Alle

Basis voor invoering inclusief onderwijs onduidelijk

De invoering van inclusief onderwijs is minder stevig verankerd in internationale verdragen dan het kabinet doet voorkomen. Ook biedt wetenschappelijk onderzoek geen eenduidig bewijs dat inclusief onderwijs werkt.

Tekst Daniëlla van 't Erve - Redactie Onderwijsblad - - 3 Minuten om te lezen

inclusiefonderwijs1

Beeld Typetank

Dat blijkt onder andere uit een analyse die AOb-beleidsmedewerker Renske Woudstra deed in het kader van de leergang onderwijsrecht aan de VU Law Academy. Zij zocht uit in hoeverre internationale verdragen echt verplichten tot inclusief onderwijs, iets wat het kabinet graag per 2035 wil invoeren. “Het ministerie van Onderwijs wijst in haar beleid graag op internationale afspraken als grondslag hiervoor. In mijn paper toon ik aan dat deze minder bindend zijn dan vaak wordt gedacht.”

Niet bindend

Voor het kabinetsbeleid vormen drie internationale verdragen het uitgangspunt om inclusief onderwijs in te voeren: het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, de Verklaring van Salamanca en het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Deze verdragen leggen vast dat ieder kind recht heeft gelijke toegang tot (gratis) onderwijs zonder discriminatie. Woudstra: “Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind zegt vrij weinig over inclusief onderwijs an sich en de Salamanca-verklaring blijkt juridisch helemaal niet bindend. Artikel 24 uit het VN-verdrag Handicap is het meest duidelijk over de verplichting, maar lidstaten moeten zelf vertalen wat dit inhoudt.”

De Salamanca-verklaring blijkt juridisch helemaal niet bindend

Begrippen als ‘waardigheid’, ‘kindgerichte pedagogische grondslag’ en ‘maximale ontwikkeling’ kunnen op meerdere manieren geïnterpreteerd worden, waardoor onduidelijk blijft hoe inclusief onderwijs in de praktijk moet worden vormgegeven. Veel bepalingen uit de verdragen zijn bovendien ‘niet een ieder verbindend’ waardoor landen de vrijheid hebben om ze in eigen wetgeving nader in te vullen. Zo wil de overheid in Nederland dat er een multidisciplinair team voor de inclusieve leeromgeving beschikbaar is, maar dat is dus niet iets dat in internationale verdragen wordt genoemd.

Aantal thuiszitters stijgt

Het VN-verdrag is er volgens Woudstra heel duidelijk over dat alle leerlingen recht hebben op onderwijs en niet uitgesloten mogen worden van het onderwijssysteem. Ondanks alle maatregelen stijgt het aantal thuiszitters nog steeds – de cijfers variëren van 15.000 tot 70.000. “Volgens dit verdrag is Nederland verplicht om ook deze kinderen onderwijs te bieden dat bij hen past”, vertelt Woudstra. “Inclusief onderwijs wordt als oplossing gezien, maar leraren geven in ons onderzoek ook aan dat ze bang zijn dat naarmate het onderwijs inclusiever wordt, juist nog meer kinderen buiten de boot vallen. Zij verwachten geen positieve effecten ervan op sociaal vlak en welzijn. Met het VN-verdrag in de hand zouden er dus juist meer in plaats van minder speciale voorzieningen moeten komen zodat elk kind naar school kan.”

Effect niet eenduidig

Het ministerie van Onderwijs ziet daarnaast wetenschappelijk onderzoek als rechtvaardiging voor inclusief onderwijs. Hoewel onderzoek laat zien dat leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften in een inclusieve omgeving cognitieve voordelen kunnen behalen, zijn de resultaten niet uitsluitend positief.

Inclusief onderwijs heeft geen aantoonbaar positief effect op het zelfbeeld van leerlingen

Uit een analyse van verschillende onderzoeken door het Nederlands Kennisinstituut en de Radboud Universiteit blijkt dat effecten sterk variëren en er geen ‘consistent positief of negatief effect is’. Bovendien is in Nederland zelf weinig onderzoek gedaan, en het meest relevante stamt uit 2001. Uit verschillende studies blijkt bovendien dat inclusief onderwijs geen aantoonbaar positief effect heeft op het zelfbeeld van leerlingen. Sterker nog, meerdere onderzoeken wijzen erop dat leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften binnen het reguliere onderwijs een lager zelfbeeld kunnen ontwikkelen.

Randvoorwaarden zijn niet op orde

De overheid wil vanaf 2035 inclusief onderwijs invoeren. Dat betekent dat leerlingen zoveel mogelijk samen naar de school in hun buurt gaan en dat speciaal onderwijs wordt afgebouwd. Uit onderzoek van de AOb en andere bonden blijkt dat leraren en onderwijsondersteuners zich ernstig zorgen maken over dit plan omdat de randvoorwaarden niet op orde zijn.