Naaien, strijken en koken op de huishoudschool
Kolenfornuizen, Sunlight zeep en andijviesoufflé. Het zal middelbare scholieren van nu weinig zeggen. Twintig studenten van de Universiteit van Amsterdam speurden in het Stadsarchief naar pareltjes die de geschiedenis van de Amsterdamse huishoudschool blootleggen.
Tekst Karen Hagen - Redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen
Het strijklokaal in de Tweede Openbare Huishoudschool, oktober 1953. Beeld: Stadsarchief Amsterdam en Fred van Diem
Een aantal grote blauwe dozen waren de ‘schatkist’ met archiefmateriaal van de Amsterdamse huishoudscholen. Oude tijdschriften, brieven, recepten, foto’s, papieren van een schoollied met daarop coupletten voor de groep ‘strijksters’ en ‘handwerkers’ en reclames voor de nieuwste klopveegzuiger of naaimachine. “In die dozen zijn we gaan spitten”, vertelt student Emma de Boer van de Universiteit van Amsterdam (UvA). “Het is heerlijk om een archief te doorzoeken. Ik wil meteen af van het stigma dat een archief saai is, daar kan ik mij zó niet in vinden. De levenslijnen die door elkaar heen lopen en de verhalen die wachten om gelezen te worden.”
Een inkijkje geven in de geschiedenis van de huishoudscholen, is precies wat de UvA-studenten hebben gedaan. Docent Nederlandse geschiedenis Laura van Hasselt begeleidde ze samen met haar collega Lisa Haushofer. “We proberen altijd theorie en praktijk te verbinden”, vertelt Van Hasselt. “En voor deze opdracht wilden we dat de studenten gebruikmaakten van archiefbronnen en oral history.” Het project beslaat een tijdsbestek van 1891 tot de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Ze kwamen uit bij de serie en site Geschiedenislokaal. “Op deze site ontsluit het Stadsarchief de geschiedenis voor middelbare scholieren”, zegt Van Hasselt. Voor De Boer en haar medestudenten lag er een uitdaging: zorgen dat het onderwerp zo aantrekkelijk mogelijk is voor de pubers van nu. De Boer: “We vroegen aan leerlingen van de mavo, havo en vwo wat ze interessant vinden en wanneer ze afhaken. Wat eruit kwam? Veel tekst is saai. Er moest daarom een verscheidenheid aan bronnen zijn met interactieve elementen, zoals een video en een puzzel. Ook halen we de geschiedenis naar het nu met vragen als ‘Wat vind jij van het idee dat meisjes moesten leren om dienstbaar en zorgzaam te zijn? Denk je dat zulke verwachtingen nog steeds bestaan vandaag de dag?’ om een gesprek in de klas te laten ontstaan.” Uiteindelijk kozen de studenten 22 bronnen uit en publiceerden die met context op de site Geschiedenislokaal.
Meest antifeministische plek
Eén van de thema’s was ‘vrouwen en verwachtingen’. De Boer: “Ik wist heel weinig over de huishoudschool. Ik wist niet dat er bijvoorbeeld verschillende soorten huishoudscholen waren en je niet echt kunt spreken van één huishoudschool -en ik had best een aversie tegen het concept. Waarom zou je daar als vrouw heen willen? De meest antifeministische plek: een opleiding tot huisvrouw en in dienst staan van je gezin.”
‘Je leerde hoe je een zakdoek kon strijken’
Joke Scheepers (74) ging in 1964 naar de katholieke huishoudschool in Amstelveen waar de kille sfeer haar benauwde en ze zich drie jaar eenzaam voelde. Meer thuis voelde ze zich later op de Amsterdamse huishoudschool.
“Altijd speelde ik vadertje en moedertje en ik kon goed oefenen in het gezin van negen waarin ik opgroeide. Ik wilde kleuterjuf worden en naar de middelbare meisjesschool en de kweekschool voor kleuterdocent. Toch ging ik als 12-jarige voor drie jaar naar de huishoudschool in Amstelveen. Notaris- en advocatenmeisjes zaten voorin de klas en kregen op zaterdag Franse les. Dat wilde ik ook, alleen ik kwam uit een arm arbeidersgezin.
Ik koos wel de ‘theoretische richting’ met Nederlands, Engels en rekenen, maar je moet je daar niet te veel van voorstellen. Het was zakdoeken strijken en gymbroeken te naaien. Als die zakdoek niet goed genoeg was, verkreukelde de docent die en kon je opnieuw gaan strijken. Een school met alleen maar meisjes vond ik niet leuk. Die katholieke wereld is mijn wereld niet: de tien geboden waren belangrijker dan emancipatie. Het was de tijdgeest, je had niks te vertellen. Eén dag in de week had je praktische vorming, daarvoor moest ik bij een rijk gezin in Amstelveen hun troep op de slaapkamers opruimen. Ik was jaloers op hun kinderen die wél naar school konden.
Schilde je een aardappel te dik? Dan werd je op je vingers getikt
Alles wat je in een huishouden zonder moderne apparaten kan bedenken, werd gegeven. Koken -kapje op je hoofd en een witte schort- vond ik wel een leuk vak. Het is creatiever en ik was er goed in. Schilde je een aardappel te dik, dan werd je op je vingers getikt. Ook leerde ik de groenten van het seizoen, vooral de schorseneren -‘de asperges voor de armen'- herinner ik mij.
