveillanten in dienst, maar ook andere oproepkrachten en docenten. Om hoeveel personen het gaat en hoeveel er in dienst bij de hogeschool kunnen komen, kan Cosijn nog niet zeggen. “Het zijn niet onze werknemers. Wij zijn dus niet verplicht om ze van Interval Services over te nemen”, benadrukt ze. Maar uiteraard heeft de HU ook in coronatijd surveillanten, werkstudenten en flexdocenten nodig. Over hoe die ingezet worden als Interval er in januari mee stopt, kan Cosijn nog niks zeggen. “We zijn dat nog aan het inregelen.”

‘Die schijnconstructies zijn door de nieuwe wet goed dichtgeschroeid’

Dat payrollen te duur is geworden voor de Hogeschool Utrecht ligt niet aan de werkwijze van Interval, maar aan de Wet arbeidsmarkt in balans (wab) die in januari in werking is getreden. Die wet moet het aantrekkelijker maken om werknemers een vast contract te bieden en maakt het inhuren van flexpersoneel duurder. Payrollmedewerkers hebben dankzij de wab dezelfde arbeidsvoorwaarden en rechtspositie als de werknemers van de organisatie die hen inhuurt. Interval-werknemers moeten dus volgens de hbo-cao betaald worden en hebben recht op doorbetaling bij ziekte, vakantiedagen, een eindejaarsuitkering, pensioen en wachtgeld. Oproepkrachten hebben na twaalf maanden recht op een contract voor een vast aantal uren.
Het inhuren van tijdelijke werknemers via een payrollconstructie heeft door de wab geen enkel voordeel meer.

Daardoor valt het doek voor de in het hbo wijdverbreide praktijk om via een nevenstichting of een door de hogeschool opgericht bedrijf personeel op de loonlijst te zetten, om zo de hbo-cao te ontduiken, de flexregels te omzeilen of ww-kosten te ontlopen. “Die schijnconstructies zijn door de nieuwe wet goed dichtgeschroeid”, constateert AOb-sectorbestuurder Roelf van der Ploeg tevreden.

Grijs gebied

Fontys heeft zich dat eerder gerealiseerd dan de Hogeschool Utrecht. Sinds september vorig jaar sluit de door de hogeschool bestuurde Stichting Ooet (Onderzoek en Ontwikkelingsdiensten Eindhoven/Tilburg) geen nieuwe arbeidscontracten meer af. De payroll-stichting waar in het verleden al het tijdelijk personeel in dienst was, had eind 2015 1300 werknemers op de loonlijst die samen goed waren voor 330 fulltime banen, 9 procent van alle Fontys-banen.

In 2018 werd de Ooet-constructie al gedeeltelijk ontmanteld. Docenten en andere medewerkers die een vast aantal uren per week werken, kwamen in dienst bij de hogeschool. Alleen oproepkrachten die incidentele werkzaamheden uitvoerden, zoals surveillanten en studentassistenten, mochten nog via Ooet worden ingehuurd. Maar ook die oproepcontracten worden nu afgebouwd. Ooet’ers die een vast aantal uren willen werken, kunnen bij de hogeschool in dienst komen. Als zij oproepkracht willen blijven, worden ze via een commercieel uitzendbureau ingehuurd. Begin dit jaar waren er nog 299 Fontys-medewerkers met een Ooet-contract, aan het eind van het jaar zijn er nog 55 Ooet’ers over.

‘We vinden de hbo-cao te duur en niet flexibel genoeg. Maar het gesprek daarover moet je aan de cao-tafel voeren. Toen dat onvoldoende opleverde zijn deze constructies bedacht’

P&o-directeur Frans Möhring, die een jaar geleden bij Fontys in dienst kwam, snapt wel hoe de inmiddels ongewenste payrollconstructies zijn ontstaan. “We vinden de hbo-cao te duur en niet flexibel genoeg. Maar het gesprek daarover moet je aan de cao-tafel voeren. Toen dat onvoldoende opleverde zijn deze constructies bedacht.”

