De directeur is steeds vaker een vrouw
In het basisonderwijs is ruim twee derde van de schoolleiders een vrouw. Onder meer een duidelijker beroepsprofiel effende voor vrouwen de weg naar de top. Dat zal het onderwijs niet opeens anders kleuren. “Het verschil tussen individuen is groter dan dat tussen mannen en vrouwen.”
Tekst Bea Ros - - 7 Minuten om te lezen
Beeld Fred van Diem
Het aandeel vrouwen aan de top groeit, in alle (semi)publieke domeinen. Volgens de laatste Monitor Genderdiversiteit van SEO Economisch Onderzoek is dit in 2024 gemiddeld 41 procent. Ook in de onderwijssector zien we die stijgende trend. Vooral het basisonderwijs is aan een inhaalslag bezig. Waar het primair onderwijs al jarenlang een oververtegenwoordiging van vrouwelijke leraren kende (88 procent), weerspiegelde zich dat nog niet in de leiding. Maar de laatste DUO-cijfers maken duidelijk dat vrouwelijke schoolleiders nu eerder uitzondering dan regel zijn: in 2024 was gemiddeld 69,1 procent van de schooldirecteuren een vrouw. Tien jaar eerder (2014) was dat nog 48,3 procent. Bovengemiddeld scoren de Gooi & Vechtstreek (81,1 procent), Noord-Holland Noord (79,4 procent), Noord-Groningen (78,6 procent) en Amsterdam (78 procent). Ver onder het gemiddelde zitten de Noordwest-Veluwe (50,6 procent) en Roermond (50,8 procent).
De kwaliteit van onderwijs hangt niet af van gender, maar van kwaliteit van leidinggeven
Waarom kiezen vrouwen nu massaal voor een carrière als schooldirecteur? Volgens Annemarie Neeleman, lector Onderwijskundig leiderschap in lerende onderwijsorganisaties aan Hogeschool Rotterdam, heeft dat onder meer te maken met de professionalisering van de functie. “De laatste vijf, tien jaar zijn er opleidingen, standaarden en een beroepsregister gekomen. En uit onderzoek weten we: een beroep wordt toegankelijker als transparant is welke competenties erbij horen. Je bent dan niet meer afhankelijk van toeval en informele kanalen, maar kunt er gericht naartoe werken.”
Een andere belangrijke reden is een nieuwe vorm van leiderschap. “Het beeld van de schoolleider als een manager die controleert en beheerst, maakt steeds meer plaats voor de lerende leider die verbindt en richting geeft”, vertelt Neeleman. “Ik merk dat veel vrouwen zich herkennen in deze meer relationele stijl van leidinggeven.”
Anje Ros, lector ‘Goed leraarschap, goed leiderschap’ aan Fontys Hogeschool, beaamt dit. “De directeur staat midden in het team en werkt aan een gezamenlijk gedragen visie en aan een samenwerkingscultuur.” Bovendien werken steeds meer scholen met gespreid leiderschap, waarbij teamleden soms een leidersrol op zich nemen. “Zo kunnen vrouwen al ervaring opdoen met leidinggeven”, stelt Ros. “Dat maakt de stap naar een functie als schoolleider kleiner.”
‘Hart voor onderwijskwaliteit’
Gésanne Swinkels: "Mijn vergezicht is nog steeds dat bestuursbureau
Gésanne Swinkels (32) doet managementondersteuning op basisscholen Dr. Jan de Quay in Beers en de Akkerwinde in Vianen. Ze volgt de schoolleidersopleiding Vakbekwaam bij Fontys en loopt twee dagen per week mee met de directeur van basisschool de Waai in Cuijk.
“Ik heb altijd twee banen gehad. Leraar en ib’er op een school en onderwijsadviseur. Met de voeten in de klei, en daarnaast samen met scholen werken aan onderwijskwaliteit. Van dat laatste gaat mijn hart sneller van kloppen, merkte ik. Mijn droombaan was om hoofd onderwijs & kwaliteit te worden bij een schoolbestuur. Maar toen ik daarop solliciteerde, kreeg ik terug dat ik te weinig ervaring in leidinggeven had. Toen zei mijn directeur: Je moet gewoon de schoolleidersopleiding doen.
Het leuke aan leidinggeven vind ik de afwisseling. Je bent bezig met inhoud en onderwijskwaliteit, maar ook met financiën en met personeelsmanagement. Het nadenken over hoe je dingen goed kunt organiseren en hoe ik teamleden kan ontlasten, vind ik interessant. En ook hoe je omgaat met al die verschillende mensen in een team en hoe je hen kunt laten groeien.
