De minister kan scholen maar beter niet dwingen tot een 'evidence based' aanpak, schrijft Ton van Haperen. ‘Uit onderzoek blijkt’ is het opportunistisch gezagsargument dat besluitvorming manipuleert.
Tekst
Ton van Haperen - vo-docent en lerarenopleider
-
-
2 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
Een jaar geleden: Louise Elffers in de Volkskrant. Het wetenschappelijk bewijs dat vroege selectie leidt tot meer ongelijkheid is echt overweldigend. Elffers is voorzitter van de Onderwijsraad. Het onafhankelijk adviesorgaan van Kamer en minister. En weer blijft de plaat hangen in dezelfde groef. Het huidige stelsel als sjoelbak die twaalfjarigen opsluit in een hokje. Wetenschappelijk bewezen niet effectief. Steek die maar in je zak.
Wat nou sjoelbak?
Terwijl, het is onzin. De instroom havo/vwo groeit. De helft van de kinderen gaat naar het vmbo. Vmbo’ers gaan naar het mbo. Een deel daarvan stroomt door naar het hoger onderwijs. 35 tot 39 duizend mbo-studenten melden zich jaarlijks op het hbo. Wat nou sjoelbak? En dan dat wetenschappelijk bewijs. De Belgische toppedagoog Dirk van Damme schrijft een met wetenschappelijke bronnen onderbouwd artikel onder de kop: het bewijs tegen vroege selectie is helemaal niet overtuigend. Zijn artikel is dat wel. Het cynische is, Elffers weet dit ook. Op de website van de Onderwijsraad zegt ze: niet alles is of kan onderzocht worden met effectonderzoek. Maar ja, deze uitspraak dient dan weer een ander politiek doel. De minister kan scholen maar beter niet dwingen tot een evidence based aanpak. ‘Uit onderzoek blijkt’ is het opportunistisch gezagsargument dat besluitvorming manipuleert.
Het echte nationale onderwijsprobleem is de gebrekkige professionele ontwikkeling van leraren
De relatie tussen onderwijspraktijk en wetenschap evolueert op deze manier van moeizaam naar toxisch. Want wat is het echte nationale onderwijsprobleem? De gebrekkige professionele ontwikkeling van leraren en de daardoor dalende leerprestaties.
Inspireren vanuit wat kan
Maar hoe gaat dat dan, professionele ontwikkeling? Een voorbeeld. Uit een ander ervaringsberoep. Fred Eaglesmith is een singer-songwriter met een praktijktheorie over groei in het beroep. Eerst leert een meester hoe je een instrument bespeelt, dan speel je in een coverband tienduizend nummers, daarna word je artiest. Precies zo leert een leraar eerst wat we weten van onderwijs, daarna geeft hij les, krijgt feedback, kijkt naar collega’s, leest over het vak en zo ontstaat er na jaren de leraar die vanuit effectieve routines af en toe iets nieuws probeert. De rol van de wetenschap zit in begrenzen vanuit wat we weten en inspireren vanuit wat kan.
Directe instructie
Maar dan de inktzwarte werkelijkheid. Neem de wereldwijd gepraktiseerde basale aanpak directe instructie. Een deel van de beroepsgroep weet niet wat het is. Een ander deel is op de hoogte, maar kan de vakinhoud niet omzetten naar een werkende aanpak. Slechts een minderheid kan dit wel.
Het institutioneel beschadigen van kinderen gaat gewoon door
Als Eaglesmith vals speelt, blijven de zalen leeg. Leraren hebben wat ze ook doen een inkomen tot aan de dood. Werkgevers dekken toe, politici snappen niet wat er gebeurt en een corrigerende beroepsgroep bestaat niet. In deze arena gooien Elffers en haar ridders van de ronde wetenschapstafel af en toe een stuk rood vlees. Het institutioneel beschadigen van kinderen gaat ondertussen gewoon door. Met dank aan diezelfde wetenschap.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.