Vaststellingsovereenkomsten: voorkom dure fouten
Vaststellingsovereenkomsten komen in het onderwijs regelmatig voor. Soms biedt zo’n vso kansen, maar ze worden ook ingezet als drukmiddel bij conflicten. AOb-juristen leggen uit waar je op moet letten voordat je tekent.
Tekst Karen Hagen - Redactie Onderwijsblad - - 6 Minuten om te lezen
Beeld: Rosa Snijders
Vso’s zijn corebusiness bij de juridische afdeling van de AOb, zegt Jan Jaap Pinkster. Hij ziet er elke week tientallen voorbijkomen. “Het is niets anders dan een overeenkomst tussen een werknemer en een werkgever”, zegt hij, al geeft hij toe dat het vaak staat voor iets ‘slechts’. Pinkster ziet onderwijsmedewerkers aankloppen die op hun werk te horen krijgen dat ze moeten kiezen tussen een verbetertraject of een vso. “Soms staan ze al 20 jaar voor de klas en komt er een nieuwe directeur die het anders wil.” Jurist Sieger Meijer ziet dat kritiek van werkgevers op het functioneren van werknemers soms uit de lucht komt vallen. “Ik merk vaak dat leden zijn overvallen, maar dat er dan helemaal geen compleet dossier is. Werkgevers wekken de indruk dat er geen keuze is, een zwart scenario. Bedenk dan altijd wat werkgevers moeten doen als je wél in dienst blijft en welk juridisch pad ze dan moeten bewandelen.”
Ziekte-dossier
Er zijn verschillen in hoe onderwijsmedewerkers vso’s ervaren. Leden die na jaren de uitgang wordt gewezen, berusten er vaak niet in. Collega’s die ziek of arbeidsongeschikt zijn zien het anders. “Dan is er een ziekte-dossier, is het UWV erbij betrokken en is het meestal duidelijk”, zegt Meijer. Een vso is niet altijd negatief, weet AOb-bestuurder Douwe van der Zweep. “Ik ken iemand die eerder met pensioen wilde, maar nog in het midden had gehouden wanneer precies. De school moest krimpen, peilde de belangstelling en stelde een vso voor die uiteindelijk op de datum van haar toch al bedachte pensioen stond. Ze kreeg daardoor nog een paar duizend euro mee.”
Krijg je met een vso te maken -positief of negatief- dan is het goed om op deze zaken te letten.
1. Teken niet, win altijd eerst advies in
“Teken niet meteen, maar vraag altijd eerst juridisch advies”, zegt Pinkster. “Als je bij een keukenwinkel binnenstapt is het volstrekt logisch dat je niet meteen een keus maakt en tekent, maar bij vso’s brengen sommige werkgevers het wel zo.” Meijer vult aan: “Ze creëren een soort psychologische schaarste, alsof je binnen 12 uur moet tekenen, maar dat is meestal niet het geval. Je hebt bovendien een wettelijke bedenktijd.”
2. Bedenktijd luistert nauw
De wettelijke bedenktijd is 14 dagen. De AOb-juristen waarschuwen dat die bedenktijd soms al ingaat, zonder dat je het goed door hebt. Als je werkgever een appje stuurt met de vso en jij reageert met ‘akkoord’ of zelfs als je het bericht alleen een duimpje geeft, dan kan vanaf dat moment de 14 dagen ingaan. Pinkster: “Het gaat dus niet altijd pas in bij de ondertekening van het document zelf. Wat je kunt doen bij zo’n bericht is dat je antwoordt dat je eerst advies inwint.”
3. UWV keert pas uit na opzegtermijn
Uitkeringsinstantie UWV keert pas een werkloosheidsuitkering uit na de opzegtermijn, vaak drie hele maanden. Pinkster: “Stel je komt op 17 maart overeen om afscheid van elkaar te nemen dan is het goed om in de vso vast te leggen dat je op 1 juli uit elkaar gaat. Doe je dat niet en schrijf je in de vso op dat je op 1 april weg bent, dat mag natuurlijk, maar dan ontvang je wel pas een uitkering vanaf 1 juli. Je mist ook een deel van de vergoeding en een paar maanden volledige pensioenopbouw omdat het UWV van de opzegtermijn uitgaat.”
