'Ik kan mijn polsstok in financiële zin niet verder zetten dan ik vanuit het regeerakkoord en bij begrotingen vanuit uw Kamer meekrijg', aldus onderwijsminister Arie Slob.
'Ik kan mijn polsstok in financiële zin niet verder zetten dan ik vanuit het regeerakkoord en bij begrotingen vanuit uw Kamer meekrijg', aldus onderwijsminister Arie Slob.

Beeld: Typetank

Onderwijs nog lang niet uit het slop

Het kabinet Rutte-III is halverwege. In oktober 2017 presenteerden VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hun regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst. In het onderwijs is dat vertrouwen er niet gekomen. Gaat dat nog veranderen, vraagt Onderwijsblad-hoofdredacteur Robert Sikkes zich af.

‘Volgens mij moeten we deze mensen gewoon het eerlijke verhaal vertellen.’ Deze mensen zijn de ruim 40 duizend stakers afgelopen maart op het Malieveld. De verteller is minister Arie Slob. Zijn eerlijke verhaal is dat het kabinet enorm investeert in onderwijs. Hij kan niet meer investeren dan in het regeerakkoord is afgesproken. ‘Ik kan mijn polsstok in financiële zin niet verder zetten dan ik vanuit het regeerakkoord en bij begrotingen vanuit uw Kamer meekrijg.’

Bedreiging

Plaats van handeling is de Tweede Kamer, kort voor de zomervakantie. Het debat gaat over De staat van het onderwijs, het jaarlijkse rapport van de Onderwijsinspectie. Daarin staat het keihard: het lerarentekort bedreigt de kwaliteit van het onderwijs en vergroot de kansenongelijkheid. Hoog tijd voor politieke actie dus, vindt PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul. Kijk naar de stakers op het bomvolle Malieveld. Wat heeft de minister te bieden, vraagt zij zich af.

Maar Slob blijft de brave uitvoerder van het in 2017 afgesproken beleid. ‘Ik zat niet bij de onderhandelingen over het regeerakkoord en ben geconfronteerd met de uitkomsten ervan, waarvoor ik ook getekend heb, want anders had ik nooit kunnen aantreden als minister.’

Slob blijft de brave uitvoerder van het in 2017 afgesproken beleid

Hoezo heeft de minister niet meer geld voor onderwijs, vroeg vakbondsman en Kamerlid Theo Thijssen zich al in 1938 af in de Tweede Kamer. ‘Er is geen geld, dat is altijd betrekkelijk. Het hangt ervan af, hoe hoog men het belang acht, waarvoor het geld gevraagd wordt. Als er een watersnood in ons land is, vraagt men ook niet of er wel geld is.’

‘Als er een watersnood in ons land is, vraagt men ook niet of er wel geld is’

Tachtig jaar later is die houding niet veranderd. Want minister Slob noemt het lerarentekort wel een ‘topprioriteit’, maar vindt het belang van onderwijs blijkbaar niet groot genoeg om meer te investeren in personeel. Dat tekorten in basis-, speciaal, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs eraan kwamen, kon iedereen weten. Net als het feit dat de onderwijssalarissen -voor ondersteuners en leraren- tijdens de crisis op flinke achterstand van de markt zijn komen te staan. Wat zich weer wreekt door de geringe belangstelling om in het onderwijs te gaan werken.
Inmiddels zijn er dikke pakken papier geproduceerd over het aanpakken van het tekort, maar scholen in basis- en speciaal onderwijs worstelen nog steeds om hun formatie rond te krijgen. Het voortgezet onderwijs ziet steeds meer gaten vallen bij de exacte vakken en talen. Het mbo komt vakdocenten tekort. Ondanks alle actieplannen.

Onderwijsminister Arie Slob blijft de brave uitvoerder van het in 2017 afgesproken beleid. (Beeld: Typetank)

Slobs maatregelen borduren voort op het oude Plan van aanpak lerarentekort dat zijn voorgangers Sander Dekker en Jet Bussemaker kort voor hun vertrek in 2017 presenteerden. Het gaat dan onder meer om zij-instromers werven en het terughalen van de stille reserve – mensen met een lerarenopleiding die nu buiten het onderwijs werken. Erg veel succes heeft dat nog niet en blijkbaar begint de minister dat door te krijgen. Want kort voor de zomer is er naast het overleg lerarentekort een ‘onafhankelijk aanjager’ benoemd ‘om de aanpak van de tekorten te versnellen en intensiveren’.

Vergezicht

Over een flinke salarisverbetering gaat het zelden. In plaats daarvan kiezen de ministers de vlucht naar voren met een batterij aan ingrijpende hervormingsplannen. Een volledige herziening van het onderwijsprogramma. Daarnaast een totale verbouwing van de lerarenopleidingen en het bevoegdhedenstelsel voor primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.

