Ton van Haperen gaat met pensioen. Dat is een groot verlies voor dit blad en voor het onderwijs. Van Haperen is voor velen een instituut door zijn scherpe blik. Tegelijk is het een goede beslissing om te stoppen als columnist.
Tekst
Klaas van Veen is bestuurder in het basisonderwijs en hoogleraar onderwijskunde
-
-
4 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
De kracht van Ton is dat hij al die jaren is blijven lesgeven als docent economie in het voortgezet onderwijs en daarmee weet waar hij het over heeft. Dit in tegenstelling tot de vele experts die de media domineren en die het nog geen 5 minuten voor vwo-5 zouden volhouden. Een groot deel daarvan is al met pensioen en heeft niet door wat Ton wel beseft: als je niet meer in het onderwijs werkt, is je tijd voorbij om erover te praten.
Als je niet meer in het onderwijs werkt, is je tijd voorbij om erover te praten
Scherpe blik op aansturing
Wat Ton van Haperen ook zo goed maakt, is zijn scherpe blik als econoom op hoe het onderwijs wordt aangestuurd, georganiseerd en gefinancierd. Zijn kritiek op de minister, politici, bestuurders, raden van toezicht, lerarenopleidingen en de eigen beroepsgroep van docenten, is meestal raak en zet altijd aan tot denken. Het politieke en bestuurlijke onvermogen: ‘een focus op het goede doen in plaats van de dingen goed doen. De hoog-over-retoriek rond inclusie, diversiteit, andere samenleving, ander onderwijs, daar in jargon over praten’. De pedagogische, vakdidactische en vakinhoudelijke armoede in het voortgezet onderwijs. De lumpsumfinanciering die leidt tot een focus op beheersbaarheid in plaats van goed lesgeven. En de politieke angst en onkunde om met structurele oplossingen te komen.
Opvallend is hoeveel verschillende reacties Ton van Haperen oproept. Het varieert van grote bijval tot woede. Vooral bestuurders hebben een hekel aan hem, maar ook collega-docenten. Zijn stukken worden vaak gezien als een persoonlijke aanval. Wat daarbij gemist wordt, is Tons Brabantse spot en scherpte. Op een AOb-congres, waar de lezer de columnist kon ontmoeten, was zijn optreden voor een overvolle zaal bijna een comedyshow. Tegelijk wordt hij zeer serieus genomen. Hij is vaak te gast in tv- en radioprogramma’s en wordt uitgenodigd door politici, besturen en koepelorganisaties, zelfs door toenmalig minister-president Mark Rutte in het Catshuis.
Opvallend is hoeveel verschillende reacties Ton van Haperen oproept. Het varieert van grote bijval tot woede
Het is de organisatie, sukkel
Wat me verbaast, is hoe Van Haperen de oplossing blijft zien in de politiek, die door meer centrale sturing en een structurele aanpak zou moeten ingrijpen. Den Haag, waar beleid wordt bepaald door coalitieverhoudingen, politieke prioriteiten en peilingen, moet dat juist niet doen en zich beperken tot de financiële en juridische randvoorwaarden.
Laat het onderwijs over aan wie verstand heeft van goed lesgeven. Dat leraren dat zelf niet meer zouden kunnen, is onzin. Hoe het voortgezet onderwijs nu functioneert, is het resultaat van hoe we het hebben georganiseerd. Wie uitgaat van beheersbaarheid, moet niet verbaasd zijn dat docenten zich druk maken over arbeidsvoorwaarden en de normjaartaak. Goed lesgeven is afhankelijk geworden van de individuele docent, die zich moet redden in een context van te grote klassen, met soms veertien docenten per leerling. Kritiek op de kwaliteit van docenten heeft dan weinig zin. Om Ton zelf te parafraseren: het is de organisatie, sukkel. Dit weet hij wel, maar hier zie ik de frustratie van een erg goede docent zoals Ton, die er al jaren voor zorgt dat zijn leerlingen ruim slagen voor economie.
Bereikt
Of Ton veel heeft bereikt, is moeilijk te zeggen. Zijn artikel uit 1996 over het failliet van het Studiehuis (‘Het is een kleine stap van studiehuis naar coffeeshop’) was raak, maar toch werd het ingevoerd in 1998. Tegelijk blijft zijn analyse van het rapport-Dijsselbloem actueel (Onderwijsblad, maart 2008), zoals zoveel van zijn stukken. Voor de ruim 80 duizend lezers van het Onderwijsblad is hij het geweten van het voortgezet onderwijs. Hij verwoordt de frustratie van docenten die dag in dag uit lesgeven en laat de grote lijnen zien die makkelijk uit het oog worden verloren in de kakofonie van meningen en hypes.
Hij is het geweten van het voortgezet onderwijs
Ook al vind ik zijn beslissing om te stoppen goed, ik zal zijn column missen. Elke keer bevat die wel een formulering waar ik jaloers op ben: ‘Rvt’en schoolbesturen (…) verdoven zich met congressen over het onderwijs van de toekomst, afgeblust met de witte wijn van de netwerkreceptie.’ Confronterend, grappig en raak. En zelfs als ik het niet met hem eens ben, weet ik dat hij gelijk heeft. Altijd.
Over de auteur
Klaas van Veen is bestuurder in het basisonderwijs en hoogleraar onderwijskunde
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.