Docenten lanceren Tienerleesweek voor 12- tot 15-jarigen
Voor volwassenen en basisschoolkinderen is er een speciale boekenweek. Maar voor 12- tot 15-jarigen was er niets om het lezen te promoten, constateerde Bert Hensema. Samen met andere docenten organiseert hij daarom van 1 tot en met 7 juni de Tienerleesweek.
Tekst
rineke wisman - redactie onderwijsblad
-
-
4 Minuten om te lezen
Docent Nederlands Bert Hensema: “De impact van een echte auteur in de klas moet je niet onderschatten.” Beeld: Fred van Diem
“Er is een Kinderboekenweek, een Boekenweek voor volwassenen, en in het najaar is er ‘Goed Verhaal’, een week voor jongeren van 15 jaar en ouder. Wij misten een doelgroep.”
Aan het woord is Bert Hensema, docent Nederlands bij het Dollard College Pontis in Winschoten en een van de initiatiefnemers van de Tienerleesweek. Aan de muren in zijn lokaal hangen kleurrijke taalposters, aan het plafond zelfgemaakte slingers met vlaggetjes van covers van jeugdboeken.
“Het leesniveau van Nederlandse leerlingen daalt al jaren. In de Pisa-vergelijking staan we op plek 23, terwijl we voorheen in de top-10 stonden. Iedereen is het erover eens dat daar verandering in moet komen.” Toen Hensema eind 2024 de mouwen opstroopte, vond hij bijval bij twee andere docenten: Marieke Willems, docent biologie in Doetinchem en Sylke van Renselaar, docent Nederlands op Terschelling. “We hadden alle drie het idee dat we lezen op de kaart moeten zetten.”
Leesplezier
“In de Pisa-ranglijst staat Ierland bovenaan. Hoe dat komt? Ierse scholen focussen op leesplezier, terwijl in Nederland de nadruk veel meer is gelegd op het leren van trucjes, zoals tekstbegrip via signaalwoorden en tekstverbanden. Als wij de focus ook op het plezier leggen, gaat het leesniveau vanzelf weer omhoog.” Hensema vindt dat de landelijke leesbevorderingsinstanties CPNB en Stichting Lezen te weinig doen voor de onderbelichte doelgroep van 12- tot 15-jarigen. “Toen hebben wij gezegd: ‘Als zij niets doen, dan komen wij zelf in actie.’ Zo ontstond de Tienerleesweek, al wordt er meer gedaan dan lezen alleen.”
Collega’s klagen vaak dat leerlingen woorden niet kennen en de context niet begrijpen
Alle docenten in het voortgezet onderwijs worden uitgenodigd mee te doen aan de activiteiten. Doel is dat het bij alle vakken aan de orde komt. Een groot misverstand is dat taal en lezen alleen bij het vak Nederlands horen. “Collega’s klagen vaak dat leerlingen woorden niet kennen en de context niet begrijpen. Dat is niet alleen een probleem van het vak Nederlands.”
Wat kunnen scholen zoal organiseren? “Nodig schrijvers uit in de klas”, zegt Hensema. “De impact van een echte auteur in de klas moet je niet onderschatten. De schrijver is nog niet het lokaal uit of de leerlingen halen diens boeken al uit de mediatheek.”
Poëzieroute
Bij wiskunde kan je bijvoorbeeld verhalen voorlezen met een wiskundige achtergrond, zoals die uit de verhalenbundels Wiskunde, spannend? Zeker wel! van Tom Gootzen. Bij maatschappijleer kan je boeken met een maatschappelijk thema bespreken, zoals de roman Misschien moet je iets lager mikken, een autobiografie over kansongelijkheid van Milio van de Kamp. “Je kunt de activiteit toespitsen op het niveau van de klas.” De havo 3-klas liet Hensema vorig jaar gedichten maken bij bezienswaardigheden van Winschoten. Het werd een poëzieroute. “Leerlingen leren dan meteen iets over de eigen omgeving waar ze gewoonlijk gedachteloos aan voorbij lopen. Bij de dramales werden scènes uit hun favoriete boeken nagespeeld.”
Of koppel het aan de actualiteit, adviseert Hensema. “Vorig jaar viel de week samen met het songfestival. De songtekst van Claude is toen bij de Franse les aan bod gekomen. Ons voornaamste doel is om leerlingen leesplezier te laten ervaren, waardoor ze meer gaan lezen en de leesvaardigheid verbetert.”
Ons voornaamste doel is om leerlingen leesplezier te laten ervaren, waardoor ze meer gaan lezen en de leesvaardigheid verbetert
Juist in de leeftijd van 12 tot 15 jaar is een extra stimulans welkom, vindt hij. “De groep aarzelende lezers is daar het grootst. Het is een uitdaging die leerlingen te motiveren om lezen leuk te gaan of blijven vinden. Dat je begint aan een boek en niet kan wachten tot je erin verder kunt gaan, omdat je zo benieuwd bent hoe het afloopt.”
Verspreid over het land namen vorig jaar circa vijftig scholen deel aan de actie. Daarnaast werd het initiatief opgepakt door bibliotheken en boekhandels. Dit jaar sluiten we aan op de Dag van de Jonge Jury die dezelfde leeftijdscategorie als doelgroep heeft. “Bij die doelgroep moet je het zaadje voor leesplezier planten.”
Op de website van de organisatie staan allerlei ideeën samengepakt, waaronder de video’s van tachtig auteurs van jeugdboeken die in 2 à 3 minuten iets vertellen over hun boeken en een fragment voorlezen. “Scholen die zich bij ons aanmelden krijgen een inlogcode waarmee zij deze video’s in de klas aan kinderen kunnen laten zien.” Ook biedt de organisatie posters en kant-en-klare lesideeën. “Wij reiken het materiaal aan waarmee scholen zelf aan de slag kunnen. Mijn ervaring is: als je zelf enthousiast bent, krijg je collega’s en leerlingen daarin mee.”
Ben jij met iets bijzonders bezig of ken je iemand die in deze rubriek past? Laat het dan weten via Onderwijsblad@aob.nl.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.