Onderwijs is zoveel meer dan kennisoverdracht. Wacht niet op een grote omwenteling om gewetensvorming tot stand te brengen. Begin klein, tipt gastonderzoeker Pien de Meijer. Een vraag die je wél stelt. Een gesprek dat je niet afkapt. Dan wordt kennis niet alleen overgedragen, maar gezamenlijk bevraagd.
Tekst
Pien de Meijer is gastonderzoeker aan de Radboud Universiteit en grondlegger van de visie ‘Algemene culturele vorming’
-
-
4 Minuten om te lezen
Pedagogische rituelen kosten nauwelijks tijd, maar ze veranderen de cultuur van een klas. Ze maken van leren een gezamenlijke zoektocht in plaats van een individuele prestatie, schrijft gastonderzoeker Pien de Meijer. Beeld: Typetank
Onderwijs gaat niet alleen over kwalificatie of het meetbare in cijfers, beheersing of rendement. Pedagoog Gert Biesta wijst ons er veelvuldig op dat onderwijs ook gaat over socialisatie en subjectificatie: over de vraag hoe jonge mensen leren te verschijnen en te bestaan in deze wereld. Hoe zij zich verhouden tot anderen en hoe zij verantwoordelijkheid leren dragen voor wat zij doen en laten. Hier verwijst Biesta naar gewetensvorming.
Heel mooi, zeggen de mensen in de praktijk. Maar wat betekent dit morgen om half negen in de klas? Die vraag is geen onwil. Het is geen behoefte aan simpele trucjes. Het is de realiteit van het vak. Tussen het omvormen van visies naar handelen ligt namelijk altijd de dagelijkse praktijk: een lokaal dat volloopt, een methode die af moet en resultaten die behaald moeten worden. Goede voornemens sneuvelen makkelijk in de drukte van alledag, en zo verdwijnen ook pedagogische idealen soms geruisloos als mist tussen het nakijkwerk en vergaderingen.
Pedagogische idealen verdwijnen soms geruisloos als mist tussen het nakijkwerk en vergaderingen
We zijn het vaak inhoudelijk eens met denkers als Biesta. Natuurlijk is onderwijs meer dan kennisoverdracht. Natuurlijk vraagt bredere vorming om ruimte voor het geweten, om leren nadenken en om kritisch bewustzijn. Maar bewustwording alleen verandert het handelen niet. Anders denken leidt niet automatisch tot anders doen.
En precies daar schuurt het. De praktijk vraagt niet alleen om een ander verhaal over onderwijs, maar om manieren om dat verhaal om te zetten naar het dagelijks handelen.
Het gevoel dat je er mag zijn
Zelf spreek ik daarom liever over bestaansvorming. Een woord dat voor mij concreter maakt waar het in onderwijs uiteindelijk om draait. Jongeren hebben niet alleen kennis nodig, maar ook bestaanszekerheid: het gevoel dat je er mag zijn en dat je een perspectief kunt vormen op jouw rol binnen de samenleving. Ze hebben betekenisgeving nodig: begrijpen waarom wat je leert ertoe doet en hoe de inhoud zich verhoudt tot het ‘zelf’. En ze hebben relationele agency nodig: ervaren dat alles met elkaar in relatie staat en dat je samen met anderen invloed kunt uitoefenen op je omgeving en je daar ook verantwoordelijkheid voor draagt.
Perspectief ontbreekt
Veel leerlingen functioneren of passen zich aan -velen ook niet- maar floreren zelden. Ook de Onderwijsraad schreef hierover in het advies Welzijn en onderwijs dat begin dit jaar uitkwam. ‘De meeste cijfers bij het afnemen van welzijn wijzen namelijk niet naar individuele problematiek, maar naar de groeiende worsteling van jongeren met zin- en betekenisgeving binnen de maatschappelijke context.’
Het probleem zit zelden alleen in het individu. Het zit in het ontbreken van perspectief: in het niet weten hoe je je tot de wereld kunt verhouden.
Wanneer we deze individuele benadering inruilen voor een ander perspectief, krijgt het onderwijs een andere rol. Goed onderwijs helpt leerlingen om de wereld beter te begrijpen, daarin hun eigen plek in te nemen en betekenis te ontlenen aan relaties.
Curriculumbewustzijn
In die zin is bestaansvorming altijd relationeel. Je vormt jezelf nooit los van anderen. Je geweten ontstaat niet in je eentje, maar in ontmoeting, in frictie, in het leren kijken door meerdere lenzen tegelijk. Onderwijs is daarom per definitie een gezamenlijke oefening in perspectiefwisseling. Dat veronderstelt wel een brede en kritische kijk op het curriculum en vraagt om wat ik curriculumbewustzijn noem. Niet dat leraren alles moeten weten of overal specialist in moeten zijn, maar dat zij zich bewust blijven van de bril waardoor kennis wordt aangeboden. Dat wat wij ‘normaal’ vinden ooit door iemand is samengesteld, ingekaderd en geordend.
Op het moment dat een docent vraagt ‘Hoe komt het eigenlijk dat we dit zo leren? Wie heeft dit bepaald? Vanuit welk perspectief kijken we hiernaar?’, gebeurt er iets wezenlijks. Dan verschuift de klas van consumeren naar onderzoeken. Dan wordt kennis niet alleen overgedragen, maar gezamenlijk bevraagd. Dan oefenen leerlingen met denken, met positie innemen, met verantwoordelijkheid.
Dat zijn geen grote ingrepen. Het zijn kleine handelingen die kleine verschuivingen teweegbrengen in hoe we met de inhoud van het curriculum omgaan. Van presteren terug naar leren.
Pedagogische rituelen
Niet de grote plannen en visies veranderen direct het onderwijs, maar wat er gebeurt tussen leraar en leerling, uur na uur. Een vraag die je wél stelt. Een oordeel dat je uitstelt. Een gesprek dat je niet afkapt. Een moment waarop een leerling merkt: mijn stem doet ertoe.
Niet de grote plannen en visies veranderen direct het onderwijs, maar wat er gebeurt tussen leraar en leerling, uur na uur
Dat zijn pedagogische rituelen. Ze kosten nauwelijks tijd, maar ze veranderen de cultuur van een klas. Ze maken van leren een gezamenlijke zoektocht in plaats van een individuele prestatie. Ze verschuiven de nadruk van afvinken naar betekenis geven. En precies daar krijgt deze vorming handen en voeten.
Misschien moeten we daarom stoppen met wachten op de grote omwenteling. Onderwijs verandert zelden door theorie alleen. Het verandert wanneer ideeën zich vertalen in terugkerende, dagelijkse praktijken. In kleine, consequente gebaren en rituelen.
Niet spectaculair, maar wel wezenlijk. Misschien begint het inderdaad gewoon daar. Morgen. Om half negen. Met één vraag die je anders stelt dan gisteren.
Pien de Meijer is gastonderzoeker aan de Radboud Universiteit en grondlegger van de visie ‘Algemene culturele vorming’
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.