Temu in de klas: de hoge prijs van goedkope prullaria
Een nieuwe themahoek, extra spelmateriaal of gewoon iets leuks voor in de klas. Veel leerkrachten kopen er regelmatig spullen voor. Platforms als Temu en Shein maken het makkelijk om een lokaal spotgoedkoop aan te kleden. Hoe verstandig zijn die aankopen eigenlijk?
Tekst Judith Katz - Redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
Juf Jamie kijkt vrolijk de camera in. Een kwartier lang bespreekt ze in een filmpje op YouTube de materialen die ze voor haar klas heeft aangeschaft. Onder de video staat: ‘Hi! In deze mega €150 Temu haul laat ik je alle items zien die ik op Temu heb geshopt voor in de klas. Denk hierbij aan leuke spelletjes en mooie materialen die ik in mijn lessen als juf kan gebruiken. Vergeet niet gebruik te maken van mijn code. Zoek deze in de Temu app en maak kans op de couponbundel tot €100!” Het blijkt om een betaalde samenwerking te gaan.
Ze is niet de enige. TikTok staat vol met juffen die laten zien wat ze hebben besteld: themamateriaal, decoratie, spelletjes. Alles netjes gesorteerd, kleurrijk, vaak voor maar een paar euro. Soms gesponsord, vaak niet. Voor veel leerkrachten is het een manier om met weinig geld toch een aantrekkelijke klas neer te zetten.
Extra kapstokplek
Ook buiten TikTok duiken deze aankopen op. In een grote Facebookgroep voor kleuterjuffen en -meesters worden foto’s gedeeld van een gang op een basisschool in Aalten. Rijen kinderlaarsjes in alle kleuren staan netjes naast elkaar op houten rekken. Aan de andere kant hangen regenbroekjes en poncho’s, bedoeld voor zestig kleuters die voortaan ook bij slecht weer naar buiten kunnen.
De uitleg erbij is praktisch. Dit is een extra kapstokplek. De broekjes zijn in drie maten besteld - voor vier, vijf en zevenjarigen - zodat meerdere groepen ermee uit de voeten kunnen. Het aan- en uitdoen gaat steeds sneller, schrijft de leerkracht. Er staat ook bij waar het vandaan komt: de “grote Chinese site met een T”. Ook voor ouders is het praktisch: zij hoeven geen extra spullen mee te geven. Maar is het ook verstandig? (Tekst gaat verder onder de foto)
Beeld: Typetank
Giftige stoffen en kinderarbeid
De Consumentenbond testte onlangs producten van de online marktplaatsen Shein en Temu: speelgoed, sieraden, elektronica. Deze buitenlandse partijen zijn het populairst onder Nederlanders. Van de geteste producten voldoet 70 procent niet of slechts gedeeltelijk aan de Europese veiligheidsnormen. In sommige gevallen werden zware metalen aangetroffen, zoals cadmium. De Europese consumentenorganisatie, waar de Consumentenbond onder valt, deed een vergelijkbaar onderzoek: 96 procent van het geteste speelgoed voldeed niet aan Europese richtlijnen. En ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) raadt consumenten aan om te kopen bij Europese webwinkels.
‘Koopt u rechtstreeks bij webwinkels buiten de EU, zoals AliExpress, Wish of eBay? Dan neemt u een risico’, zo waarschuwt de NVWA online. ‘Buiten de EU gelden andere, vaak minder strenge eisen. Ook is er geen toezicht op de producten die u op deze manier bestelt.’ Een Ierse consumentenorganisatie onderzocht regenlaarsjes verkocht op Temu en meldt dat deze giftige stoffen bevatten, ‘die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen, doordat zij mogelijk het voortplantingssysteem aantasten.’
Aantrekkingskracht
“Wij raden echt af om producten te kopen bij deze aanbieders”, zegt woordvoerder Mirjam de Witte van de Consumentenbond. “Vanwege duurzaamheid, maar óók vanwege veiligheid. Er zit dan ook géén Europees keurmerk op.” Het probleem zit niet alleen in wat er in de klas belandt, maar ook in de productie: onder onduidelijke omstandigheden - slavernij of kinderarbeid zijn niet uitgesloten - met giftige stoffen die in Europa niet zijn toegestaan. “De douane kan dat simpelweg niet meer controleren, ook door de enorme hoeveelheden,” zegt De Witte. Tegelijk begrijpt ze de aantrekkingskracht. “Het is goedkoop, je wilt iets leuks voor de klas. Dat is heel menselijk. Maar ga liever naar de Hema als je snel iets voor je klas wilt kopen.” (Tekst gaat verder onder de foto)
Beeld: Typetank
Op zolder
Die afweging speelt dagelijks op scholen. Sharon Steunenberg, leerkracht in groep 3 op openbare basisschool Meestervos in Hagestein, ziet hoe groot de behoefte aan materiaal is. Haar school groeit snel en zit inmiddels verspreid over meerdere gebouwen. “Je hebt gewoon spullen nodig,” zegt ze. “Voor spel, voor thema’s en voor de inrichting van je lokaal.” Toch kiest haar school er bewust voor om niet meteen alles te bestellen. In plaats daarvan werd een oproep gedaan onder ouders: of zij misschien speelgoed, puzzels of Lego over hadden. Ouders kregen daarbij een duidelijk lijstje met wat wel en niet bruikbaar is. Dat werkte. “We kregen echt heel veel binnen. Dingen die anders misschien op zolder waren blijven liggen.”
