Ervaring in grote stad maakt leerkracht rijker
Jaarlijks vertrekken er honderden leraren meer uit de vijf grote steden dan er binnenkomen. Zo veel mogelijk nieuwe mensen opleiden in de G5 helpt, want leerkrachten die het vak er geleerd hebben, brengen iets extra’s. “Het zijn gouden leerkrachten.”
Tekst Michiel van Nieuwstadt - Redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen
Angela Esajas is geboren in Amsterdam en verhuisde op haar achtste naar Almere, waar ze van 2010 tot 2022 werkte als juf. Nu is ze directeur van kindcentrum de Lichtbaak in Assen. Beeld Fred van Diem
Negen paar voetjes staan er op de foto die Angela Esajas drie jaar geleden maakte op haar nieuwe school in Hoogersmilde. Twee in klompen, drie in slippers en vier in gympen. En één paar Nike Jordans; die zijn van de juf.
Kort daarvoor verruilde ze Almere voor Drenthe. De foto verbeeldt het contrast tussen beide werelden. “Ze liepen écht op klompen!”, lacht Esajas. “Wat leuk, zeiden mensen, dat je op Instagram een foto hebt gezet met een paar leerlingen uit je klas. Maar dat was mijn hele klas. Op de Driemaster in Almere had ik het jaar daarvoor nog 32 leerlingen in mijn klas met twintig verschillende nationaliteiten. Die dynamiek past bij mij. Het afscheid viel mij zwaar.”
Met haar vertrek naar een veel kleinere gemeente behoorde Esajas in 2022 tot een grote en groeiende groep. Basisscholen in de vijf grote steden verloren tussen 2020 en 2024 in totaal 1154 leraren aan andere gemeenten, meldde de Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren in december: een negatief saldo van bijna 300 per jaar.
Boerderij in Drenthe
Eerder schreef het Onderwijsblad over de problemen die leraren ondervinden om een woning te vinden in steden als Utrecht en Amsterdam, ondanks voorrangsregelingen voor mensen in het onderwijs en andere ‘vitale beroepen’. Woonruimte speelde ook een rol bij het vertrek van Esajas: “De rust en weidsheid van Drenthe gaven me altijd een vakantiegevoel. Ik werd verliefd op Hans uit Groningen, inmiddels mijn man. Tijdens de coronaperiode ontstond het idee om met onze kinderen en ouders samen te wonen op een ruimere plek. Mijn ouders zijn geboren in Suriname en de moeder van Hans in Zuid-Afrika. In onze families is het vanzelfsprekend dat je voor je ouders zorgt en hen niet onderbrengt in een zorginstelling.”
Gemiddeld ligt er maar 14 kilometer tussen de school waar leraren zijn afgestudeerd en de plek waar ze hun eerste baan vinden
Humor hielp Esajas wennen aan haar nieuwe omgeving. “We kochten een boerderij in Wijster, een dorp met een kleine en hechte gemeenschap. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Ik kleed me kleurrijk en kan soms luidruchtig zijn. Ik merkte dat ik in het dorp en ook op de scholen in de omgeving één van de weinige mensen met een migratieachtergrond was, een duidelijk contrast met Almere. Thuis grapten we dat het inwonertal dankzij onze komst was toegenomen van 1000 naar 1007.”
Kopen niet haalbaar, huren valt niet mee
In het basisonderwijs lijkt de vlucht uit de grote steden wat af te af te zwakken, maar in het voortgezet onderwijs neemt die juist toe: minus 138 in het schooljaar 2023-2024. Tegen die trend in verhuisde aardrijkskundedocent Arjan van Duijn begin vorig jaar van Katwijk naar Den Haag. Kopen in zijn eentje was niet haalbaar en een huurwoning vinden viel niet mee: “De woningcoöperaties hadden voor sleutelberoepen maar een handvol woningen beschikbaar. Ik heb meerdere mails gestuurd naar de gemeente, om te vragen hoe het zat met die regeling, maar geen antwoord gekregen. De informatie daarover op de website was in 2023 voor het laatst aangepast. In Katwijk woonde ik samen met mijn vader in een ruim rijtjeshuis. Na vijftig keer tevergeefs reageren heb ik samen met een vriendin van de middelbare school een plek gevonden op 5 minuten fietsen van het Segbroek College, waar ik nu werk.”
Arjan van Duijn, werkt sinds september 2024 als docent aardrijkskunde op het Segbroek College in Den Haag. Vorig jaar verhuisde hij vanuit Katwijk naar de grote stad. Foto Fred van Diem
Naast woningnood zijn er voor leraren andere redenen om uit de grote stad te vertrekken. Minder personeelstekorten en kleinere klassen maken het werk daarbuiten aantrekkelijk. Van de personeelstekorten in de grote steden ligt dat in Almere met 22 procent het hoogst: drieënhalf keer het landelijk gemiddelde.
Scholen met een meer voorspelbare leerlingpopulatie waren populair onder pabo-studenten in Almere, merkte Esajas. “Onze school wist studenten niet altijd te bereiken. Op de Driemaster in de Stedenwijk werkten we met een dynamische doelgroep, wat het onderwijs intensief en betekenisvol maakt. Studenten kiezen soms voor een plek waar de randvoorwaarden stevig staan.”
De situatie in Den Haag is vergelijkbaar, ziet Arjan van Duijn. “Ik denk wel dat docenten liever kiezen voor een makkelijke school. Op alle scholen hangt wel een vorm van straatcultuur, op sommige meer dan op andere, en ik denk wel dat veel docenten liever een school kiezen waar de straatcultuur minder problematisch is, waar opvoeden niet je grootste taak is en waar je vooral bezig kan zijn met je vak.”
Dat de scholen in Den Haag diverser zijn dan in zijn geboorteplaats beschouwt Van Duijn als een voordeel. “Sommige vrienden uit Katwijk hebben hun hele leven op witte scholen gezeten. Mij bevalt de mengelmoes op scholen in de grote stad. Laatst vertelde ik in de klas over Gambia. Dan roept een leerling: Daar is mijn vader geboren.”
Privéleraar in de kleine klas
Leraren zijn over het algemeen honkvast, meldt de Trendrapportage. Gemiddeld ligt er maar 14 kilometer tussen de school waar leraren zijn afgestudeerd en de plek waar juffen en meesters in het basisonderwijs hun eerste baan vinden. Die afstand neemt de laatste jaren af. “Voor mijn verhuizing reisde ik vanuit Katwijk drie kwartier heen en drie kwartier terug”, zegt Van Duijn. “Dat vreet mentale energie.”
Esajas werkt nu in Assen. Na haar verhuizingen, als achtjarige van Amsterdam naar Almere en later naar Drenthe, voelt het alsof ook zij is teruggekeerd op het oude honk. “Ik voelde me op de school in Hoogersmilde zeker op mijn plek. Kinderen geven mij energie en het waren leuke kinderen. Maar met zo’n kleine klas miste ik het werken in een grotere, diverse omgeving. Soms voelde het alsof ik een privé-juf was.”
Minder personeelstekorten en kleinere klassen maken het werk buiten de Randstad aantrekkelijk
In september 2025 maakte Esajas de overstap naar kindcentrum de Lichtbaak in Assen. Ze viel er in als leerkracht om de school te leren kennen en ging er daarna aan de slag als directeur. “Ik heb bewust gezocht naar een school die bij mij past. De Lichtbaak is een plek waar regulier onderwijs en nieuwkomersonderwijs samenkomen. In onze taalklassen leren kinderen in 40 weken intensief Nederlands ter voorbereiding op het reguliere onderwijs. Ik herken mezelf in de diversiteit van de leerlingen.”
Het is een school waar veel gebeurt en de betrokkenheid groot is, stelt Esajas. “We hebben als team wisselingen achter de rug. Ouders hadden begrijpelijk vragen en wilden stabiliteit. Daar zijn we samen mee aan de slag gegaan. Ik ben trots op wat wij in korte tijd hebben neergezet: Er is rust gekomen, vertrouwen gegroeid en er zijn nu warme lijnen met ouders. Ik werk met een betrokken team waarin verschillende achtergronden samenkomen. Aan het begin van het schooljaar kwam een moeder van Sierra Leoonse afkomst naar mij toe. Ze zei: ‘Ik ben trots dat jij onze nieuwe directeur bent. Nu ziet mijn dochter dat zij later ook de leiding kan nemen.’ Dat raakte me.”
Collega’s verhuizen rond hun dertigste
De trek van leraren uit de stad is een trend, die bestuurder Arie van Loon van het Amsterdamse bestuur AMOS al jarenlang incalculeert. “Amsterdam is nu eenmaal een studentenstad, dus we zien al heel lang dat collega’s na de pabo bij ons komen werken en rond hun dertigste verhuizen wanneer ze gaan settelen, bijvoorbeeld bij een tweede kind om groter te gaan wonen. Voor ons betekent het simpelweg dat we meer moeten werven en opleiden.”
Dat valt niet altijd mee. Volgens de jongste cijfers van de Vereniging Hogescholen groeide het aantal pabostudenten vorig jaar met 7,6 procent naar 6277. Met een groei van 5,3 procent bleven pabo’s in de grote steden hierbij achter.
Positieve uitzondering was hogeschool Windesheim in Almere, met een groei van 51 naar 79 studenten. Het is een indrukwekkende toename van 55 procent, al komt die van een lage basis. “Sinds september 2025 krijgen onze afgestudeerde studenten passende woonruimte én een perspectief op een doorstroomwoning”, vertelt een woordvoerder van de hogeschool.
Schat aan ervaring
Voor studenten is het belangrijk om stage te lopen op scholen met een dynamische en diverse leerlingpopulatie, zegt Esajas. “Ga juist naar die scholen waar je als leraar het verschil kunt maken. Je doet er een schat aan ervaring op, niet alleen in het lesgeven, maar ook in het samenwerken met ouders en in het kijken naar wat een kind nodig heeft.”
Esajas herinnert zich dat een collega haar aansprak over gesprekken met ouders. “Ze zijn zo boos, zei ze. Ik moest lachen. Boos, zei ik, nee hoor. Ze zijn temperamentvol. Zo praten mijn tantes ook.”
Ook Van Duijn voelt zich gesterkt door zijn ervaring in de grote stad. “Op mijn stagescholen heb ik veel geleerd van het lesgeven in een grootstedelijke context.” Werken in die context vraagt om flexibiliteit, relativeringsvermogen en culturele sensitiviteit, stelt Esajas. “Als je daar leert lesgeven, neem je vaardigheden mee die je overal kunt inzetten. Leraren die het vak in de grote stad geleerd hebben, zijn breed gevormd en staan steviger in hun schoenen. Het zijn gouden leerkrachten wat mij betreft.”