Willemijn Sas staat al ruim 25 jaar voor de klas, en zag wereldoriëntatie wegglippen. Inmiddels geeft ze thematisch onderwijs, gecombineerd met jeugdliteratuur. Het geeft diepgang aan haar werk: “Ik heb mijn vak weer terug!”
Tekst
Monique Marreveld - Onderwijsblad
-
-
4 Minuten om te lezen
Een belangrijke bouwsteen van thematisch onderwijs is een inhoudelijk grondige voorbereiding, zegt Willemijn Sas van de Troubadour in Rosmalen. Foto: Angeliek de Jonge
“De afgelopen twintig jaar is wereldoriëntatie langzaam verdwenen uit Nederland”, zegt Willemijn Sas. “Op sommige basisscholen zijn methodes gewoon in de kliko beland. En dat is jammer, want we weten dat leerlingen veel kennis van de wereld nodig hebben om tot leesbegrip te komen.” Ze is daarom ontzettend blij dat haar school, de Troubadour in Rosmalen, vol inzet op kennis. “Het geeft echt een extra lading aan mijn vak.”
Kennis ophalen
In ieder geval wordt groep 7 vandaag flink ‘opgeladen’. Thema is de winning van zout, steenkool en gas in Nederland in de IJzeren Eeuw. De leerlingen beantwoorden Sas’ vele vragen in prima volzinnen. Hoe ontstond die IJzeren Eeuw eigenlijk? “De dieren werden slomer en de mensen wilden lui zijn, dus zeiden ze: laten we een IJzeren Eeuw maken”, zegt een jochie, “dan hoeven we geen mensen en dieren meer te gebruiken voor het zware werk.” Het is een wat persoonlijk gekleurde samenvatting van wat groep 7 vorige week leerde. In een vraag- en antwoordspel werkt Sas tegelijk aan kennis ophalen en mondelinge taalvaardigheid. Daarna mogen de leerlingen hardop stukjes voorlezen uit de methode Wetenswaardig. “Waar waren we ook alweer gebleven?” Gelukkig zijn de zinnen in de kantlijn genummerd. “Regel 12. Jongens, wat betekent delven ook alweer?” Een jongen die de hele les al staat aan zijn tafeltje zegt: “Omhoog halen.”
Geoliede machine
De groep is een geoliede machine. En dat lijkt vooral aan Sas’ voorbereiding te danken en aan haar relaxte, maar zorgvuldig voorbereide klassenmanagement. Na het lezen mogen de leerlingen bijvoorbeeld een legenda maken bij een blinde kaart van Nederland. “Waar worden steenkolen en gas gedolven, jongens?” De leerlingen kunnen meteen aan de slag, omdat Sas de A4’tjes vanochtend al klaar had gelegd op hun tafeltjes. “Zet je naam op het blaadje en overleg met je schoudermaatje. (..) 3, 2, 1, wie heeft die plaatsen gevonden in de tekst?” “Heel goed: Treebeek. Schrijf maar op, linksonder de kaart. Steenkool: Treebeek. En waar nog meer?”
Een belangrijke bouwsteen van thematisch onderwijs is ook een inhoudelijk grondige voorbereiding, zegt Sas. “Ik moet weten waar we naartoe gaan en veel kennis hebben van het onderwerp. Dat betekent dat ik me moet inlezen. Maar dat vind ik juist fantastisch.” In haar klas staan wel zes boekenplanken met (haar eigen) jeugdboeken. Aan een kennismuur hangt een tijdlijn met relevante documenten en afbeeldingen.
Ik werk veel samen met mijn buurvrouw. Da’s praktisch
Het scheelt wel dat er twee groepen 7 zijn, zegt Sas. “Ik werk veel samen met mijn buurvrouw. Da’s praktisch. Als ik even naar de wc moet, zet ik de deur tussen onze lokalen open en dan weet zij precies welke kinderen misschien hulp nodig hebben. Maar onze leerlingen krijgen ook hetzelfde aanbod op hetzelfde moment. En dat betekent dat je samen voorbereidt en teksten zoekt. Dat reduceert de werklast een beetje.” Soms appen ze ‘s ochtends: “Er is bijvoorbeeld een vulkaanuitbarsting geweest, zullen we even dit of dat doen? We stemmen veel samen af.”
Klassenmanagement
Ook klassenmanagement, binnen en buiten het lokaal, vindt Sas belangrijk. Er zijn schoolbrede afspraken, vertelt ze: “Leerlingen lopen in rijen van twee door de gangen naar de gym, of verzamelen in rijen van twee, stil, voordat ze weer naar binnen mogen.” Sas bepaalt waar leerlingen zitten of staan. “Ik wil die twee bij mekaar hebben of die andere twee juist niet. Zo werk ik preventief, is er meer rust en kunnen we vlot aan het werk. Hetzelfde geldt voor iets simpels als fruit pakken op de gang. Dat doen ze in rijen, een voor een, en stil. Anders wordt het hier in de klas dringen en ontstaat snel een conflict. En dat zou me onderwijstijd kosten.”
Hoe dichter kinderen bij elkaar zitten, hoe beter ze met elkaar interacteren
Sas groepeert leerlingen ook in de klas, steeds een jongen naast een meisje, in busopstelling. “Kees van Overveld schrijft in zijn boek Gedragsoplossingen: hoe dichter kinderen bij elkaar zitten, hoe beter ze met elkaar interacteren.” Een ‘handleiding’ over haar leerlingen krijgt Sas van de vorige groepsleerkracht, in Parnassys. Belangrijk, vindt ze, “al gaat het uiteindelijk vooral om mijn interactie met kinderen. Je kunt nog zo veel schoolbreed afspreken, maar daar moet je altijd rekening mee houden.” Overigens, leerlingen hebben ook autonomie. Een meisje uit de rij naast het raam doet bijvoorbeeld de elektrische zonneschermen naar beneden. “Die rij heeft er last van, zij mogen het bepalen”, legt Sas uit.
Leerzaam gesprek
Terwijl de leerlingen hun fruit opeten aan hun tafeltjes, start Sas een video over mica-winning door kinderen in Madagaskar. De leerlingen worden steeds stiller en fluisteren soms verontwaardigd, als er kleuters in mijnschachten kruipen die niet veel groter zijn dan een konijnenhol. “Dat wordt een mooi en leerzaam gesprek na de middagpauze”, fluistert Sas.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.