'Ik raak diep ontroerd van een brugklasser in het wild'
Ze slaat ze gade terwijl ze fietsend onderweg zijn naar een nieuwe wereld. Columnist Marieke Dubbelman schrijft over brugklassers in het wild. ‘Soms blijf ik achter ze fietsen om hun gesprekken af te luisteren. Ik schaar het maar onder veldonderzoek als leerkracht van groep 8.’
Tekst
Columnist Marieke Dubbelman
-
-
2 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
Iedere dag kom ik ze tegen op mijn bijna half uur durende fietsrit vanuit Leidsche Rijn naar mijn school in de binnenstad van Utrecht: brugklassers in het wild. Samen met jonge moeders met knikkebollende kleine kindjes met wapperende haartjes in een stoeltje voorop de fiets, doen brugklassers in het wild een maximaal appel op mijn emotionele overgangsincontinentie. Sinds ik juf ben van groep 8 is er helemaal geen houden meer aan. Nog een musical en een eindkamp te gaan en dan zijn mijn 26 schatjes óók brugklasser in het wild.
Ik raak gewoon diep ontroerd als ik een brugklasser in het wild zie. Hun loodzware rugzakken staan fier rechtop tegen een speciaal achterrekje. De toon van de gesprekken is vaak opgewonden. Er is ook zoveel om over te praten. Ze fietsen namelijk door nieuwe straten naar nieuwe gebouwen waar ze met heel veel nieuwe docenten en nog veel meer nieuwe schoolgenoten te maken krijgen.
De toon van de gesprekken is vaak opgewonden
Nog niet zo lang geleden hingen ze nog in een duikelrek en speelden ze misschien wel tikkertje in de pauze en nu fietsen ze zelfstandig door het drukke centrum van Utrecht en maken ze al hun zakgeld op aan frikandelbroodjes en zakken vol lichtgevend snoep in de supermarkt.
Veel jongetjes en meisjes hebben op hun voeten na, hun groeisport nog niet gehad. Die grote voeten gehuld in hele grote schoenen zetten ze vaak compleet scheef op hun trappers. Hun korte benen kunnen het hoge tempo van het Utrechtse binnenstadfietsverkeer nauwelijks bijbenen. De meesten fietsen ook nog eens in een ongelijkmatig tempo. Brugklassers in het wild zetten dan ook bovengemiddeld vaak staand aan om mee te kunnen komen. Ik zie hun gezwabber en gezwalk zo nu en dan met angst en beven aan.
Soms heeft de brugklasser in het wild een lange losse veter, die rond zijn trapper dreigt te draaien. Ik kan het dan niet laten om hem aan te spreken bij het verkeerslicht: ‘Stop die veter even in je schoen, ik ben bang dat je anders valt. Al mijn vier kinderen zijn zo weleens vast komen te zitten.’ Ergens schaam ik me voor mezelf dan, maar ik kan het niet laten. Soms blijf ik achter de brugklassers in het wild fietsen, zodat ik hun gesprekken kan afluisteren. Ik schaar het maar onder de noemer ‘veldonderzoek’ als leerkracht van groep 8.
Zo waren er eens twee jongetjes die elkaar al fietsend uitgebreid voor hun toets Frans aan het overhoren waren. Om en om dreunden ze hun woordjes en hun rijtjes werkwoorden op. Ze bespraken de valkuilen en de lastige dingen. Toen ik ze inhaalde kon ik niet laten om te roepen: ‘Trės bien, die toets wordt een groot succes. Jullie hebben goed geleerd hoor. Jullie docent mag trots zijn op jullie.’ Ik was het al.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.