De Svpo-school in Kapelle
De Svpo-school in Kapelle

Beeld: Redactie Onderwijsblad

De prijs van de kleine klas

Kleine groepen, het geld naar de klas. Met klinkende woorden werven de Scholen voor Persoonlijk Onderwijs (Svpo) aan de lopende band nieuwe collega's. Voormalige docenten schetsen ook een andere kant: doorgeslagen efficiency, gebrek aan ondersteuning en lesblokken die deels als huiswerkbegeleiding worden uitbetaald. Tegelijkertijd belanden er vele tonnen onderwijsgeld op de bankrekening of in stenen, blijkt uit onderzoek door het Onderwijsblad.

Ping. Op 5 februari 2019, om vijf voor vijf, ontvangen de docenten van de Isaac Beeckman Academie, de eerste School voor Persoonlijk Onderwijs (Svpo) die in 2010 naast het stationnetje van Kapelle-Biezelinge werd geopend, een e-mail. Afzender: bestuursvoorzitter en Svpo-oprichter Misha van Denderen.

Een van de ontvangers is Niels Minnaard. Sinds de zomer van 2018 is hij een van de nieuwe gezichten op de school. Het gaat eigenlijk best lekker. Als vakdocent geeft hij geschiedenis aan alle vijf de klassen van het tweede leerjaar, tachtig leerlingen in totaal. Het klikt met z’n leerlingen en met de collega’s. Hij wordt nota bene genomineerd in de provinciale verkiezingen voor de beste leraar van Zeeland. “Ach, dat zegt ook niet alles”, relativeert Minnaard, maar toch: “Het was een leuke opsteker.”

De docent moest er in het begin aan wennen, aan de mails vanuit het hoofdkwartier in Amsterdam-Noord. Deze keer gaat het over de staking die scholieren hebben aangekondigd voor een beter klimaat en de landelijke onderwijsstaking van 15 maart. Leerlingen die willen staken moeten maar een snipperdag opnemen, schrijft de bestuursvoorzitter. En de onderwijsstaking wordt door de Svpo-leiding ook niet gesteund. Volgens het bestuur kan er beter naar een betere besteding van het geld gekeken worden. ‘We blijven dus gewoon open.’

Het bericht zit Minnaard niet lekker. Het is toch aan iedere werknemer zelf om te bepalen of je staakt? Hij besluit Van Denderen de volgende ochtend een mail terug te sturen, met een cc aan zijn team. “Ik vond het belangrijk om te laten weten dat er collega’s waren die aan staking deel wilden nemen.”

‘Ik vond het belangrijk om te laten weten dat er collega’s waren die aan staking deel wilden nemen’

Die avond om tien over half twaalf pingt de mailbus van de Zeeuwse docenten weer. In een lange reactie schrijft Van Denderen dat Minnaard als vo-docent niet kan staken om op te komen voor het primair onderwijs, een andere sector. ‘Het is sympathiek dat je het voor hen wilt opnemen, maar niet als je dat voor rekening van onze school doet…Je schrijft verder dat je voor kleinere klassen wilt staken. Dat is zo’n beetje de gotspe van het jaar. Heb je al eens om je heen gekeken in je lokaal en het aantal leerlingen geteld dat daar in zit? (…) Dat is verreweg het laagste aantal van Nederland. Je staking zou daarom simpelweg onrechtmatig zijn.’

“Je bestuurder die spreekt over onrechtmatig, ik vond het intimiderend”, blikt Minnaard terug op zijn voormalige werkgever. “Ik had die man nog amper gezien. Collega’s die er langer zitten zeiden: Trek je er niet zoveel van aan, dat is Misha, in het echt valt hij best wel mee. Maar ik was vooral boos. Zo ga je toch niet met je medewerkers om?”

1. ‘Alsof je op een privéschool zit’

‘Onderwijs alsof je op een dure privéschool zit.’ Zo zet econoom en filosoof Misha van Denderen zijn inmiddels acht Scholen voor Persoonlijk Onderwijs in de markt. Met kleine klassen van gemiddeld zestien leerlingen, veel contacttijd en zo weinig mogelijk overhead. Een vierdaagse lesweek, weinig huiswerk en veel aandacht van docenten. Voor zowel leerlingen als docenten belooft Svpo louter voordelen. Regionale kranten die de afgelopen jaren een bezoekje brachten aan een van de scholen, laten opgetogen docenten aan het woord.

Het Onderwijsblad deed vorige zomer onderzoek naar de opmerkelijke financieringsconstructies binnen het netwerk van persoonlijk onderwijs. Klik op de afbeelding.

“Leerlingen die op een reguliere school misschien zouden verdrinken, kun je in een kleine klas meer aandacht geven”, beaamt Minaard. De kleine klassen vormden voor hem een belangrijke reden om bij Svpo te solliciteren.

