Werkgevers mogen voor scholing niet zomaar een terugbetalingsregeling afspreken, als het daarmee behaalde diploma nodig is voor je huidige werkzaamheden. Voor de pabo-opleiding van ondersteuner Julia geldt dat verbod helaas niet.
Tekst
Rodney Trustfull
-
-
2 Minuten om te lezen
Beeld Typertank
Julia is werkzaam als leraarondersteuner in het primair onderwijs. Zij houdt van haar vak en regelmatig wordt haar gevraagd om een hele klas over te nemen als een bevoegde docent uitvalt. Zij ontvangt dan conform de afspraken die zijn gemaakt tussen werkgevers en werknemers in het primair onderwijs een toelage boven op haar reguliere salaris. Dit laatste gaat haar prima af. Zelfs zo goed dat haar werkgever vraagt of zij bereid is om een studie aan de pabo te volgen om haar bevoegdheid te behalen.
Julia behaalt haar pabo-diploma binnen de nominale tijd
Dit laatste ziet Julia helemaal zitten en zij komt met haar werkgever een studieovereenkomst met een terugbetalingsregeling overeen. Deze clausule behelst dat als Julia binnen een periode van vijf jaar na het behalen van haar pabo-bevoegdheid zelf ontslag neemt, zij dan een evenredig deel van de totaal gemaakte studiekosten moet terugbetalen.
Julia behaalt haar pabo-diploma binnen de nominale tijd, dit laatste tot grote vreugde van haar werkgever. Na enige tijd te hebben gewerkt als zelfstandig leerkracht vindt zij het tijd worden voor een nieuwe uitdaging en solliciteert zij naar een functie van remedial teacher bij een andere werkgever in het primair onderwijs. Deze werkgever ziet het helemaal zitten in Julia en is bereid haar een contract aan te bieden. Julia wendt zich tot de AOb voor advies aangaande haar rechtspositie in relatie tot haar studiekostenbeding.
Aangezien Julia bij haar werkgever al werkzaam was als leraarondersteuner, kan niet worden gesteld dat een pabo-bevoegdheid noodzakelijk is voor het uitvoeren van die functie en dat de terugbetalingsclausule nietig is. Uit recente rechtspraak blijkt namelijk dat het noodzakelijkheidsvereiste geldt voor de huidige functie en niet voor de toekomstige functie.
Mocht Julia bijvoorbeeld als zij-instromer bij deze werkgever in dienst zijn getreden in de functie van (onbevoegde) leerkracht met de afspraak dat zij haar pabo-bevoegdheid moet gaan halen en er zou in die situatie ook een studiekostenbeding zijn afgesproken, dan zou mogelijkerwijs wél gesteld kunnen worden dat het beding nietig is. Vanzelfsprekend is dit afhankelijk van alle feiten en omstandigheden van het geval. In de casus van Julia heb ik helaas moeten adviseren dat zij gelet op de stand van de huidige rechtspraak gebonden is aan het studiekostenbeding in haar situatie en haar werkgever deze kosten bij haar kan vorderen.
Deze rubriek is gebaseerd op de ervaringen uit de praktijk van AOb-juristen
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.