Leerkrachten moeten volgens leraren Laurens Runderkamp en Rianne Steenbeek een prominente rol pakken bij de ontwikkeling en inzet van AI-tools voor het onderwijs. “Ga in gesprek met collega’s, directeuren of ontwikkelaars van AI.”
Tekst
Laurens Runderkamp en Rianne Steenbeek
-
-
4 Minuten om te lezen
Typetank
De afgelopen jaren doen steeds meer AI-tools hun intrede in de klas. Er zijn niet alleen aparte tools met generatieve AI, zoals ChatGPT en Gemini, maar ook steeds meer geïntegreerde tools zoals Co-Pilot in verschillende Microsoft-toepassingen. Daarnaast bevatten adaptieve leersystemen van Snappet en Gynzy in het basisonderwijs of veelgebruikte tools in het middelbaar onderwijs als LessonUp en Kwizl AI. Uitgevers van traditionele lesmethodes willen niet achterblijven.
Steeds vaker worden in de digitale leeromgeving AI-proefballontjes opgelaten en worden wij gevraagd voor meedenksessies als teachers in residence bij het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) aan de Radboud Universiteit. Als Teachers in residence bij NOLAI hebben wij als taak ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van AI-prototypes goed aansluit bij de onderwijspraktijk.
De educatieve markt wordt overspoeld met digitale hulpmiddelen die leraren gouden bergen beloven: vermindering van administratieve last, niveaudifferentiatie in de klas, moeiteloze lesvoorbereiding en persoonlijke leerpaden voor elke leerling. Wat willen we nog meer?!
Haken en ogen
Laten we voorbij die gouden bergen kijken. Een overzichtsstudie die Paraskevi Topali (Radboud Universiteit) en haar collega’s vorig jaar publiceerden in het British Educational Research Journal, laat zien dat er haken en ogen zijn aan AI-leermiddelen. Zo zijn er bij de ontwikkeling van de tools nauwelijks leraren betrokken. En dus wordt er niet ingespeeld op wat echt werkt in de klas.
Verder zijn de tools niet verbonden aan leertheorieën. Wat we weten over hoe leren werkt, komt er niet in terug. We zien dat AI-tools vaak iets doen met de motivatie van leerlingen, een echt leereffect wordt echter lang niet altijd vastgesteld. AI-tools maken leeractiviteiten doorgaans leuker, maar de leerling presteert niet per se beter.
AI-tools maken leeractiviteiten doorgaans leuker, maar de leerling presteert niet per se beter
Tenslotte is de focus van de tools sterk gericht op het gebruikersgemak en de digitale ervaring. Er is bij de ontwikkeling minder aandacht voor hoe de tools in de klas ingezet moeten worden en wat een effectieve didactiek is bij het gebruik ervan.
Uit onderzoek blijkt verder dat bij juist gebruik digitale middelen tot een sterke stijging van prestaties kunnen leiden, maar dat maar een klein percentage van de leerlingen de tools gebruikt zoals ze bedoeld zijn. De tools werken voor een kleine groep gemotiveerde leerlingen, maar bij het merendeel leiden ze niet tot beter leren.
Wees kritisch
Deze opsomming laat zien dat leerkrachten aan zet zijn, want de digitale middelen en AI zijn nu eenmaal niet weg te denken uit de klas. Ze bieden ook echt kansen voor meer en dieper leren. Maar hoe kun je ervoor zorgen dat er niet lukraak wordt gekozen voor de eerste de beste tool of 'AI-oplossing' en dat dit zonder duidelijk doel of visie wordt geïmplementeerd in jouw klas? En hoe kunnen we deze tools optimaal inzetten, zodat niet alleen de leraar, maar ook de leerlingen hiervan profiteren?
Word die leerling die áltijd maar een weerwoord geeft
In de eerste plaats: wees kritisch. Word die leerling die áltijd maar een weerwoord geeft. Ga de discussie aan en durf die ‘vervelende’ leerling te zijn. Ga met collega’s, directeuren of educatieve-AI ontwikkelaars in gesprek: wat willen we dat de leerlingen leren en hoe helpen deze specifieke tools ons onze leerdoelen te bereiken. Vraag aan je leidinggevende tijd om hierin gezamenlijk weloverwogen keuzes te maken.
Vraag je af of de leerling met de AI-tool meer leert dan zonder. Ziet het er alleen maar leuk uit of heeft het daadwerkelijk een positief leereffect? De verleiding van het implementeren van leuk uitziende tools en ‘magische’ AI is groot, maar in onze ervaring zorgen nieuwe digitale leermiddelen voor veel nieuwe prikkels en daardoor voor onrust in een groep.
Misconcepties
Ten tweede: breng in kaart hoe het werk van de leraar verandert met de introductie van een nieuwe tool. Helpt de AI om de leerling écht beter te zien? Of geeft een tool juist schijnzekerheid? De resultaten op een dashboard kunnen heel nuttig zijn, maar je moet de data ook op de juiste manier lezen, interpreteren en erop handelen. Een leerling kan slecht presteren in een tool, maar onderliggend gedrag en houding kunnen beperkend zijn, of de opgaven sluiten niet aan bij de onderwijsbehoeftes van de leerling. Misconcepties liggen op de loer.
Tenslotte: Help met de ontwikkeling van tools. Leraren hebben meer invloed op leermiddelen dan soms wordt gedacht. Zij weten wat klassen nodig hebben, maar vooral ook wat klassen niet nodig hebben. Werk samen met bedrijven, grote uitgevers en bijvoorbeeld het Nationaal Onderwijslab AI om tools te ontwikkelen die ons en onze leerlingen echt verder helpen. Steek je licht op bij organisaties als SIVON, Edu-V, Neon en Kennisnet en wéés die ‘vervelende’ leerling. Wees kritisch, vraag door en neem geen genoegen met het eerste het beste antwoord. Als leraren weten wij het beste welke AI-tools het onderwijs nodig heeft.
Laurens Runderkamp is docent Duits op het Montessori Lyceum Pax in Amsterdam. Rianne Steenbeek is leerkracht in groep 7 op kbs St. Jan de Doper in Utrecht. Beide zijn Teacher in Residence bij het Nationaal Onderwijslab AI van de Radboud Universiteit.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.