De docenten op de katholieke huishoudschool waren heel strikt. Het was niet gezellig en ik voelde altijd een klassenverschil. Op mijn zestiende kwam ik via een kleine omweg op de huishoudschool in Amsterdam terecht. Daar zat ik twee jaar. Het was een verademing. Er heerste een vrijere sfeer, het was meer recht voor zijn raap en ik deed daar een zorgopleiding. Dit diploma bleek niet genoeg om te mogen beginnen aan een verpleegstersopleiding. Ik moest dan weer een extra jaar naar een soort van huishoudschool. Dat wilde ik niet en ik ging werken als zwemjuf in Uithoorn. Uiteindelijk ben ik toch in het onderwijs terechtgekomen, dankzij de moedermavo en de havo in de avonduren. Ik heb zelfs de hbo-master pedagogiek gehaald. Ik had een ontzettende drive om het leuk te maken voor kwetsbare kinderen en heb gewerkt op een OPDC, in het vluchtelingenonderwijs en mijn laatste baan was als manager bij een roc. Mijn lijfspreuk is: waar een wil is, is een omweg.”
Toch kantelde het beeld, zegt Van Hasselt. “Je moet het terugzien in de tijd, eind 19de eeuw, waar het juist is ontstaan als gevolg van de eerste feministische golf. Het was toen normaal dat meisjes na de lagere school geen onderwijs meer kregen totdat ze zeiden: wij willen ons ontwikkelen. Alleen wel op een manier die past bij vrouwen. Nu vinden we dat ouderwets, maar voor die tijd was het heel vernieuwend.” (Tekst loopt door onder foto).
Tweede Openbare Huishoudschool. Keuken, Elisabeth Wolffstraat 2, oktober 1953.
Juist het huishoudelijke werk waar eigenlijk nooit serieuze aandacht voor was, kwam in de spotlight. “Erkend werd dat je er kwaliteiten voor nodig had en kennis. Het was iets wat je niet onder het tapijt moest vegen”, zegt de UvA-docent. “Het bleef in het vrouwendomein, maar het was wel iets wat serieuzer werd genomen. Het idee was nog steeds dat de meeste vrouwen huisvrouwen werden, toch zette het de deur op een kier voor betaalde banen.”
De huishoudschool zette de deur op een kier voor betaalde banen voor vrouwen
Een strofe uit het schoollied dat de studenten als bron uitkozen, illustreert die verwachting. ‘Ik op de huishoudschool voor mijn trouwakte studeeren ga.’ De andere coupletten laten zien welke andere vakken aan bod kwamen: wassen, strijken en naaien. Een vaste plek in het rooster had ook het vak koken, een thema waar de UvA-studenten in de archieven op hebben gezocht. Zo schrijven ze dat het na de oorlog zuiniger moest dan in de jaren tachtig, toen er meer luxeproducten waren. De studenten vonden een recept voor een andijviesoufflé in het archief, een chiquer gerecht was dat waarbij alle ingrediënten zorgvuldig werden afgewogen.
Dat die ingrediënten zo werden afgewogen heeft te maken met het vak voedingsleer. Een tabel met ‘voedende bestanddelen’ laat zien waarom de huishoudschool ooit is opgericht, zo schrijven de studenten. Nederlanders aten vooral aardappelen, maar misten daardoor vitamines. ‘Vrouwen leerden hier wat ze moesten koken om hun gezin gezond te houden.’ Van Hasselt: “Ik was verrast dat ze ook een vorm van scheikunde kregen. Al viel het ‘gezonde koken’ met de normen van nu ook best tegen.”
Fabrikanten nemen huishoudschool serieus
Reclames waren nooit ver weg op de huishoudschool, ontdekten de UvA-studenten in het archief. Posters hingen pontificaal in het lokaal en de vrouwen kregen les in wat de beste zeep was: Sunlight. Van Hasselt: “Die fabrikanten namen de school serieus en sprongen er direct op in. Nu hebben scholen met Microsoft of allerlei aanbieders te maken, toch ook een soort reclame.” Huishoudscholen liepen soms best achter. Een oud-leerling van de huishoudschool vertelde student De Boer dat ze nog met wasborden stonden te wassen, terwijl gezinnen al een wasmachine hadden. Er was op veel huishoudscholen in Amsterdam een tekort aan machines, zo laat ook een foto zien. (Tekst loopt door onder foto).
Wasles in het waslokaal aan de Polderweg 3. ‘Op deze foto uit de jaren ’60 zie je dat er in het waslokaal van De Eerste Openbare Huishoudschool maar twee wasmachines stonden. Tijdens de lessen leerden de meeste leerlingen nog steeds hoe je met de hand wast. Ze volgden alle stappen van het wasproces: de was laten weken, spoelen, uitwringen en daarna drogen. Als je goed kijkt, kun je deze stappen op de foto terugzien.’
Van Hasselt vindt dat het archief door het project is verrijkt, want de studenten hebben interviews met oud-leerlingen van de huishoudschool toegevoegd. De transcripties en opnames zijn daarmee onderdeel van het archief geworden. Van Hasselt ziet de interesse in het onderwerp toenemen. “Een aantal promovendi is ermee bezig en ook internationaal leeft het. Vaak moet er een beetje tijd overheen gaan voordat we ons realiseren dat het interessante geschiedenis is.”
De UvA werkte voor dit project samen met Emma Los en Stefanie van Odenhoven van het Stadsarchief. Bekijk het project op de site van het Stadsarchief