De spullen worden verdeeld en rouleren tussen de groepen. De ene week staat er een doos Kapla, de andere week Thomas de Trein. “We hebben liever minder, maar dat er echt mee gespeeld wordt,” zegt Steunenberg. Ze merkte ook dat goedkoop materiaal vaak niet lang meegaat. “Het gaat sneller kapot. Het is niet gemaakt voor gebruik door dertig kinderen, elke dag.” Als de school iets nieuws aanschaft, gebeurt dat daarom liever via onderwijsleveranciers. Duurder, maar steviger. “Dan gaat het jaren mee.”
Voorbeeldrol
Voor sommige leerkrachten speelt nog iets anders mee: hun visie op onderwijs en hun voorbeeldrol. Mariska Rave, die al 25 jaar ervaring heeft in het kleuteronderwijs en nu werkt op Onze Amsterdamse School in Amsterdam, bestelt bewust niet bij platforms als Temu of Shein. “Net zoals ik nooit naar de Primark ga,” zegt ze. Ook haar collega’s in de kleuterbouw bestellen bewust niet bij dit soort platforms. “Daar denken we allemaal hetzelfde over.”
Volgens haar wordt het belang van al die online aankopen voor de kleuterklas overschat. “Ik zie online, bijvoorbeeld in Facebookgroepen over kleuteronderwijs, dat mensen heel veel kopen om een thema aan te kleden. Maar heb je dat echt nodig om goed kleuteronderwijs te geven? Ik denk van niet en ik vind het niet passen in ons onderwijs.” Op haar school wordt bewust gekozen voor kwalitatief materiaal. De drie kleuterklassen zijn precies hetzelfde ingericht en er wordt gezamenlijk bepaald wat nodig is. “Bij een rijke leeromgeving horen goede spullen. Als wij vinden dat bepaald constructiemateriaal belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen, dan zorgen we dat elke groep dat heeft en dan wordt dat besteld bij een onderwijsleverancier.”
Heb je dat echt nodig om goed kleuteronderwijs te geven?
Ze stoort zich soms aan de neiging om toch voor de goedkope optie te gaan. “Dan hoor ik om me heen van juffen en meesters op andere scholen: we hebben geen geld. Maar dit is onderwijs. Dan moet je ook iets fatsoenlijks neerzetten.” Ze zag eerder dat goedkopere materialen snel slijten. “We hadden bijvoorbeeld regenbogen uit een budgetwinkel in plaats van het bekende Grimms, daar bladderde de verf gewoon vanaf. Dan denk ik: dit zet je toch niet in een klas? Dat is een verkeerd soort zuinigheid.” (Tekst gaat verder onder de foto)
Volgens haar is het uiteindelijk een kwestie van keuzes maken en die samen met de schoolleiding onderbouwen. “Je hebt in het onderwijs een voorbeeldfunctie. Wat je in je klas neerzet, zegt iets over wat je belangrijk vindt.” Of Rave zelf weleens iets voor de klas koopt? Ze denkt na. “Ik koop weleens een bloemetje voor in de klas omdat ik dat gezellig vind staan. Mijn collega’s krijgen dan ook een bos. En ik heb ook weleens iets gekocht bij Dille en Kamille.”
Moraalridder
Niet overal worden zulke keuzes gemaakt. Een leerkracht die anoniem wil blijven, zag op haar school hoe collega’s steeds vaker bij Temu bestelden, onder het mom van: makkelijk en goedkoop. “Tijdens themavoorbereidingen werd er gewoon samen gezocht”, vertelt ze. “Decoraties, poppetjes, knutselmateriaal. Dan heb je voor weinig heel veel.”
Ook zij werkt met thema’s, waarvoor steeds spullen nodig zijn. “Je wilt het leuk maken voor de kinderen.” Toch voelt het voor haar niet goed. Ze probeerde het gesprek aan te gaan, voorzichtig, en deed suggesties voor de kringloop, of om ouders te vragen iets mee te nemen. Dat werd niet altijd enthousiast ontvangen. “Dan word je toch een beetje raar aangekeken.”
Je hebt wel met andermans kinderen te maken
Het blijft zoeken, zegt ze, naar hoe je zo’n onderwerp bespreekbaar maakt. “Je wilt geen moraalridder zijn. Maar je hebt wel met andermans kinderen te maken.” Wat meespeelt, zegt de leerkracht, is dat veel collega’s zich niet verdiepen in waar spullen vandaan komen. “Dan hoor je: bij de Action is het toch ook goedkoop? Maar daar zit wel controle op, en er zijn terugroepacties. Bij Temu is dat er niet.” Ze stelt soms een andere vraag: “Zou jij willen dat je eigen kind hiermee speelt? Ik niet, in ieder geval.”
De Witte van de Consumentenbond hoopt dat die afweging vaker bewust wordt gemaakt. “We snappen dat het aantrekkelijk is,” zegt ze. “Maar het gaat wel over veiligheid en duurzaamheid. Daar mag je iets van verwachten, zeker in het onderwijs.”
Ook juf Jamie lijkt van koers te veranderen. In recentere video’s laat ze zien wat ze bij de Hema heeft gekocht voor haar klas. In de Facebookgroep krijgt de school in Aalten intussen ook kritiek. “Ik vind het een heel goed idee,” schrijft een leerkracht. “Maar ik zou er als ouder niet blij mee zijn dat het van Temu komt. Er zitten gifstoffen in.”