Ik ben goed in structureren, plannen, organiseren, mezelf inleven en het innemen van een helikopterview. Ik vind verbinding heel belangrijk: zorgen dat je alle collega’s kent en weet wat er speelt. Goed luisteren naar iedereen, dat is ook een van mijn sterke kanten. Wat ik nog meer mag ontwikkelen, is loslaten. Ik ben iemand die graag controle wil houden. Maar soms is het goed om niet meteen in te grijpen en erop te vertrouwen dat het team het zelf kan oplossen. Het belangrijkste is dat we als team in gesprek blijven over wat en hoe we iets doen.
Mijn vergezicht is nog steeds dat bestuursbureau. Maar eerst ga ik met zwangerschapsverlof, ik ben in verwachting van mijn derde kindje. Daarna hoop ik heel snel een eigen school te krijgen, waar ik al het geleerde in praktijk kan brengen. Ik verheug me er enorm op om de komende jaren echt de eindverantwoordelijke van een school te zijn.”
Typisch vrouwelijk leiderschap bestaat niet
Uit algemeen onderzoek blijkt dat vrouwen vaker transformationele leiders zijn: ze zijn relatief meer dan mannen gericht op verbinding en op teamleren. Maar dat betekent allerminst dat er zoiets bestaat als typisch vrouwelijk leiderschap, waarschuwt Neeleman. “De gevonden verschillen zijn weliswaar significant, maar ook klein. En als je bovendien inzoomt op de sector onderwijs worden de verschillen nog kleiner. De verschillen tussen individuen zijn groter dan die tussen mannen en vrouwen.”
Als je al hokjes zou willen maken, dan liggen die eerder langs de lijn van leeftijd, dan van gender. “Jongere directeuren, man of vrouw, lijken meer gericht op transformationeel leidinggeven dan oudere.” Onderzoek laat ook zien dat de kwaliteit van onderwijs niet afhangt van gender, maar van de kwaliteit van leidinggeven.
De stijging van het aantal vrouwelijke leiders is in principe positief, stellen beide onderzoekers. “Vrouwelijke leiders zijn belangrijk als rolmodel, zowel voor leerlingen als voor leraren’, stelt Neeleman. Maar in het primair onderwijs dreigt de balans nu zoek te raken. De teams zijn al overwegend vrouwelijk, als ook de leiders dat worden, mis je het broodnodige evenwicht. Want diversiteit in een team komt de kwaliteit ten goede.
Neeleman en Ros zoeken de oplossing liever in stimuleren dat er meer mannen voor het leraarsberoep kiezen, dan een rem te zetten op het aantal vrouwelijke leiders. Al vreest Ros wel een bijeffect: “Als jongens alleen vrouwelijke schoolleiders zien, gaan ze misschien helemaal niet meer naar de pabo.”
'Ik wil sturen op inhoud’
Susan Herrings (54) was jarenlang opleidingsmanager op de iPabo en maakte in 2018 de overstap naar een leidinggevende positie in het basisonderwijs. Sinds 2024 is ze directeur van basisschool Tamarinde in Zaandam.
“Op de pabo wilde ik graag meer aandacht voor pedagogiek en didactiek, maar ik kreeg dat moeilijk omgeturnd. Ik dacht toen: als schoolleider zit ik dichter op het proces en heb ik meer invloed. Ik vond het wel raar dat ik nog de schoolleidersopleiding moest doen, ik had op de pabo nota bene zelf een module in die opleiding verzorgd. Ze vonden me ook een vreemde eend in de bijt: ik heb heel wat brieven moeten sturen alvorens ik aangenomen werd als directeur.
Als kind zat ik meer buiten de klas dan erin. Ik was speels en paste niet in het systeem. Misschien dat ik me daarom zo betrokken voel bij werken aan goed onderwijs. Mijn motto is: het kind moet worden gezien. Ik heb ook bewust gekozen voor een school met een hoog leerlinggewicht, waar je het meeste verschil kunt maken. Mijn grootste leren was om onbevooroordeeld naar ouders te kijken en naar hen te luisteren. Dan kom je best bij elkaar, want je wilt hetzelfde: het beste voor het kind.
De mens zien is in je team ook belangrijk. Elke ochtend loop ik bij iedereen langs om te horen hoe het gaat en hen succes met de dag te wensen. En ’s middags probeer ik ook altijd iedereen weer gedag te zeggen. Goed luisteren naar wat mensen nodig hebben. Maar ik geef ook richting: collega’s willen graag duidelijkheid over kaders en prioriteiten. En ik stuur op inhoud en stevige onderbouwing van die inhoud. Met ‘zo doen we het hier altijd’ komen teamleden niet weg en dat weten ze ook van mij. Als iets minder gaat, kijk ik ook naar mezelf, want kennelijk heb ik dan te weinig gestuurd.
Toen ik hier begon als directeur, hadden we een onvoldoende van de inspectie. Dat is nu gelukkig weer een voldoende. Maar we kunnen als school nog zoveel meer. We werken op dit moment met het professionaliseringsprogramma Transformatieve School, om als team echt een cultuur van hoge verwachtingen te creëren, naar onze kinderen en naar elkaar. Blijf vooral ambitieus!”