Beeld: Redactie Onderwijsblad

Maatregelen volgen op keiharde inspectie-rapporten Svpo

Een serie tekortkomingen op onder meer kwaliteitszorg, medezeggenschap, verantwoording en de aansturing heeft de Onderwijsinspectie geconstateerd bij de drie zeer zwak verklaarde Scholen voor Persoonlijk Onderwijs in Amsterdam, Hoorn en Utrecht. Alle Svpo-scholen zijn onder verscherpt financieel toezicht gesteld. De inspectie signaleert meerdere voorbeelden van belangenverstrengeling.

Ook scholen die een voldoende kregen voor de onderwijskwaliteit, vertonen tekortkomingen bij de kwaliteitszorg, de kwaliteitscultuur, en de verantwoording en dialoog. Dat blijkt uit een reeks inspectierapporten en een reactie die demissionair onderwijsminister Arie Slob vanavond naar de Tweede Kamer stuurde. Daarin kondigt hij ook sancties voor de Utrechtse school aan, waar het oordeel na een herstelonderzoek nog steeds ‘zeer zwak’ luidt: ‘De bekostiging wordt gedurende drie maanden met 15 procent opgeschort.’ Als dat niet tot verbetering leidt, zal het schoolbestuur financieel worden gekort.

Volgens de inspectie is er op verschillende punten sprake van belangenverstrengeling. In 2019 schetste het Onderwijsblad het Svpo-netwerk van publiek bekostigde scholen en private stichtingen, allemaal voorgezeten door oprichter Misha van Denderen. Als bestuursvoorzitter is hij werkgever van zijn vrouw Suzan Polet, die aangesteld is als bovenschools directeur. Ook hun zonen verrichten betaalde werkzaamheden. Daarnaast is Van Denderen ‘de leverancier’ van leer- en hulpmiddelen die de scholen gebruiken. Daarbij spelen tegenstrijdige belangen, aldus de inspectie. Kritiek is bovendien dat de Svpo-code voor goed bestuur juist ruimte laat voor belangenverstrengeling, in plaats van die uit te sluiten. Ook zouden de eigen toezichthouders – die bij Svpo onderdeel zijn van het bestuur – er veel scherper op moeten zijn.

Opschorten

De Svpo-leiding, vertegenwoordigd door bestuursvoorzitter Van Denderen, wilde de rapporten met een gang naar de rechtbank in Amsterdam uit de openbaarheid houden. Volgens hem zijn de rapporten onvolledig en laat de inspectie goede resultaten buiten beschouwing. Vandaag bepaalde de rechter in zijn uitspraak dat het belang van die openbaarheid zwaarder weegt dan mogelijke reputatieschade of teruglopende leerlingaantallen. Diezelfde middag verschenen de afgelopen april al vastgestelde rapportages – zestien in totaal – op de website van de inspectie. Omdat elke school formeel een zelfstandige stichting is, is per school zowel een onderwijsinhoudelijk als een financieel-bestuurlijk rapport opgeleverd.

De Utrechtse Svpo-school werd najaar 2019 als eerste zeer zwak genoemd. Hoewel er zaken als het schoolklimaat, de schoolgids en de veiligheidsmonitor sindsdien zijn verbeterd, schort het op de Utrechtse Svpo-school nog altijd op belangrijke onderdelen. ‘De herstelperiode is volgens de inspectie niet gebruikt om beter zicht en grip te krijgen op de kwaliteit van het onderwijs, om deze te verbeteren, en om de verbeteringen waar nodig ook op andere Svpo-scholen door te voeren’, zo schrijft Slob.

Verwijzend naar de scholen in Amsterdam en Hoorn die nu ook zeer zwak verklaard zijn: ‘In plaats daarvan zijn er nu zelfs meerdere Svpo-scholen door de inspectie als ‘zeer zwak’ beoordeeld. Wat het realiseren van verbetering conform de herstelopdrachten van de inspectie bemoeilijkt, is dat de bestuurder het niet eens lijkt te zijn met de wijze waarop de inspectie toezicht houdt en derhalve ook niet met de oordelen van de inspectie. Ik vind dat een zorgelijk gegeven, gelet op de bevindingen in de rapporten’, aldus Slob.