4. Initiatief van vso ligt bij werkgever
Het is handig om in de vso te vermelden dat de werkgever het initiatief neemt. Meijer: “Doe je dat niet, dan heb je meestal geen recht op een werkloosheidsuitkering van het UWV omdat de instantie dan vindt dat je verwijtbaar werkloos bent geworden.” (Tekst loopt door onder illustratie)
5. Geheimhouding: individuele en collectieve belangen
AOb-bestuurder Douwe van der Zweep ziet dat in veel vso’s geheimhouding wordt afgesproken. “Het is een standaardbepaling die ertoe dient om rust te brengen en de kwestie ook echt af te sluiten. Maar als er sprake is van een misstand of een giftige werksfeer kan het ook als een doofpot werken.” De juristen snappen dat je als je het collectief bekijkt bij een ‘giftige strijd’ geen geheimhouding wil, maar zij bekijken individuele casussen. Pinkster: “Stel je krijgt 50 duizend euro mee, dan wil je dat zelf misschien ook niet in de school-nieuwsbrief hebben staan en werkgevers willen geen precedent scheppen. Bespreek altijd een concepttekst voor intranet en vermijd ‘verwijtbaarheid’ naar jou als werknemer.” Daarnaast is het volgens de juristen goed de werkgever te vragen om een positieve referentie en een getuigschrift.
6. Pas op wat je deelt
Voor het Onderwijsblad voelt deze tip ongemakkelijk. Journalisten houden van openheid en eerlijkheid. Bij de redactie melden zich van tijd tot tijd mensen die in conflict zijn geraakt met hun werkgever. Zo ook een onderwijsmedewerker uit het zuiden van het land. Deze medewerker nam als onderwijsassistent met regelmaat klassen over en stond dan als leerkracht voor de klas. Nadat de medewerker dit aankaart, verandert de houding van de directie. Uiteindelijk tekent de onderwijsassistent een vso om alle stress achter zich te laten. “Er heerst een angstcultuur, de sfeer was verpest en ik kwam overspannen thuis te zitten na jarenlang fijn werken. Binnen een dag moest ik besluiten of ik de vso wilde ondertekenen en dat deed ik. Het doet pijn om afgeserveerd te worden op zo’n manier. Ik wil graag met naam en toenaam mijn verhaal doen.”
Het Onderwijsblad brengt dat soort onrecht graag aan het licht en wil dan hoor en wederhoor plegen om ook de kant van de werkgever te belichten. Helaas ontraden juristen van de AOb onze leden om hun verhaal te doen als in de vso geheimhouding is overeengekomen. “Het staat iemand vrij”, reageert AOb-jurist Jan Jaap Pinkster. “Maar je loopt het risico dat de werkgever de geleden schade gaat verhalen. Zelfs met het delen van de overeenkomst zelf, schend je al de geheimhouding. Kortom, niet aan beginnen.”
7. Check achterstallige verlofdagen en declaraties
In elke vso staat een kopje ‘finale kwijting’. Het betekent dat werkgever en werknemers elkaar niks meer ‘schuldig’ zijn. “Check dus of je declaraties hebt openstaan of verlofdagen die je eerst uitgekeerd wil hebben”, zegt Meijer. Bij ziekte is het van belang te letten op de vakantiedagen en het ‘niet genoten vakantieverlof’. “Dit wordt vaak vergeten omdat mensen zich niet realiseren dat ze daar recht op hebben als ze vanwege ziekte geen vakantie hebben gehad. Dat kan gaan om duizenden euro’s.”
8. Let op de pensioencompensatie
Dit jaar is het heel belangrijk om je bewust te zijn van de pensioencompensatie van het ABP. Het fonds keert deze uit aan 40 tot 68-jarigen. De voorwaarde is dat ze op 31 december 2026 in dienst zijn bij een ABP-werkgever. Zie voor meer informatie hierover de pensioenrubriek op pagina 56. Pinkster: “Je hebt natuurlijk niet altijd de keus om zo lang in dienst te blijven, maar je kan hierover onderhandelen. Stel je krijgt 75.000 euro mee, maar moet dan wel per 1 augustus 2026 weg zijn. Dan kun je zeggen dat je vijf maandsalarissen van het bedrag aftrekt, maar dan wel in dienst wilt blijven.” Het is goed om bij het ABP te informeren wat het voor jouw situatie betekent, want ook hier kan het gaan om duizenden euro’s.”