PO
VO

Vo-scholen slaan schooladvies in de wind

Sinds 2014 moet het advies van basisscholen in principe bepalen op welk niveau leerlingen terecht komen in het voortgezet onderwijs. In de praktijk weigeren middelbare scholen soms leerlingen op basis van eerder gemaakte Cito-toetsen. Vooral kansarme leerlingen zijn de dupe.

Tekst Joëlle Poortvliet - redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen

rosa-snijders-plaatsingsadvies

Intern begeleider Ariëtte Vlot switchte vorig schooljaar van een basisschool met vooral witte kinderen van hoogopgeleide ouders naar een school met een tegenovergestelde populatie. En direct werd kansenongelijkheid een onderwerp. Want waar Amersfoortse vo-scholen doorgaans zitten te springen om ‘Berg-kinderen’, Vlots voormalige leerlingen, moest ze nu praten als Brugman om twee groep 8-leerlingen na de zomer op het geadviseerde schoolniveau te laten starten.

De ouders van beide leerlingen waren de Nederlandse taal niet machtig, vertelt Vlot. Vooral in eerdere jaren van de basisschool levert dat steevast lage Cito-scores op. Tegelijk zag het team kinderen met een positieve werkhouding, die juist in groep 7 en 8 ontwikkelsprongen maakte en vaak beter scoorden op methodetoetsen dan voor het Cito. Het schooladvies luidde voor hen beiden: vmbo-basis.

Maar de vmbo-school waar de leerlingen werden aangemeld, wilde er niet aan. Vlot: “We kregen ‘nee’ op papier, zonder een telefoontje of observatie.” Ze zocht contact, maar kon zich niet vinden in de argumentatie: “Op basis van gegevens uit het Cito-leerlingvolgsysteem vond de vo-school praktijkonderwijs beter bij deze leerlingen passen. Ze wilden afstroom voorkomen.”

Dit stuk lees je gratis uit het Onderwijsblad. Op de hoogte blijven van alles wat er in het onderwijs speelt? Word lid van de AOb!

Check alle voordelen van het lidmaatschap

Extra eisen

Inmiddels is al bijna negen jaar het schooladvies leidend bij de overgang tussen po en vo. Dat betekent dat de leerkracht van groep 8 aangeeft welk type voortgezet onderwijs het beste bij een leerling past. Alleen bijzondere middelbare scholen mogen extra eisen stellen: denk aan tweetalig onderwijs, topsportscholen of technasia.

Sommige regio’s kennen ook plaatsingswijzers, maar die hebben geen formele status, zo staat in elke overheidsbrochure te lezen. Het ministerie van Onderwijs wil dat er kansrijk wordt geadviseerd. Daarom analyseert de leerkracht - en vaak ook andere leden uit het team - leerprestaties, maar kijkt hij ook naar ‘zachte’ leerlingkenmerken zoals werkhouding, motivatie en zelfvertrouwen.

Sinds diezelfde zomer van 2014 zijn basisscholen wettelijk verplicht een leerlingvolgsysteem (lvs) bij te houden. Toetsscores uit zo’n lvs-systeem worden in het kader van een “warme overdracht” vaak al bij aanmelding gedeeld met de vo-school. Verreweg de meeste scholen kiezen voor het leerlingvolgsysteem van Cito, al decennia marktleider in toetsen over taal en rekenen bij kinderen.

Terug naar de vo-school waar ib’er Vlot mee te maken had. Deze bleek onvermurwbaar: “Op een gegeven moment gaat de tijd dringen en wil je graag duidelijkheid voor de leerlingen en de ouders.” Vlot startte een officiële klachtenprocedure, omdat de ouders daartoe niet in staat waren. Uiteindelijk werd het meisje toegelaten, maar de jongen niet. “Voor hem werd het te laat in het schooljaar om de procedure af te wachten.”

Knagen

Vlot vond voor de jongen een goede plek op een school voor praktijkonderwijs. Maar de gang van zaken en het contrast met haar vorige school blijft knagen. “Omdat dit precies is wat we niet willen: juist deze leerlingen moeten de kansen krijgen die we hen met z’n allen zo gunnen.”

Juliëtte van der Meer, ib’er uit dezelfde stad, herkent de problematiek. Al eerder vertelde ze in het Onderwijsblad over middelbare scholen die de complete toetshistorie van basisschoolleerlingen opvragen. Ook Van der Meer maakte afgelopen jaren enkele incidenten mee bij verschillende vo-scholen waarbij ze leerlingen niet, of moeilijk geplaatst kreeg op het niveau van het schooladvies.
En ook zij werkt op een school met veel kansarme leerlingen.

Leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond maken vaak een inhaalslag

Van der Meer: “Leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond starten vaak met een achterstand ten opzichte van Nederlandse leeftijdsgenootjes. Maar ze maken een inhaalslag in de laatste jaren van de basisschool.” Uit een klein onderzoekje op haar school blijkt dat deze groep kinderen juist in de laatste twee, drie jaar van de basisschool enorm groeit. “We vermoeden dat die ontwikkeling doorzet in het vo, maar dan moeten kinderen daar wel de kans voor krijgen.”

Toetsgegevens

Een basisschooldirecteur uit Midden-Nederland liet een weigering vorig schooljaar niet over haar kant gaan. Vanwege de relatie met de vmbo-school in kwestie wil ze anoniem blijven, maar de casus is vergelijkbaar: de vo-school waar de leerling zich had aangemeld wilde hem niet op het geadviseerde schoolniveau plaatsen vanwege ‘de toetsgegevens en de thuissituatie’, vertelt de directeur: “Het ging om een leerling met een Syrische achtergrond.”

