Jesse Klaver: “Stel, er is schaarste en ik zou moeten kiezen. Met stip op één geef ik dan prioriteit aan kleinere klassen.”
Jesse Klaver: “Stel, er is schaarste en ik zou moeten kiezen. Met stip op één geef ik dan prioriteit aan kleinere klassen.”

Beeld: Angeliek de Jonge

Kleinere klassen topprioriteit voor Jesse Klaver

De Haagse politiek staart teveel naar spreadsheets. En het onderwijs is ‘geëconomiseerd’, stelt Jesse Klaver, lijsttrekker voor GroenLinks. “In het onderwijs ben ik gaan zien hoe de focus op economische groei een hele publieke sector de vernieling in rijdt.”

Voor Jesse Klaver (34) was onderwijs het eerste beleidsterrein waar hij politiek z’n tanden in zette. Hij had de portefeuille tussen 2010 en 2015. Niet lang daarna schreef hij een boek De mythe van het economisme. Klaver: “Eigenlijk is alles wat ik daarin zeg gebaseerd op wat ik heb meegemaakt in die vijf jaar als onderwijswoordvoerder.”

Hij memoreert: “Ik heb gezien hoe de focus werd gelegd op presteren, presteren, presteren. Ik heb gezien hoe toetsen werden misbruikt om beleid te meten. Je kreeg plotseling excellente scholen. In de onderwijsbegroting stond tot een paar jaar geleden nog dat de verhoging van cito-scores een doelstelling was van beleid. Hoe kan dat? De minister heeft daar helemaal geen invloed op.”

Klaver raakt op stoom. Hij is vriendelijk, oogt ontspannen, maar – zoals te verwachten in campagnetijd – fel op hoe naar zijn inzien ‘jarenlang rechts denken’ de publieke sector in de problemen bracht. “Het was rond 2009-2010 dat de vraag steeds vaker werd gesteld: welke onderwijsinvesteringen dragen het meeste bij aan economische groei? Uit studies bleek dat landen als Zuid-Korea en Singapore, met een hoge economische groei, hogere Pisa-scores halen. Vervolgens ging onze overheid daar op in zetten. Dat sturen op economische output: wat levert de grootste bijdrage aan de economie? Je ziet het terug in heel veel sectoren. Maar in het onderwijs ben ik voor het eerst duidelijk gaan zien hoe deze focus een hele publieke sector de vernieling inrijdt.”

‘Het is gelukt D66 en GroenLinks uit elkaar te spelen. Dat mag nooit meer gebeuren’

De veranderingen die GroenLinks voorstelt, komen deels overeen met wat D66, PvdA en soms ook SP willen. Een latere selectie, kleinere klassen, het corrigeren van het leenstelsel, hogere lonen voor onderwijspersoneel. “Vorige keer hadden we ook veel dezelfde punten als D66 in ons verkiezingsprogramma, maar wat is daarvan klaargemaakt in het kabinet? Linkse partijen moeten samenwerken om dit voor elkaar te krijgen in plaats van elkaar bestrijden. Je kunt alleen voor elkaar krijgen wat je hebt opgeschreven in je programma als je het kunt vasthouden aan de formatietafel.”

U verwijst naar bijna vier jaar geleden, toen jullie niet aanschoven?

“Ja, waarin we alleen stonden. En waarbij het op een of andere manier is gelukt om D66 en GroenLinks uit elkaar te spelen. Dat mag nooit meer gebeuren. Ik sta voor die links progressieve samenwerking.”

Ook een links-progressief kabinet kan geld maar één keer uitgeven. Wat is belangrijker voor GroenLinks: onderwijs of zorg?

“Dat is een tegenstelling waar ik niet in mee ga.”

In beide sectoren willen jullie veel investeren. Hoe gaan jullie dat doen?

“Dit is nou precies wat rechts altijd doet. De publieke sector tegen elkaar opzetten. Ook dit najaar hoorde ik het: de zorg krijgt nu geen salarisverhoging, want dan komt het onderwijs ook vragen. Ik ben verdomme nog nooit een docent tegen gekomen die zegt: ik wil geld en daarmee ontzeg ik het iemand uit de zorg. Dat opzetten tegen elkaar, daar doe ik niet aan mee.”

‘Als je een ongeluk krijgt groeit de economie ook’

Klaver windt zich op: “Als een rechtse partij voorstelt: we gaan voor twee miljard belastingen verlagen voor grote bedrijven, hoor ik nooit iemand vragen: hoe gaat u dat eigenlijk betalen? Het wordt altijd gezien als logisch: dat geld verdienen we terug. Maar als ik zeg: we gaan investeren in onderwijs volgt steevast de vraag: hoe ga je dat betalen? Dat verdienen we ook terug. Deels in geld. Kinderen die beter in hun vel zitten gaan een mooiere toekomst tegemoet en zullen meer succes hebben. Als je succes hebt, ga je ook gewoon weer belasting betalen. Maar zelfs als dat niet zo zou zijn, vind ik dat je kinderen de allerbeste start moet geven die er is. Als ik kijk naar mezelf als ouder: wat wil ik het liefste voor mijn kinderen? Dat ze gelukkig worden. Dat ze hun hart volgen. Dat ze vinden wie ze zijn en wie ze willen worden.

En dat ze zelfstandig worden? Hun eigen broek op kunnen houden, hun huur kunnen betalen?

Dat hoop ik ook. Maar het begint voor mij bij dat eerste. En van daaruit denk ik dat ze die zelfstandigheid kunnen bereiken. Mijn punt: als het gaat om de publieke sector wordt zo vaak gezegd: we kunnen niet alles. Damn right dat we alles kunnen. Het vraagt alleen een andere mentaliteit. We doen in Nederland net alsof er een vaststaande pot met geld is voor de publieke sector. Maar ik wil die pot groter maken. Natuurlijk is er een keerzijde aan het programma van GroenLinks. We halen dat geld bij grote multinationals die afgelopen jaren alleen maar minder belasting zijn gaan betalen. We halen het bij de allerrijkste mensen in dit land, de miljonairs, die amper belasting betalen over hun vermogen. Uiteindelijk is de vraag: wat is echt belangrijk voor jou? Groei van de economie an sich zegt niks.

Een groeiende economie betekent meestal dat meer mensen kunnen werken. Dat is relevant in crisistijd.

Jazeker, maar als we 70 duizend mensen extra in zorg aan het werk zouden hebben is dat behoorlijk goed voor de werkgelegenheid. Ik bedoel: waar zit de focus van politici in Den Haag? Die kijken naar spreadsheets.” Hij is even stil. “Ik weet niet of u rookt?”

Nee.

“Want als je een pakje sigaretten koopt, groeit de economie ook. Als je een ongeluk krijgt groeit de economie ook. Het moet niet gaan om kwantiteit, maar over kwaliteit. Investeren in de zorg of in het onderwijs is ook goed voor je economie. