‘Ik wilde zoveel mogelijk kapot schrijven’
Dertig jaar lang trok Ton van Haperen in zijn columns ten strijde tegen de rovende onderwijsadel en achteruit hollende leerprestaties. Hij is mild geworden, zegt hij zelf bij zijn afscheid. Werkelijk? “Er is geen klap veranderd.”
Tekst Lisette Douma - Redactie Onderwijsblad - - 9 Minuten om te lezen
De column van Ton van Haperen is de best gelezen column in het Onderwijsblad. Daar tegenover staat: áls lezers zich boos uiten op de brievenpagina’s, is het meestal Van Haperen die hun bloed doet koken. Foto: Fred van Diem
Ton van Haperen was echt niet van plan leraar te worden. Aan de keukentafel bij zijn ouders thuis had hij genoeg gehoord om te weten dat hij zich niet wilde begeven in het wespennest dat de school is. Zijn vader werd in 1968 rector. Altijd strak in pak, omgeven door een walm aftershave. Liep hij langs een klas waar herrie was? Dan sprak hij de docent daarop aan, hij liet niets gaan. “Als rector sta je echt in de wind. De rector is altijd de lul.” Dat ondervond Ton zelf als leerling op zijn vaders school. “De leraren zeiden onaardige dingen tegen mij. Als ik een docent bevroeg of tegensprak, was de reactie: ‘Jíj bent hier niet de rector.’ Alsof ik dat zelf niet wist.”
Op de lerarenopleiding raakte Ton van Haperen tegen wil en dank geïnspireerd
Dat hij economie ging studeren, was niet met de gedachte docent te worden. Toch haalde hij ook zijn bevoegdheid. “Het waren de jaren tachtig, de banen lagen niet voor het oprapen, ik had opties nodig.” Op de lerarenopleiding raakte hij tegen wil en dank geïnspireerd, door onderwijsvernieuwers als Ivan Illich die pleitte voor het afschaffen van schoolse vormen van leren. Leraren hoefden van Illich geen pedagogen te zijn, of een opleiding te hebben, tevredenheid van leerlingen was belangrijker dan een diploma. Met die insteek begon Van Haperen als stagiair zijn eerste lessen. “De stagebegeleider kwam langs, het was een teringzooi. ‘Zo wordt het helemaal niets’, was zijn oordeel. ‘Als ik de volgende keer kom, moet het anders zijn, anders kun jij hier wel mee ophouden.’”
Freejazz
Van Haperen liet Illich vallen als een baksteen. “Omdat ik niet echt snapte wat ik deed, greep ik naar een autoritaire stijl. Mijn geluk was dat ik strikt zijn kon combineren met humor: ik kreeg ze aan het lachen. In mijn beginjaren gaf ik les als de Ramones, nu geef ik les als een freejazz-muzikant.” Vrij vertaald van de Wikipediapagina: ‘Freejazz komt hard en agressief over en kent sterke dissonanten. Een freejazz-uitvoering maakt nauwelijks gebruik van vooraf gecomponeerde melodieën.’
Wie Van Haperens columns in het Onderwijsblad leest, herkent misschien iets in deze typering. Ook zijn columns zijn hard en ietwat agressief, staccato, vol dissonanten. Maar vergis je niet: de lijnen komen altijd samen, er is altijd een boodschap, onderlegd door feiten, afgetopt met nietsontziende meningen.
Ik vind pensioen ingewikkeld
In augustus wordt Van Haperen 67 jaar, hij gaat met pensioen. Of toch niet? “Ik ga nog wel een collega inwerken op de universiteit (Leiden, waar hij lerarenopleider is, red.). En mijn voorexamenklassen wil ik toch wel graag naar dat examen leiden, maar zodra mijn leerlingen me niet meer mee willen hebben, ben ik weg.” Toegegeven: niet werken, lijkt niet echt zijn ding. “Ik vind pensioen ingewikkeld. Ik zie twee keuzes: doe het als Marlon Brando in The Godfather en trek je resoluut terug. Of ga voor het model van Bob Dylan: die tourt maar door.”
Soms blijf ik als een oude plaat in een groef hangen
Voor Van Haperen is het lastig kiezen tussen zijn idolen. Waar hij resoluut over is, is die column, die er dertig jaar was. “Als je ouder wordt, moet je op een gegeven moment je mond houden. Ik vind zelf soms ook dat ik als een oude plaat in een groef blijf hangen.” Als beginnend columnist stond hij in de ‘revolutionaire’ stand. “Ik voerde een soort van anarchistisch verzet. Ik wilde zoveel mogelijk kapot schrijven.” Nu is hij naar eigen zeggen ‘mild’ geworden. Het is een kwalificatie die hij gaandeweg het gesprek vaker uit, wat door de interviewer met verbazing wordt ontvangen - Van Haperen: mild?!
Wat er volgens Van Haperen kapot moet? In zijn begintijd moest het Studiehuis eraan. Ondanks zijn waarschuwingssalvo’s, kwam dat er toch, om snel een stille dood te sterven.
Hoge verwachtingen zijn cruciaal
Zijn pijlen zijn ook altijd gericht op de ‘onderwijsadel’: besturen die de macht hebben, het geld mogen verdelen of toe-eigenen, maar gestelde doelen consequent niet halen. In het vorige nummer van het Onderwijsblad schreef Van Haperen een recensie over het essay Zwarte zwanen van onderwijssocioloog Iliass el Hadioui, grondlegger van het scholingsprogramma de ‘Transformatieve School’. Volgens El Hadioui ontbreekt het in het onderwijs aan cohesie en moeten leraren en schoolleiders gaan samenwerken ten behoeve van het gezamenlijk resultaat: de leerprestaties. Daarbij is het cruciaal om hoge verwachtingen te hebben van leerlingen. Van Haperen: “Dat klopt als een bus, maar - niet om het één of te ander - mijn vader zei dit al in 1965. Had het dan niet gekund dat scholen dit zelf zouden oppikken? Bestuurders hebben hun mond vol van eigenaarschap, maar ze komen niet zelf met een oplossing voor de onderwijscrisis. Nee, zij kopen en masse het programma van de Transformatieve School in. Ministerie, VO-raad: iedereen is dolblij. Maar hadden ze dit nu echt niet zelf kunnen bedenken?”
Het lijkt wel of de beroepseer er niet meer is
Ook de beroepsgroep zelf krijgt er regelmatig van langs. Er is namelijk geen beroepsgroep, vindt Van Haperen. “Het is een optelsom van mensen in dienst bij dezelfde werkgever.” Hij analyseert: “Vroeger werkte vrijwel iedereen fulltime, nu zijn er veel parttimers, die hebben andere dingen aan hun hoofd. Jonge mensen zijn haastiger geworden. Het lijkt wel of de beroepseer er niet meer is. Ik kan nog steeds om vier uur ’s nachts wakker worden en denken: Die betalingsbalans heb ik niet goed uitgelegd aan mijn klas. Dan kom ik daar de volgende dag op terug en leg ik het nog een keertje uit, maar dan anders.” (Artikel loopt door onder foto.)
Ton van Haperen: "Niets is zo lekker als een goedlopende les." Foto: Fred van Diem
Volgens Van Haperen heb je in elke organisatie 6 tot 8 procent incompetente werknemers, toch wordt er in het onderwijs vrijwel niemand ontslagen. “We dekken het allemaal toe. We weten niet eens wat competent is. Je beroep moet gekoppeld zijn aan professioneel handelen. Ik heb bijvoorbeeld collega’s die zeggen: ‘Die mailtjes van ouders? Ik beantwoord ze niet meer.’ Hou toch op man! Dat hoort gewoon bij je werk. Maar als het oké is dat de één die mailtjes niet beantwoordt en de ander wel, is er geen professionele basis.” De lerarenopleidingen zijn hier zeker ook debet aan. “Dat is een particuliere observatie. Maar het is wel zo.”
Die column heeft mijn identiteit gevormd en daardoor mijn lessen beter gemaakt
Nog een stokpaardje: de werkdruk. “Al dat gejammer… Ik snap wel dat je vast kunt lopen van het repetitieve in het onderwijs. Maar dan moet je daarbuiten gewoon iets gaan doen: iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen geluk.” Zelf zou hij het zonder zijn column niet gered hebben. “Na tien jaar kwam er bij mij ook wel een soort metaalmoeheid. Die column kwam helemaal op het juiste moment, het was voor mij pure verlossing. Het heeft mijn identiteit gevormd en daardoor mijn lessen beter gemaakt.”
Positief afsluiten? Dat kan hij helaas niet
Collega-columnist Asis Aynan vroeg Van Haperen - volgens hem een van de beste onderwijs-columnisten van Nederland - op een positieve manier afscheid te nemen. Aynan heeft behoefte aan een motiverend verhaal: dat heeft Van Haperen toch zeker wel in zijn notitieboekje? “Zeker heb ik positieve ervaringen. Niets is zo lekker als een goedlopende les. Dat is waar het om draait. Ik zie collega’s die inspireren, die mooie dingen doen.” Maar positief afsluiten, kan hij helaas niet. “Toen mijn vader kanker kreeg, was hij binnen vier maanden dood, op zijn 71ste. Nu, 25 jaar later, heb je als kankerpatiënt veel betere kansen, de gezondheidzorg heeft zich ontwikkeld. Als ik dat naast het onderwijs leg, is die ontwikkeling er niet. Sterker: de leerprestaties kelderen. En nog erger: ik zie geen collectieve inspanning om het tij te keren. Dat is ook mijn eigen nederlaag. Ik heb dertig jaar geschreven en er is geen klap veranderd.”
Een uitstapje naar de politiek
Aan Van Haperens inspanningen heeft het niet gelegen. Naast columns en opiniestukken schreef hij boeken en was hij tot voor kort lid van RED-Team Onderwijs. Nu is hij voorzitter van de Stichting Meer leren op School die het onderwijslandschap wil veranderen. Even probeerde Van Haperen nog een uitstapje naar de politiek, als nummer 2 op de lijst voor NLBeter. Die partij was opgericht door medici als longarts Wanda de Kanter. “Wij zagen een parallel met het onderwijs. Zij wilden dat het in de gezondheidszorg zou draaien om de relatie arts-patiënt, en niet om de verzekeringsmaatschappijen. En ik wilde dat het in het onderwijs zou gaan om de relatie leraar-leerling, en niet om schoolbesturen.” Als de leraren én de onderwijsbestuurders het niet doen, dan moet de politiek ingrijpen, is nog steeds de mening van Van Haperen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 behaalde de partij NLBeter 0,1 procent van de stemmen, onvoldoende voor een zetel.
Spreekverbod
In het jongste lezersonderzoek scoorde hij met een leesdichtheid van 54 procent het hoogst van de Onderwijsblad-columns. Van de lezers in het voortgezet onderwijs vindt 64 procent van onze lezers zijn column het meest aansprekend. Radio en televisie weten hem te vinden en hij is een begenadigd spreker op congressen. Daar tegenover staat: áls lezers zich boos uiten op de brievenpagina’s van het Onderwijsblad, is het meestal Van Haperen die hun bloed doet koken.
Eén keer heeft hij een enorm conflict gehad over zijn column. Op basis van regionale berichtgeving beschuldigde hij zijn schoolbestuur, Ons Middelbaar Onderwijs, 25 jaar geleden van kartelvorming. De toenmalig bestuursvoorzitter, Rob Kraakman, schreef een pittige brief: ‘Het bestuur draagt u bij dezen op u in het vervolg van dergelijke negatieve uitlatingen over uw werkgever te onthouden.’ Van Haperen beschouwde dit als een spreekverbod en ging vol op het orgel, gesteund door de rector van zijn school en door toenmalig Onderwijsblad-hoofdredacteur Onno Bosma en AOb-voorzitter Jacques Tichelaar. Daarna onthield zijn schoolbestuur zich van verder commentaar.
Lees het dan niet tot de laatste regel, sukkel!
Dat een columnist van zijn kaliber niet alleen maar vrienden maakt, is niet verwonderlijk. Zoals hij het zelf schrijft in een recente column: ‘Lees het dan niet tot de laatste regel, sukkel!’