Dat laatste moet overstappen van de ene naar de andere sector vergemakkelijken en carrièreperspectieven bieden. Alles bedoeld om het werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken. Met de verwachting dat werkgevers en vakbonden daar even één cao met één loongebouw voor ontwerpen. Over extra geld voor dat ene loongebouw -de verantwoordelijkheid van de minister- gaat het natuurlijk niet bij dit vergezicht.

Taboe

Er lijkt wel een taboe te bestaan op het s-woord, salaris, bij ministerie en de meeste coalitiepartijen. Zo zagen we ook vluchtgedrag bij de VVD tijdens het inspectiedebat kort voor de zomer. ‘Ik geloof niet dat de problemen zijn op te lossen met meer salaris en meer actie tegen werkdruk’, zei het liberale Kamerlid Rudmer Heerema. Hij pleitte voor een fundamentele discussie over de vormgeving van het onderwijs, oftewel nog meer praten als oplossing voor alle problemen.

Er lijkt wel een taboe te bestaan op het s-woord, salaris

CDA’s Michel Rog vermeed het onderwerp lerarentekort, ondanks de boodschap van de inspectie over de ernst daarvan. Laat staan dat de salarissen van leraren aan bod kwamen. Opvallend voor een Kamerlid dat voor de verkiezingen op een bijeenkomst bij de Ipabo in Amsterdam nog stoer zei dat de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs gedicht moet worden.
Alleen coalitiepartij D66 zocht vanwege het dramatisch stijgende tekort nu steun buiten de coalitie. Kamerlid Paul van Meenen -aanwezig op het Malieveld afgelopen 15 maart- richtte zich tot de oppositiepartijen. ‘Bij elke mogelijkheid, ook in deze kabinetsperiode, om extra geld voor onderwijs te vinden, vinden wij elkaar.’ D66 steunde bovendien -tegen het advies van Slob in- de motie die de inspectie vraagt om het lerarentekort te gaan monitoren.

Polsstok

Slob heeft natuurlijk ook een beetje gelijk: wanneer een meerderheid van de coalitie het belang van investeren in het onderwijs niet ziet, komt er geen geld. Maar evenmin hoor je geluiden dat hij en zijn collega Ingrid van Engelshoven in de ministerraad met de vuist op tafel slaan om het drama dat zich op scholen afspeelt onder de aandacht te brengen. In het debat over de Staat van het onderwijs kwam hij een paar keer terug met de metafoor van de polsstok, waar dat vuur om meer te bereiken, in elk geval niet uit sprak: ‘Dit is hoe ver onze polsstok kan gaan, maar die staat niet aan het begin van de sloot. Hij haalt ook niet helemaal de overkant als het gaat om de idealen die er zijn.’ Een polsstok die een beetje van de kant af staat met een springende politicus erin? Dat is vragen om moeilijkheden. Wie ooit wel eens een wedstrijd fierljeppen in Friesland heeft gezien, weet dat dit verkeerd afloopt. Die springer belandt onverbiddelijk in het water.

Plussen en minnen
De mantra van de ministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob is steeds dat het kabinet veel investeert in onderwijs. En ja, vooral in het primair onderwijs is er extra geld bijgekomen. 270 miljoen om de salariskloof met het voortgezet onderwijs deels te dichten, maar eigenlijk was dat nog een maatregel van Rutte-II die pas uitgevoerd werd door Rutte-III. Daarbovenop 430 miljoen voor het verlichten van de werkdruk. Maar er gaat ook geld af.
In de voorjaarsnota werd kort voor de zomer duidelijk dat de doelmatigheidskorting -bezuinigingen omdat er meer leerlingen en studenten zijn dan verwacht en de Dienst Uitvoering Onderwijs ict-systemen moet vervangen- nu moet worden afgerekend. Een min van 145 miljoen. Die wordt gekort op de jaarlijkse prijsbijstelling in alle onderwijssectoren en subsidies. De enige uitzondering is het primair onderwijs, omdat daar wettelijk de prijsbijstelling moet worden uitgekeerd. Dat wordt via een omweg alsnog binnen geharkt door een korting op subsidies binnen het basisonderwijs. Voor de bekostiging van scholen in andere sectoren betekent het dat zij 0,2 procent minder krijgen voor de gestegen prijzen van hun materiaal.
Het effect van de matige investeringsagenda bij een florerende economie, is dat volgens het Centraal Planbureau (CPB) het percentage onderwijsuitgaven ten opzichte van de toenemende welvaart in 2019 verder daalt. Was dat in 2017 nog 5,2 procent; in 2019 wordt dat hoogstens 5,0 procent. Onderwijs staat dan ook niet vooraan bij het uitdelen van het geld, dat zijn volgens CPB-cijfers defensie, internationale samenwerking en bedrijven.

Meer nieuws

Leraar in spe kan de weg niet vinden

Deeltijders en zij-instromers van lerarenopleidingen zien door de bomen het bos niet meer. Kom daarom met een studentvriendelijk overzicht van het aanbod, adviseert de Onderwijsinspectie. LEES VERDER