“Ik heb het nergens zo fijn gehad met de leerlingen als daar. Het is zo kleinschalig, je doet het allemaal samen”, herinnert Kim Scherpenhuyzen zich, die van 2011 tot 2015 Nederlands gaf op de school in Kapelle. “Het idee is echt wel oké, maar na een tijdje gaan je dingen opvallen die niet kloppen.”

Er is ook een andere kant. Het Onderwijsblad sprak met acht voormalige docenten van drie verschillende scholen, zag tientallen mails en verslagen in, en vroeg via de Wet openbaarheid van bestuur documenten op bij de Onderwijsinspectie. Thema’s die steeds terugkeren in de gesprekken: het verloop onder docenten, gebrek aan ondersteuning, het verouderde lesmateriaal, en de manier waarop het bestuur met kritiek omgaat – en achter de schermen aan de touwtjes trekt.

Bestuursvoorzitter Van Denderen wilde geen interview geven. Wel reageerde hij per mail op een aantal vragen die het Onderwijsblad voorlegde. Zijn reactie is in dit verhaal verweven.

(De tekst loopt door onder het kader)

Acht scholen voor persoonlijk onderwijs
2010 Kapelle (volgroeid)
2013 Hardegarijp (volgroeid)
2016 Geldermalsen (nu 4 jaarlagen)
2017 Amsterdam, Utrecht (nu 3 jaarlagen)
2019 Hoorn, Deventer en Hengelo (nu eerste jaarlaag)

De Utrechtse Svpo-school

 

2. Een bijeenkomst in Utrecht (2019)

Op vrijdag 6 december 2019 gebeurt er op de school in Utrecht iets bijzonders: er is een teambreed overleg. Vergaderingen komen bij Svpo maar weinig voor, ook dat is overhead. Alleen de mentoren zitten met de collega’s van de eigen jaarlaag wekelijks bij elkaar. ‘Schoolbreed overleggen is onnodig. We doen dat ook op geen van de andere scholen’, mailde de schoolleider eind 2018 nog aan het team.

Maar er heerst veel onvrede onder ouders en leraren over de gang van zaken. Er zijn incidenten, het verloop binnen het team is groot. De school is uitgebreid onder de loep genomen door de Onderwijsinspectie. Die heeft half oktober een vernietigend rapport vastgesteld met het oordeel ‘zeer zwak’, dat het schoolbestuur met een rechtszaak uit de openbaarheid probeert te houden.

Ook voor de docenten zelf bleef het inspectierapport lange tijd geheim

Ook voor de docenten zelf blijft het rapport lange tijd geheim. Op school wordt er vol spanning naar uitgekeken. Docenten hebben aan het onderzoek meegewerkt en de inspecteurs verteld welke knelpunten ze signaleren. Af en toe ontvangen ze een mail waarin de bestuursvoorzitter toelicht waarom de bevindingen in zijn ogen geen recht doen aan de school.

Op een donderdag half november onthult het Onderwijsblad dat de school het allerlaagste oordeel ‘zeer zwak’ heeft gekregen. De volgende ochtend ontvangt het team een mail van hun schoolleider. Het rapport is een ‘rechtstreekse aanval’ op het bestaansrecht van de school, zo lezen de docenten. Volgens de leiding kan de inspectie niet omgaan met de vernieuwende aanpak. Over de inhoud kunnen verder geen mededelingen worden gedaan, vervolgt de mail. Het rapport wordt namelijk door het bestuur aangevochten. Bovendien wil Svpo de docenten graag ‘in bescherming’ nemen. 

Intussen blijft het inspectierapport in de la, totdat de rechter oordeelt dat de inspectie het alsnog mag publiceren. Begin januari vinden docenten het rapport eindelijk in hun mailbus, ruim een maand na het teambrede overleg op die vrijdag begin december. Ook Van Denderen schuift daarbij aan. Bovendien blijken een aantal docenten en de schoolleider uit Geldermalsen opgetrommeld.

3. Efficiency

Een van de knelpunten die Utrechtse docenten naar voren brengen is dat de eigen schoolleider maar parttime aanwezig is. Hij runt namelijk ook de vestiging in Amsterdam. En als er docenten uitvallen, moeten collega’s de uren onderling opvangen. Svpo verkoopt zichzelf namelijk als een school zonder loze tussenuren. Als docenten niet voor de klas staan, worden ze een deel van de tijd ingedeeld voor een achtervang-dienst. Op papier kunnen ze in die uren oudergesprekken plannen, werk nakijken of lessen voorbereiden. Maar in de praktijk komen ze daar vaak niet aan toe, omdat ze leerlingen moeten opvangen. Ook voor hun mentoraat blijft te weinig tijd over, zeggen ze. Ze moeten daar zelf tijd voor vinden tijdens de lange lesblokken, maar mede door het hoge tempo van het lesprogramma lukt dat lang niet altijd.