Maar er waait nu een nieuwe wind. Fontys beweegt mee met de maatschappelijke ontwikkelingen en de politieke uitwerking daarvan in de Wet arbeidsmarkt in balans. Daardoor wordt flex minder flex, vast minder vast en verdwijnt het grijze payrollgebied tussen flex en vast. “Maar ook zonder die wet hadden we die beweging ingezet”, stelt de p&o-directeur. “Fontys is een organisatie met een maatschappelijke opdracht en daar hoort bij dat je personeel meer zekerheid biedt en niet de grenzen opzoekt.”

Fontys-managers zijn niet allemaal even enthousiast over dit nieuwe beleid. “Zij klagen dat een uitzendbureau duur is en zijn bang dat ze niet van vast personeel af komen als de studentenaantallen teruglopen. Maar Fontys is een organisatie met 44 duizend studenten en bijna 4800 werknemers, dan hoef je niet zo te kruidenieren”, vindt Möhring. “Als je je hr-instrumenten op orde zijn, kun je als grote hogeschool met schommelingen in de studentenaantallen dealen.”

Beeld: XF&M

Corona-assistenten

Ook bij de Hogeschool van Amsterdam (HvA) waait de nieuwe wind die voor meer vaste banen en een kleinere flexibele schil moet zorgen, stelt hr-directeur Cees Endhoven. “We hebben in de cao afgesproken dat bij structureel werk een vaste aanstelling hoort, maar ik wil zelf ook dat de flexibele schil wordt teruggebracht.” Toch wordt HvA Jobservice, de interne payrollorganisatie van de hogeschool, niet afgebouwd.

“Wij zijn het braafste jongetje van de klas”, stelt Jobservice-directeur José Koster. “Wij werkten voor de invoering van de wab al volgens de hbo-cao. Het enige dat er nu bij komt is een bovenwettelijke aanvulling op de ww.” Jobservice is een kleine organisatie waar zeven mensen werken op vier fulltime banen. De payrollorganisatie had vorig jaar een omzet van 4,3 miljoen euro. Daarvoor werden 170 HvA-werknemers verloond die in totaal 54 fulltime banen invulden, 1 à 2 procent van het totale personeelsbestand.

De omzet zal dit jaar toenemen omdat de hogeschool Jobservice inschakelt om een legertje studentassistenten aan te stellen dat docenten gaat ondersteunen bij het extra werk dat de coronamaatregelen opleveren. “De corona-assistenten mogen vier of vijf uur per week ingehuurd worden, bijvoorbeeld om te helpen bij de opvang van eerstejaars”, vertelt Koster. “Het mes snijdt zo aan twee kanten. De maatregel zorgt ervoor dat studenten die door de corona-epidemie hun bijbaantje zijn kwijtgeraakt, weer wat kunnen verdienen. Bij ons krijgen ze een nette arbeidsovereenkomst. Ze weten niet wat hun overkomt, in de horeca zijn ze heel wat anders gewend.”

Dat payrollen via Jobservice net zo duur is als tijdelijk personeel in dienst nemen bij de HvA, kan Cees Endhoven niets schelen. “Het alternatief is dat we op tien verschillende plekken in de organisatie kleine, tijdelijke contractjes afsluiten. Wij vinden het efficiënter als een kleine, gespecialiseerde organisatie dat op centraal niveau regelt.”

Dit artikel verscheen in het december 2020-nummer van het Onderwijsblad. Geïnteresseerd in dit onderwerp? Lees ook ‘In dienst bij een brievenbuswerkgever’

Meer nieuws

Virtuele kleuters huilen niet

Kleuterklassen zijn voor sommige studenten aan de academische pabo de lastigste stageplek. In een virtuele lesomgeving van de Rijkuniversiteit Groningen oefenen ze strategieën voor klassenmanagement... LEES VERDER