(artikel gaat verder onder afbeelding)

Beeld: Rosa Snijders

De schoolleider zocht het hogerop, bij het bestuur, waarna de leerling uiteindelijk toch werd geplaatst. Ze realiseert zich: “Deze jongen heeft geluk gehad met iemand die z’n tanden erin zet. Ik kan me voorstellen dat collega’s hier helemaal niet aan toe komen. Dan had dit kind nu misschien niet op de juiste plek gezeten. Maar bovenal: het zou niet nodig moeten zijn.”

Er is nog onvoldoende vertrouwen in het schooladvies

Ook docent Nederlands Duygu Donmez, op dat moment nog werkzaam als groep-8 leerkracht in de Haagse Schilderwijk, kreeg vorig voorjaar de zorgcoördinator van een vo-school aan de telefoon. “Zij wist niet wat ze moest met het dossier van een aangemelde leerling. Naar haar inzicht pasten de resultaten uit het leerlingvolgsysteem beter bij praktijkonderwijs, dan bij vmbo-basis/kader: het advies dat wij de leerling hadden gegeven.”

Na een lang en lastig telefoongesprek wilde de school de leerling wel aannemen, maar dan alleen met leerwegondersteuning. Donmez: “Het enige dat wij hadden aangegeven is dat de leerling wel huiswerkbegeleiding kon gebruiken. Je zou verwachten dat dat standaard in het pakket zit.”

Kansenongelijkheid

Donmez benadrukt dat toen zij vijftien jaar geleden startte als leerkracht de kansenongelijkheid groter was dan nu. “Destijds konden vo-scholen kinderen nog weigeren op basis van postcode. Dat is gelukkig niet meer zo.” Tegelijk ervaart ze nog onvoldoende vertrouwen is in het schooladvies. “De basisschool kent de leerlingen zo goed. We volgen ze in hun resultaten, maar ook in hun werkhouding bijvoorbeeld.”

Donmez pleit daarom voor meer contact met vo-scholen. “Eigenlijk weten wij te weinig wat er speelt op vo-scholen, wat er verwacht wordt van leerlingen. En andersom weten zij niet wat wij tot en met groep 8 allemaal aanbieden.”

Het schooladvies geven we heel erg zorgvuldig

Maar het kan ook andersom. De vasthoudende schoolleider uit Midden-Nederland deelde bij een eerdere werkgever pas resultaten uit het leerlingvolgsysteem na plaatsing op de middelbare school. “Dat is uitzonderlijk, maar ik sta er wel achter. De gedachte van een warme overdracht tussen primair en voortgezet onderwijs is sympathiek, maar ik denk dat het beter is om lvs-gegevens niet te verstrekken tot leerlingen geplaatst zijn.”

Ze vervolgt: “Het schooladvies geven we heel erg zorgvuldig. De ib‘er kijkt er naar, de leerkrachten, ik als directeur. Waarom moet de middelbare school daar ook nog een plasje over doen?” Ook ib’er Vlot uit Amersfoort neigt naar minder delen met vo-scholen. “Je krijgt toch het idee dat toetsgegevens delen op deze manier kansengelijkheid in de weg staat.”

Basisschoolleraar heeft toetsen vaak niet nodig

Dit voorjaar publiceerde Pointer, een onderzoeksjournalistiek platform van KRO-NCRV, over toetsstress onder basisschoolkinderen. In een vragenlijst, ingevuld door vierhonderd leerkrachten uit groep 5 tot en met 8, gaf 76 procent van de leerkrachten aan dat zij de toetsen van het leerlingvolgsysteem niet nodig hebben om in te schatten of een kind de lesstof begrijpt. Het lvs-systeem is er om leerlingen te volgen, vindt 96 procent. Tegelijk denkt 63 procent van de leerkrachten dat het doel van het lvs-systeem is om het uitstroomniveau voor het voortgezet onderwijs bepalen.

Kijk de Pointer-uitzending over toetsstress terug

Let op: de overgang tussen po en vo verandert
Vanaf volgend schooljaar verandert de timing van het schooladvies, de eindtoets en het aanmelden voor de middelbare school. Met een kortere tijdspanne tussen het voorlopige schooladvies en de eindtoets wil onderwijsminister Dennis Wiersma kansenongelijkheid tegengaan.

De eindtoets, die elke Nederlandse basisschoolleerling in groep 8 maakt, fungeert als second opinion voor het schooladvies. Als de uitslag van de eindtoets hoger uitvalt dan het advies van de leerkracht, wordt het schooladvies naar boven bijgesteld, tenzij de basisschool hele goede argumenten heeft om dat niet te doen. Naar beneden bijstellen kan niet.

Door de periode tussen het voorlopige schooladvies en de eindtoets te verkleinen, hebben ouders minder tijd om hun kinderen te laten oefenen voor de eindtoets. En minder toets-training bevordert de kansengelijkheid zo redeneert de minister.

Daarnaast komt er een centrale aanmeldweek voor de middelbare school. Alle leerlingen melden zich in 2024 met hun definitieve schooladvies in de hand in dezelfde week aan voor het vo. Zo maken kinderen met een bijgesteld advies als het goed is evenveel kans geplaatst te worden op de school waar ze het liefst naar toe willen. Jaarlijks zijn dat ongeveer 17.500 kinderen, rekende het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) uit. 

Vanaf 2023-2024:

  • Krijgen groep-8 leerlingen tussen 10 en 31 januari hun voorlopige schooladvies.
  • Wordt de eindtoets - die vanaf dan doorstroomtoets heet - afgenomen in de eerste of tweede volle week van februari. Uiterlijk 15 maart is de uitslag van de doorstroomtoets bekend.
  • Krijgen leerlingen en hun ouders uiterlijk 24 maart het definitieve schooladvies. Vervolgens melden alle leerlingen in Nederland zich tussen 25 maart en 31 maart aan op een middelbare school.