Een deel van de docenten mist begeleiding en ondersteuning, constateert de inspectie in het rapport. ‘Berichten van ouders die kunnen wijzen op tekortkomingen in de onderwijskwaliteit worden door de schoolleiding en het bestuur genegeerd, ontkend of gebagatelliseerd. Hetzelfde geldt voor verbetersuggesties van docenten. Velen ervaren bij de schoolleiding niet de openheid om dingen bespreekbaar te maken. Een aantal van hen ervaart zelfs een angstcultuur. Dit belemmert de school om de nodige verbeteringen in de onderwijskwaliteit door te voeren.’

‘Docenten lopen steeds tegen problemen aan die een gevolg zijn van de doorgeslagen efficiency’

“Docenten lopen steeds tegen problemen aan die een gevolg zijn van de doorgeslagen efficiency”, aldus Niels van den Dungen, die in maart 2019 aan de slag ging als docent filosofie in Utrecht. “Als een leerling niet meer in de klas valt te handhaven, stuur je hem naar de conrector. Maar die escalatie-stap heb je op deze school niet als de schoolleider de helft van de tijd ergens anders is. Als je moet invallen terwijl je een oudergesprek hebt ingepland, moet je zelf op zoek naar een vervanger. En doordat je vaak uren moet invallen, stapelt je eigen werk zich op.”

Om kleine klassen mogelijk te maken, is op Svpo-scholen de ‘overhead’ tot een minimum beperkt. Naast de docenten is er alleen een conciërge en een parttime schoolleider. Utrecht krijgt er vanaf maart een tweede parttime schoolleider bij, zo kregen ouders afgelopen maand te horen. De schoolleiders worden aangestuurd door een bovenschoolse directeur, Suzan Polet, de vrouw van oprichter en bestuursvoorzitter Misha van Denderen. Één van de vier bestuursleden fungeert als intern toezichthouder, een model dat veel scholen jaren terug hebben ingeruild voor een aparte raad van toezicht. Deze week maakte Svpo bekend dat de organisatiestructuur op de schop gaat: er zullen meer toezichthouders komen, naast een éénkoppig bestuur.

‘Er moet iemand vertrouwenspersoon zijn en er is geen reden waarom de ene medewerker dat beter zou kunnen zijn dan de andere’

Mede uit kostenbesparing fungeert de schoolleider tegelijkertijd als zorgcoördinator en vertrouwenspersoon. Een van de arbo-principes is dat een vertrouwenspersoon geen leidinggevende functie heeft, om belangenconflicten te vermijden.

Van Denderen ziet dat anders, zo mailde hij afgelopen zomer aan het Onderwijsblad. ‘Er moet iemand vertrouwenspersoon zijn en er is geen reden waarom de ene medewerker dat beter zou kunnen zijn dan de andere. Wie het ook is, er is altijd de mogelijkheid dat er een belangenconflict speelt of dat de persoon in kwestie je niet aan staat of anderszins. In die gevallen kan altijd een beroep worden gedaan op een bestuurslid of eventueel de toezichthouder.’

Dat die functies op gespannen voet staan met elkaar, ervoer voormalig docent Minnaard vorig schooljaar. Hij kwam in een lastige situatie terecht nadat hij aangaf dat hij wilde deelnemen aan de landelijke onderwijsstaking van 15 maart. “Na de mail van Misha heb ik toch nog een bericht aan mijn collega’s gestuurd dat ik alsnog ging staken en dat mijn uren niet overgenomen zouden mogen worden. Daarop mailde de schoolleider dat ik oncollegiaal en onprofessioneel zou zijn, met een cc aan het hele team. Ik voelde me voor schut gezet, ik wilde er ergens mee naartoe. Maar waar kun je dan terecht?”

De Svpo-school in Geldermalsen

4. David Beckham

Een andere bron van frustratie is de door Svpo zelf ontwikkelde digitale leeromgeving Workbook, waarin leerlingen het leeuwendeel van de opdrachten maken. Die vertoont kuren, merken docenten uit verschillende vestigingen op. Zo worden goede antwoorden soms fout gerekend. Docenten kunnen er zelf iets aan doen door de antwoorden handmatig aan te passen, zo krijgen ze te horen. Daar zijn ‘bonusuren’ voor beschikbaar. Leerlingen vinden trucjes om de opdrachten te omzeilen, modules weg te ‘hacken’. Docenten kunnen die opdrachten weer terugzetten, maar het levert weer extra handelingen op. ‘Het onderwijssysteem is verouderd en niet toekomstbestendig’, constateren leden van de medezeggenschapsraad in Kapelle tijdens een informele bijeenkomst afgelopen januari.

Voor veel vakken in de onderbouw worden methodeboeken gebruikt die tien jaar of langer geleden zijn uitgegeven. De methodes doen gedateerd aan. In het biologieboek staat nog dat alcohol vanaf zestien jaar geschonken mag worden, terwijl de grens in 2014 is opgetrokken naar achttien jaar. Bij de economiemethode bestaat het btw-tarief van 21 procent, ingevoerd in 2012, nog niet. In de methode Frans wordt Émilie Le Pennec, die haar land op de Olympische Spelen van 2004 de eerste gouden turn-medaille bezorgde, uitgelicht als een veelbelovende turnster. Geplaagd door blessures zou ze in 2007 de topsport de rug toekeren, maar dat staat nergens vermeld. Dat gebeurde twee jaar na het uitkomen van de methode.