‘Wat het realiseren van verbetering conform de herstelopdrachten van de inspectie bemoeilijkt, is dat de bestuurder het niet eens lijkt te zijn met de wijze waarop de inspectie toezicht houdt’

Aanvullend

De inspectie constateert gebreken op het gebied van de jaarverslaggeving en financiële verantwoording, ondoorzichtige geldstromen binnen het netwerk en een gebrek aan zicht op de financiële continuïteit. Zowel de financiële continuïteit als de rechtmatigheid krijgen een onvoldoende, mede omdat de jaarrekeningen van de instellingen volgens de inspectie geen betrouwbaar beeld geven van de de financiële situatie. Naar het vastgoed, waar Svpo de afgelopen jaren grote bedragen voor uittrok (zo’n 5,6 miljoen aan publieke bekostiging in 2018 en 2019, aldus het rapport), wordt een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Daarbij heeft de inspectie hulp van buiten ingeschakeld.

Uit onderwijsinhoudelijke rapporten rijst een terugkerend beeld: tegenover de potentiële voordelen van een onderwijsmodel met kleine klassen en veel contacttijd staat een rigide schoolconcept dat in de praktijk niet goed aansluit bij een deel van de leerlingen, en waarbij leraren weinig ruimte en faciliteiten krijgen om leerlingen op maat te ondersteunen. Problemen worden bij de docent of de leerling gelegd, terwijl het bestuur volgens de inspectie veel beter naar het onderwijs zou moeten kijken.

Zo meldt het inspectierapport over de Amsterdamse Svpo-school: ‘Onze bevindingen zijn dat één op de vijf leerlingen van deze school tekortkomingen in de aansluiting ervaart (zo blijkt uit de door ons afgenomen leerlingenenquêtes en gesprekken met leerlingen) en dat dit gepaard gaat met onvoldoende kwaliteit van het onderwijsproces. Het bestuur heeft dit niet in beeld.’

Dit zijn de acht Scholen voor Persoonlijk Onderwijs

(Tussen haakjes het oordeel over de onderwijskwaliteit; links leiden naar inspectierapporten)

2010 Kapelle (voldoende)

2013 Hurdegaryp (voldoende)

2016 Geldermalsen (voldoende)

2017 Utrecht (zeer zwak), Amsterdam (zeer zwak)

2019 Hoorn (zeer zwak), Deventer (voldoende), Hengelo (voldoende)

Over het onderwijs Svpo-breed hebben docenten ‘onvoldoende zeggenschap’, zo constateert de inspectie. ‘We horen van sommige leraren dat zij het nodig achten dat bepaalde leerlingen andere opdrachten maken dan in de voorgeschreven geautomatiseerde lesmethode staan of op een andere manier werken dan in de lesmethode staat. Zij willen bijvoorbeeld dat leerlingen hun werk op papier maken of andere verwerkingsstof aanbieden, of het programma anders inrichten. Het bestuur staat zeer beperkt toe dat er op een andere manier gewerkt wordt dan voorgeschreven is. Daarmee tast het bestuur de verantwoordelijkheid van leraren aan die zij hebben voor hun leerlingen.’

Verder worden leraren niet goed in staat gesteld om zich bij scholen, vooral omdat ze dan zelf voor vervanging moeten zorgen. ‘Dat staat professionalisering in de weg. In de praktijk horen we van de schoolleiding en de leraren dat zij vrijwel niet deelnemen aan professionaliseringsactiviteiten.’

Procedure

De Svpo-leiding bracht half mei haar zienswijze al naar buiten, nog voordat de rapporten zelf openbaar waren. Het bestuur kan zich op veel punten niet vinden in de kritiek en verwijt de inspectie onder meer met twee maten te meten bij het beoordelen van de kwaliteitszorg. Verder wordt het oordeel vertekend doordat leerresultaten buiten beschouwing zijn gelaten en de schoolbezoeken in de eerste maanden van het schooljaar plaatsvonden, aldus de reactie. Bij de rechtbank betoogde Van Denderen dat het financiële onderzoek nog niet af zou zijn en daardoor een onvolledig en eenzijdig beeld schetst.

In augustus dient een volgende procedure tegen de inspectie bij de rechtbank in Den Haag. Daarin wil het Svpo-bestuur de rechter een inhoudelijk oordeel laten vellen over de deugdelijkheid van de rapporten.

Het Onderwijsblad schreef al eerder over de mistige geldstromen binnen het Svpo-netwerk (2019) en beschreef hoe docenten vastlopen op het rigide onderwijsmodel (2020).

Meer nieuws

Scholen schrappen vak informatica

Informatica is veruit het grootste tekortvak in het voortgezet onderwijs. Ervaren docenten gaan met pensioen en er is weinig nieuwe aanwas. Gastdocenten uit het bedrijfsleven... LEES VERDER