Momenteel volgt het overheidsgeld grotendeels de studenten. Dat heeft zijn nadelen. Als een opleiding weinig studenten trekt, zoals Nederlandse taal- en letterkunde, wordt het moeilijk om te blijven bestaan.
Momenteel volgt het overheidsgeld grotendeels de studenten. Dat heeft zijn nadelen. Als een opleiding weinig studenten trekt, zoals Nederlandse taal- en letterkunde, wordt het moeilijk om te blijven bestaan.

Beeld: Pixabay

Onderzoek wijst uit: miljard euro tekort in hoger onderwijs

Hogescholen en universiteiten hebben jaarlijks honderden miljoenen euro’s extra nodig. Dat staat in een langverwacht rapport dat het kabinet vandaag openbaar heeft gemaakt. Bovendien kan het geld iets beter verdeeld worden.

Demissionair minister Van Engelshoven (D66) heeft vanmorgen drie rapporten naar de Tweede Kamer gestuurd. Het belangrijkste gaat over de financiering van het onderwijs: is er wel geld genoeg?

Het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek zou jaarlijks 800 miljoen euro extra moeten krijgen, schrijft adviesbureau Strategy& van PricewaterhouseCoopers. Bovendien moeten de universiteiten een eenmalige inhaalslag maken, waar 300 miljoen euro voor nodig is.

Van die jaarlijkse 800 miljoen zou 400 miljoen naar wetenschappelijk onderzoek moeten gaan en is 200 miljoen bedoeld om achtergebleven investeringen “vlot te trekken”. Met nog eens 200 miljoen euro extra kunnen de universiteiten kleinschaliger onderwijs bieden.

“Dit onderzoek bevestigt nog eens wat wij al jaren roepen: dat er veel geld bij moet”, zegt AOb-bestuurder Marijtje Jongsma. “Al in 2016 gaven we de toenmalig minister van Onderwijs een ‘ongedekte cheque’ van 295 miljoen uren, voor al het niet betaalde overwerk dat we noodgedwongen verrichten. En sinds 2017 pleiten we er samen met WOinActie voor om iets tegen de ondermaatse financiering te doen. Dat is van groot belang om, zeker bij de toenemende studentaantallen, zowel het onderwijs als het onderzoek te kunnen blijven bekostigen.”

De bedragen die PricewaterhouseCoopers nu noemt staan nog los van de coronacrisis, die ook veel geld kost. Het rapport kijkt niet verder dan het jaar 2018. Ook de honderden miljoenen van het nieuwe leenstelsel, waarin de basisbeurs is geschrapt, hebben er niets mee te maken.

Onderzoek

De hogescholen zouden eveneens een ruimer budget moeten krijgen. Zij hebben wel genoeg geld voor hun onderwijs, menen de rapporteurs, maar niet voor hun praktijkgerichte onderzoek. Ze halen momenteel 65 miljoen euro uit de rest van hun begroting om dat hbo-onderzoek te kunnen betalen.

En eigenlijk zouden de hogescholen nog meer onderzoek moeten doen, is de ambitie. Daarvoor hebben ze 120 à 270 miljoen euro per jaar extra nodig, afhankelijk van het gewenste aantal lectoren.

Al met al gaat het dus om ongeveer 1 miljard euro per jaar voor universiteiten en hogescholen samen. Dat is – toevallig of niet – het bedrag dat minister Van Engelshoven zelf ruim een jaar geleden al eens heeft genoemd.

Verdeling

Meer geld is een eenvoudige boodschap, maar hoe verdeel je het goed? Dat is een heel andere vraag, en daar mocht adviesbureau Berenschot zich over buigen. Ook dat rapport is naar de Tweede Kamer gestuurd.

Momenteel volgt het overheidsgeld grotendeels de studenten. Dat heeft zijn nadelen. Als een opleiding weinig studenten trekt, zoals Nederlandse taal- en letterkunde, wordt het moeilijk om te blijven bestaan. En wat kan een hogeschool in een krimpregio doen om overeind te blijven? Moet die soms minder opleidingen aanbieden?

Hogescholen en universiteiten willen graag een ‘stabielere’ bekostiging die minder van studentenaantallen afhangt. Dan kunnen ze beter vooruitkijken. Berenschot begrijpt dat wel, maar een harde conclusie trekt het bureau niet.

Grote verschillen

De onderwijsinstellingen verschillen volgens het advies zozeer van elkaar, dat het moeilijk is om met een aanpassing van de financiering ieders problemen op te lossen. Daar zit iets in: een kleine zelfstandige pabo bijvoorbeeld is nauwelijks te vergelijken met een grote universiteit. En bij stabiele financiering duiken er weer andere problemen op. Wat doe je dan met een plotselinge groei van het aantal studenten? De populariteit van opleidingen valt niet altijd te voorspellen.

Dus komt het vooral op politieke afwegingen aan. Wat doe je met het hbo in de krimpregio? Hoe houd je kleine, maar belangrijke vakgebieden in leven die te weinig studenten trekken?

Je kunt volgens Berenschot het best kijken naar de ‘vaste voet’, oftewel het bedrag dat de onderwijsinstellingen sowieso krijgen. Op historische gronden krijgt de ene instelling nu meer vaste bekostiging dan de andere, maar daar kun je nieuwe keuzes in maken als je die ene opleiding Nederlands wilt redden of als je een hogeschool in de krimpregio wilt steunen.

Lastig spel

Maar het wordt nog een lastig spel, want hoeveel steun hebben ze precies nodig? Universiteiten en hogescholen hebben nog altijd niet in kaart gebracht wat een opleiding precies kost. Lesuren, overhead, faciliteiten, het is allemaal niet gedetailleerd na te gaan. Het zou het goed zijn als dit probleem door de instellingen wordt opgepakt, schrijft de minister in haar begeleidende brief aan de Kamer.

Er spelen meer belangen, die in de rapporten goeddeels onbesproken blijven. Sommige politieke partijen hopen bijvoorbeeld dat opleidingen dankzij ‘stabielere’ financiering minder jacht gaan maken op (buitenlandse) studenten en beter hun best zullen doen om studenten naar de meest geschikte opleiding te loodsen – ook als ze die opleiding zelf niet aanbieden.

Lees ook: ‘Politieke partijen beloven onderwijs miljarden extra’

Meer nieuws