In het biologieboek staat nog dat alcohol vanaf zestien jaar geschonken mag worden, bij de economiemethode bestaat het btw-tarief van 21 procent nog niet

Een inventarisatie levert een opmerkelijke lijst op van uitgaven uit 2008 en 2009, de periode waarin de eerste school in Kapelle achter de schermen werd voorbereid. Een deel van de uitgaven is al lang en breed uit roulatie, zoals het lesboek Frans. “Sinds 2010 zijn we die gaan uitfaseren”, stelt portfoliomanager Sander Groeneveld van ThiemeMeulenhoff. Ook de uitgave van de aardrijkskundemethode wordt niet meer geleverd, aldus Kees Karremans, general manager voortgezet onderwijs bij uitgeverij Noordhoff. Bij een vak als aardrijkskunde zijn de inzichten, bijvoorbeeld rond het klimaat, de afgelopen tien jaar behoorlijk veranderd, vertelt hij. Scholen krijgen geld van de overheid voor lesmiddelen. “Je vraagt je af: waarom kiest een school hiervoor?”

Uit wetenschappelijk oogpunt, reageerde Van Denderen eerder al tegenover het Onderwijsblad. Ook legt de bestuurder het de afgelopen maanden meerdere keren per e-mail uit aan docenten.  Met de scores van leerlingen door de jaren heen kan de leiding een historische data-analyse maken om het lesmateriaal ‘evidence based’ te verbeteren. Nieuwe lesbundels zijn in voorbereiding. Er wordt volgens hem hard gewerkt om de verouderde passages te actualiseren. Docenten kunnen daar – met bonusuren – aan meehelpen; de toegenomen schaalgrootte met inmiddels acht scholen maakt dat makkelijker. ‘Het is daarbij niet de bedoeling om complete hoofdstukken te herschrijven en dat is ook niet nodig. Je moet in plaats daarvan denken aan het vervangen van een tekst waarin over cd’s, msn of David Beckham geschreven wordt’, lezen Utrechtse leraren in een mail afgelopen kerstvakantie.

‘Gelieve dus oorspronkelijke exemplaren (ook al vallen ze uit elkaar) te bewaren!’

Bij de kernvakken, waarbij onderbouw-docenten alle vijf de klassen van hun jaarlaag in een vast lokaal ontvangen, ligt één set boeken in de kast. Die blijven in het lokaal achter. Dat zijn lang niet altijd de originele boeken, maar soms gekopieerde exemplaren of bundels met geclusterde leerstof die de school aanlevert. De kopieën zijn er ook om slijtage aan de originele, oudere boeken tegen te gaan. ‘De kopieerrechten waarborgen we door van alle originele boeken oorspronkelijke exemplaren op zolder in Amsterdam te bewaren. Gelieve dus oorspronkelijke exemplaren (ook al vallen ze uit elkaar) te bewaren!’, mailt Van Denderen eind januari aan medewerkers.

De Svpo-school in Hoorn

5. Exploitatie-overschotten

Dankzij de minimale overhead gaat praktisch al het geld naar het primaire proces, zo stelt het Svpo-bestuur keer op keer. Met zestien leerlingen in de onderbouw – bovenbouwklassen zijn soms groter door profielkeuzes – ligt de gemiddelde groepsgrootte flink onder het landelijke gemiddelde. Die ligt volgens onderzoek uit 2016 rond de 24 leerlingen voor vmbo-tl, 26 voor havo en 25 leerlingen voor vwo.

Kleine klassen zijn alleen betaalbaar door scherpe keuzes te maken en allerlei andere dingen niet te doen. Dit argument wordt door de jaren heen op verschillende momenten naar voren geschoven om de hand op te knip te houden. Zo rekent de intranet-pagina over medezeggenschap tot voor kort voor hoeveel tijd en geld vergaderingen kosten, geld dat dan niet naar onderwijs zou gaan. ‘Als we moeten kiezen tussen een raad of een extra docent, dan is de keuze snel gemaakt. We kiezen voor goed onderwijs, niet voor overhead.’

‘Je zult begrijpen dat met nog geen 16 leerlingen gemiddeld in de klas én meer onderwijstijd, er niet nog geld overblijft’

En als ouders op de Utrechtse Svpo-school een voorstel indienen om een aparte zorgcoördinator aan te stellen, stelt het bestuur dat ze dan ook moeten aangeven waar ze het geld vandaan willen halen. ‘Je zult begrijpen dat met nog geen 16 leerlingen gemiddeld in de klas én meer onderwijstijd, er niet nog geld overblijft’, reageerde Van Denderen. Hij rekende voor dat het verzoek jaarlijks zo’n 38 duizend euro zou kosten. ‘Opties zijn het schrappen van een taalreis of het verhogen van de ouderbijdrage.’ Het voorstel wordt uiteindelijk niet aangenomen.

