Hans (55) werkt in het primair onderwijs en ontvangt sinds kort een wia-uitkering. Hij is voor 80-100 procent arbeidsongeschikt verklaard. Zijn dienstverband eindigt op 1 september 2026. Hans vraagt de AOb of hij ondanks zijn ontslag in aanmerking komt voor de compensatieregeling van het ABP.
Tekst
Rianne Leijnse - Redactie Onderwijsblad
-
-
2 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
Voor Hans is het antwoord positief. Voor de compensatieregeling bij overgang naar het nieuwe pensioenstelsel geldt als voorwaarde dat iemand op de peildatum van 31 december 2026 nog deelnemer is bij het ABP. Dat is bij Hans het geval, omdat hij vanwege zijn arbeidsongeschiktheid recht houdt op een premievrije pensioenopbouw van 50 procent.
Die 50 procent werkt echter ook in zijn nadeel. De hoogte van de compensatie wordt namelijk gekoppeld aan de omvang van de pensioenopbouw op de peildatum. Omdat Hans nog slechts 50 procent pensioen opbouwt, ontvangt hij ook slechts 50 procent van de compensatie. Het compensatiebedrag wordt eenmalig toegevoegd aan zijn persoonlijke pensioenvermogen.
Aan die keuze hangt namelijk wel een prijskaartje
ABP biedt echter de mogelijkheid om de pensioenopbouw vrijwillig aan te vullen tot 100 procent. Wanneer Hans daarvoor kiest, komt hij alsnog in aanmerking voor de volledige compensatie. De jurist van de AOb heeft Hans daarom geadviseerd te onderzoeken of dit financieel aantrekkelijk is.
Aan die keuze hangt namelijk wel een prijskaartje. Bij vrijwillige aanvulling moet niet alleen het werknemersdeel, maar ook het werkgeversdeel van de pensioenpremie zelf aan het ABP worden betaald. Het advies aan Hans is daarom om bij het ABP een offerte op te vragen voor de aanvullende pensioenopbouw. Daarnaast kan hij via de informatie en rekentools op de website van het ABP een inschatting maken van de hoogte van de compensatie.
Op basis daarvan kan Hans een vergelijking maken tussen de extra premie die hij moet betalen, en het extra compensatiebedrag dat daardoor aan zijn pensioenvermogen wordt toegevoegd.
Als Hans die extra premiekosten van 3200 voor zijn rekening neemt, betekent dat een verhoging van het compensatiebedrag met 10.000 euro
Van belang is verder dat de aanvullende pensioenopbouw niet over een lange periode hoeft plaats te vinden. Voor het veiligstellen van de volledige compensatie is het voldoende dat de pensioenopbouw is aangevuld tot 100 procent op de peildatum van 31 december 2026. In de situatie van Hans betekent dit dat aanvulling over de periode van september 2026 tot 1 januari 2027 voldoende kan zijn.
Na het opvragen van de benodigde informatie blijkt dat Hans bij volledige aanvullende pensioenopbouw recht zou hebben op een compensatie van ongeveer 20.000 euro. Zonder aanvulling zou dit circa 10.000 euro bedragen. Daartegenover staat een aanvullende premie van ongeveer 800 euro per maand. Omdat Hans de aanvulling kan beperken tot 4 maanden, bedragen de totale extra premiekosten ongeveer 3200 euro.
Als Hans die extra premiekosten van 3200 voor zijn rekening neemt, betekent dat een verhoging van het compensatiebedrag met 10.000 euro. Maar dan moet hij wel in staat zijn voor te financieren én er rekening mee houden dat die extra 10.000 euro niet ineens wordt uitgekeerd, maar pas vanaf zijn pensionering geleidelijk tot uitbetaling komt in een hoger maandelijks pensioen.
Deze rubriek is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk van AOb-juristen.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.