Tegelijkertijd houden de scholen stuk voor stuk elk jaar flink wat geld over onder de streep, zo leren de jaarcijfers. Ook de oudste twee scholen, boeken jaar na jaar forse overschotten. In Kapelle ligt het exploitatie-overschot tussen de 7 en 14 procent van de inkomsten, opgeteld 1,6 miljoen euro in vijf jaar. In Hardegarijp lag de rentabiliteit jaarlijks tussen de 11 en 22 procent. Daar liepen de reserves op van 194 duizend euro in 2014 naar 1,2 miljoen drie jaar later. Op de ‘zeer zwak’ verklaarde school in Utrecht bleef het eerste anderhalve boekjaar 41 procent van de inkomsten over, zo’n 670 duizend euro. Dat is bijna twee keer zoveel als in Amsterdam, de school die gelijktijdig in 2017 de deuren opende.

Opgebouwde reserves worden deels gebruikt voor vastgoedinvesteringen, waarbij soms met geld tussen de zelfstandige scholen wordt geschoven. In 2018 trok Svpo 9 ton uit de reserves van Hardegarijp voor een onderkomen van de nieuwe school in Hoorn (koopsom: 1,7 miljoen euro). De reden was dat over het gespaarde vermogen ‘een negatieve rente betaald moest worden’, verklaarde Van Denderen daarover vorige zomer. ‘Besteding in Hoorn loste dat op.’

Opgebouwde reserves worden deels gebruikt voor vastgoedinvesteringen, waarbij soms met geld tussen de zelfstandige scholen wordt geschoven

Ook via een andere route steekt het Svpo-bestuur geld in huisvesting. Binnen het Svpo-netwerk lopen er geldstromen naar en tussen ‘dienstverlenende’ private stichtingen, zo bleek afgelopen zomer uit onderzoek door het Onderwijsblad. Zo belandt geld van Svpo-scholen en ouderbijdragen in de vorm van ‘schenkingen’ in de kas van de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs, een algemeen nut beogende instelling (anbi). Die stichting, ook voorgezeten door Van Denderen, incasseerde volgens een eigen opgave in 2016, 2017 en 2018 opgeteld 1,5 miljoen euro van de scholen. Een flink deel van de stichtingskas is de afgelopen jaren ingezet voor huisvestingsprojecten.

Wie naar de cijfers kijkt, ziet nog iets opvallends. Van elke euro die de scholen van het ministerie van Onderwijs ontvangen, ging in 2018 hooguit twee derde naar personeelsuitgaven. In Kapelle was dat 64 procent, Hardegarijp 63 procent en Geldermalsen 55 procent. De percentages liggen een stuk lager dan het landelijke gemiddelde van net iets meer dan 80 procent, maar dat verschil kan deels worden verklaard doordat andere scholen meer uitgeven aan ondersteunend personeel, directeuren, bestuursleden en andere overhead. Aan de andere kant: Svpo zegt met eigen arbeidsvoorwaarden leraren hoger in te schalen en beter te betalen dan andere scholen. En met kleine klassen heb je meer leraren nodig.

‘Een belangrijk onderdeel voor een schoolbegroting is de ontwikkeling van de gemiddelde salaristrede van docenten. Die is bij een beginnende school gemiddeld lager dan bij bestaande scholen. En dat is meteen de verklaring voor het nog lage percentage dat op onze scholen van de rijksbegroting aan personeel besteed wordt. Dat percentage groeit echter gestaag. In de tussentijd houdt de school dus geld over. Dat wordt besteed aan gebouwen in de gemeenten waar met doordecentralisatie wordt gewerkt. De huisvestingslasten worden daardoor lager, waardoor de ruimte wordt gecreëerd voor de verdere stijging van de salarissen. Onze gemiddelde trede is nu 7,4. Over een reeks van jaren gaat het gemiddelde naar 12,3. Dat het boven de 12 komt is omdat wij ook nog trede 13, 14 en 15 hebben. Die extra treden zijn er omdat we mensen graag voor de lange termijn behouden. Overigens is het percentage in Geldermalsen ook laag (55 procent) omdat daar alleen nog maar onderbouw was en bijgevolg vrijwel geen LD-docenten’, aldus Van Denderen.

6. Huiswerkbegeleiding = onderwijstijd

Bij het schoolconcept hanteert Svpo een eigen taakbeleid en een eigen uitleg van lestijd. Daarin staat dat 35 procent van de onderwijstijd wordt beschouwd als huiswerkbegeleiding. Zo worden de kleine klassen deels terugverdiend, zeggen voormalige docenten.

Hoewel leerlingen maar vier dagen in de week naar school gaan, wordt er toch voldoende onderwijstijd gerealiseerd. Elke schooldag duurt van 8.50 tot 16.55 uur en telt vijf lesblokken. De eerste vier blokken duren 85 minuten, het laatste blok zelfs 105 minuten. Van elk blok beschouwt Svpo 55 minuten als echte lestijd, de overige tijd geldt als huiswerkbegeleiding. Leerlingen maken dan opdrachten in de klas, zodat ze weinig huiswerk hoeven mee te nemen. Dat rekent Svpo wel tot de onderwijstijd, maar niet tot de lestijd. Die begeleiding is minder belastend, redeneert Svpo, en dus weegt die minder mee in de werktijdfactor. Docenten verzorgen daardoor beduidend méér onderwijstijd ten opzichte van andere scholen voor dezelfde aanstellingsomvang.

Voormalige docenten die volledig meedraaiden in de volgepakte, vierdaagse lesweek kwamen uit op een werktijdfactor tussen de 0,75 en 0,79 – en bij lange na niet aan een volledige voltijdbaan.

‘Op elke school heb je een deel instructie, waarna leerlingen zelf opdrachten gaan maken en je rondloopt om ze te begeleiden’

Docenten op verschillende scholen hebben de kwestie de afgelopen jaren aangekaart. Voor een docent in Geldermalsen, die niet met naam genoemd wil worden, was het een reden om te stoppen. “Ik had bij Svpo anderhalf keer zoveel contacttijd als op mijn vorige school bij dezelfde aanstellingsomvang. Op elke school heb je een deel instructie, waarna leerlingen zelf opdrachten gaan maken en je rondloopt om ze te begeleiden. Dat hoort in mijn ogen gewoon bij de lestijd.”

De berekening van de werktijdfactor was al eens inzet van een juridisch dispuut. Een aantal jaren terug stond de AOb Svpo-docenten die werkten in Kapelle bij die een zaak aanspanden wegens loonderving, maar zonder succes: de rechter stelde het schoolbestuur in het gelijk.

‘Leerlingen maken zoveel mogelijk hun huiswerk in de klas op school. Daarbij is een docent aanwezig om te helpen en te begeleiden. Dat deel van de tijd wordt niet als lestijd begroot omdat er geen lesvoorbereiding en nawerk aan gekoppeld is. Er is hierdoor meer onderwijstijd volgens de definitie van het ministerie. Het is niet zo dat dit als besparing werkt voor salariskosten. Het alternatief zou zijn om het huiswerk mee naar huis te geven, waardoor de fte lager wordt. Dat willen we echter geen van beide’, aldus Van Denderen. 

De Svpo-school in Kapelle

7. Stevig programma

De onrust op de Utrechtse school doet voor een deel denken aan een roerige periode op de oudste vestiging, de Svpo-school voor havo en vwo in Kapelle. In het voorjaar van 2014 heerste er onvrede onder docenten en ouders over de gang van zaken. Een deel van de kritiek ging over de zogenoemde e-klassen, leerlingen die met een advies voor vmbo-t of vmbo/havo binnenkomen. Met een ‘stevig’ lesprogramma wil Svpo die leerlingen optrekken naar een hoger niveau, zodat ze op havo-niveau examen zouden kunnen doen. Opstroom, heet dat in beleidstaal. Veel leerlingen presteren boven hun basisschooladvies, aldus het bestuur.

In Kapelle gaven ouders aan dat het niveau en tempo in de e-klas veel te hoog lagen. ‘Een ouder vertelde me hoe pijnlijk ze het vond om te zien hoe haar kind iedere avond na het eten naar boven vertrok om zijn werk af te maken. En dit terwijl hij er al een lange werkdag op school op had zitten’, schreef de toenmalige schoolleider in een alarmerende mail aan het bestuur. ‘Ouders vinden dat het niveau te hoog ligt, dat we te veel van de leerlingen vragen.’ En: ‘Ouders van met name leerlingen uit de e-klas zijn van mening dat wij de titel persoonlijk onderwijs niet waarmaken. Een ouder zei zelfs letterlijk dat wij “eenheidsworst aanbieden en dat zijn kind geen worst lust”. Dit was emotie, maar de strekking was dat wij onvoldoende inspelen op de individuele verschillen tussen leerlingen.’

Een ouder zei zelfs letterlijk dat wij ‘eenheidsworst aanbieden en dat zijn kind geen worst lust’

Toenmalig docent Nederlands Kim Scherpenhuyzen begeleidde zelf leerlingen van een e-klas. “Er zaten best wel wat leerlingen met vmbo-advies die het konden bijbenen, die vooruit kwamen. Maar er waren ook leerlingen die we niet konden meekrijgen. Daar liepen we als docenten steeds tegenaan.”

Net als in Utrecht haalde in Kapelle een aantal ouders hun kind van school. Het overstappen naar een andere school is nog niet zo eenvoudig, omdat Svpo in de onderbouw een afwijkende vak-indeling hanteert. Daardoor lopen ze bij sommige vakken voor op andere scholen, maar achter bij andere. Zo krijgen leerlingen pas geschiedenis in het tweede leerjaar en aardrijkskunde in de derde.

“Leerlingen die na het tweede jaar uitstroomden, hadden nog nooit aardrijkskunde gehad. Die moesten met een stapeltje boeken de achterstand eigenlijk zelf maar zien in te halen. Je hoorde steeds verhalen over die geweldige opstroom, maar wie dacht er aan de leerlingen die afstroomden?”

‘Kapelle heeft zich ontwikkeld tot een leuke school waar leerlingen heel succesvol zijn. Dat is ook voor Utrecht het recept. Het lastige bij iedere nieuwe school is aan iedereen duidelijk te maken waar onze school voor staat. Dat geldt zowel voor leerlingen als voor ouders als voor docenten. Wie ‘kleine klassen’ en ‘persoonlijk onderwijs’ zegt roept bij sommige mensen beelden op waar we helemaal niet (kunnen) voldoen. Onze school biedt persoonlijk onderwijs, waarmee we bedoelen dat docenten voldoende tijd voor iedere leerling hebben. Het curriculum dat leerlingen doorlopen staat echter in grote lijnen vast en is bedoeld om een stevige basis te geven. We zijn een kleinschalige school waar klassikaal onderwijs wordt geboden en die ambitieus is voor wat ze met leerlingen kan bereiken. Bijzondere aandacht was er op die bijeenkomst in Kapelle voor het hoge niveau van de lesstof voor de mavo-leerlingen. Het klopt dat de havo-stof die we hen bieden voor flinke uitdaging voor zowel docenten als leerlingen zorgt. Toch is die klas ook een beetje de onderwijskundige eer. Wat je met die klas bereikt is echt bijzonder en de resultaten hebben inmiddels bewezen dat het met die leerlingen heel goed gaat’, aldus Van Denderen.

De Svpo-school in Amsterdam

8. Circus

Dankzij de kleine klassen en de ruime onderwijstijd is er voldoende ruimte voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, zo lezen ouders in de schoolgids. De boodschap: ook veel ‘zorgleerlingen’ kunnen prima meekomen zonder hulp van buiten.

Protocollen en handelingsplannen brengen in de ogen van het bestuur alleen maar meer bureaucratie en overhead met zich mee. ‘We hebben standaard goede omstandigheden op school, ook voor zorgleerlingen. Kleine schaal, overzichtelijk, voorspelbaar, vaste roosters. Voor een Asperger of andere autismespectrumstoornis-leerling doet dat wonderen. Voor veel zorgleerlingen hoeven we geen speciale maatregelen te treffen anders dan dat we standaard al doen. Het hele circus aan ambulante begeleiders en handelingsplannen hebben we niet nodig’, zo mailde Van Denderen begin 2014 aan het Zeeuwse docententeam.

Aan dat uitgangspunt houdt Svpo vast als drieënhalf jaar later de scholen in Amsterdam en Utrecht de deuren openen. Eind 2017 leest het enthousiaste, behoorlijk jonge Utrechtse team in een mail van het bestuur: ‘Bij Svpo krijgt iedere leerling extra aandacht. Een leerling die elders als “zorgleerling” zou gelden vanwege bijvoorbeeld dyslexie, is bij ons gewoon een leerling die wat meer leestijd nodig heeft en voor wiens handschrift de docent wat langer nodig heeft om te ontcijferen. De schaal van de school is zodanig dat niet van alles in protocollen vastgelegd hoeft te worden.’

De schaal van de school is zodanig dat niet van alles in protocollen vastgelegd hoeft te worden’

Ondanks de kleine klassen lopen docenten tegen de grenzen van hun kunnen aan. De groepen tellen relatief veel leerlingen die extra ondersteuning vragen, signaleren medewerkers van de Utrechtse school. In het voorjaar van 2019 delen ze hun ervaringen met de Onderwijsinspectie. Hoewel ze door het vuur gaan voor hun leerlingen, ontbreekt het hen aan tijd, expertise en ondersteuning.

Het docententeam kan leerlingen met gedragsproblemen niet goed aan, schrijven de inspecteurs later in het rapport. ‘Dat komt onder andere omdat het ontbreekt aan een adequate zorgstructuur. Wanneer leerlingen extra ondersteuning nodig hebben, biedt de school die nauwelijks en schakelt ze te weinig en te laat de hulp in van partijen buiten de school, bijvoorbeeld via het samenwerkingsverband.’ Het Svpo-bestuur zegt intussen vaker leerlingen te zullen doorverwijzen naar het speciaal onderwijs.

‘We hadden (in Utrecht, red.) op sommige momenten klassen met zeven adhd’ers. Het bijzondere is dat de onderwijsresultaten toch voldoende bleven, maar het trekt natuurlijk een flinke wissel op docenten. Doordat we nauwelijks overhead hebben, was dat extra zwaar voor hen. We hebben sinds vorig jaar aan ouders veel duidelijker gemaakt welke zorg we standaard in huis hebben en welke niet. Het gevolg is dat de nieuwe lichting veel evenwichtiger is en het aandeel zorgleerlingen meer gemiddeld’, aldus Van Denderen.

9. Een bijeenkomst in Kapelle (2014)

Meer dan twintig medewerkers en de schoolleider komen op dinsdag 6 mei 2014 na werktijd bij elkaar om de onrust in Kapelle te bespreken. De toon is opbouwend en positief. Docenten gaan aan de slag om ideeën en verbeteringen uit te werken, zonder het schoolconcept geweld aan te doen. Het bestuur was uitgenodigd voor de bijeenkomst, maar laat verstek gaan.

De volgende zondagavond even na half elf ontvangt het team in Kapelle een e-mail van bestuursvoorzitter Van Denderen. Hij legt de bal bij de schoolleider. Eventuele problemen kunnen prima onderling op de school opgelost worden, vindt hij. In schoolbrede overleggen ziet hij niets. ’In de bijeenkomst van dinsdag werd gevraagd om meer algemene personeelsbijeenkomsten, maar dan tijdens schooltijd. Overhead ten koste van onderwijs druist echter in tegen de uitgangspunten van deze school. Op een kleinschalige school zijn de lijnen kort en is communicatie snel en informeel.’

De schoolleider schrijft een ‘openhartige reactie’ terug. Ze hoopt dat Van Denderen alsnog met het personeel in gesprek zal gaan. ‘Zolang jij je als bestuurder alles bepalend overal mee bezighoudt en nagenoeg overal in je eentje over beslist, kun je niet anders dan verwachten dat de medewerkers ook met jou in gesprek willen.’ De schoolleider, die dezelfde zomer de school zou verlaten, wilde niet tegenover het Onderwijsblad reageren. Als de Onderwijsinspectie twee jaar later langskomt voor een kwaliteitsonderzoek, behoudt de school het basisarrangement: het onderwijs is op orde.

‘Als je tien mensen met dezelfde kritiek voor je hebt staan, is het toch anders dan wanneer je iedereen één op één mailt’

“Misha wil niet dat mensen zich verenigen”, stelt voormalig docent Kim Scherpenhuyzen. “Hij wil graag iedereen apart. Jij mailt mij en ik mail jou terug. Als je tien mensen met dezelfde kritiek voor je hebt staan, is het toch anders dan wanneer je iedereen een-op-een mailt. Dan kun je mensen makkelijker het gevoel geven dat ze de enige zijn.”

“Voor ik bij Svpo kwam, had ik vijf jaar op een andere school gewerkt”, vertelt Minnaard, die het na een jaar in Kapelle voor gezien hield en fractiemedewerker van de SP in Den Haag werd. “De rector daar was vrij autoritair en ik was het lang niet altijd eens met hem. Maar ik kon er wel gewoon even binnenlopen om elkaar in de ogen te kijken. Bij Svpo kreeg ik te maken met een soort een werkgever op afstand, iemand die bijna uitsluitend per e-mail communiceerde en achter de schermen steeds aan de touwtjes trok.”

“Het heeft iets kafkaësks”, aldus Van den Dungen, die per 1 februari uit dienst trad. “Docenten zijn meer dan een mailadres. Achter die mailadressen zitten mensen met levens, met een verhaal. Als je dag en nacht zo veel op afstand managet, verlies je dat volgens mij uit het oog.”

‘Behalve op de school in Utrecht wijkt het personeelsverloop op onze scholen niet af van de gemiddelden in het onderwijs. Op een nieuwe school is het verloop alleen wel altijd hoger. De binding met de school is nog niet zo sterk, zoals je dat wel hebt als je al jaren voor een school werkt. Bovendien hebben mensen het eerste jaar van hun aanstelling een jaarcontract en is er na een jaar ook een natuurlijk moment om te vragen of je met elkaar verder wil. Kleine klassen klinkt iedereen mooi, maar het betekent ook dat de organisatie verder heel eenvoudig is. Niet iedereen kan dat waarderen’, aldus Van Denderen. Over zijn reactie op de stakingsoproep: ‘Onze schoolorganisatie bestaat bij de gratie van de eenvoud en dat laat soms maar weinig keuzes toe. Dat is nooit een leuke boodschap omdat het betekent dat je vaker ‘nee’ dan ‘ja’ kunt zeggen. Dat kun je dan heel mooi verpakken, maar het is eerlijker om gewoon duidelijk te zijn.’ De klassengrootte bij Svpo is al kleiner dan waarvoor er gestaakt wordt, aldus de bestuurder. ‘Ik heb toen geschreven het niet terecht te vinden om te gaan staken over een eis waarvan je in feite niet eens wil dat die ingewilligd zou worden.’

Meer nieuws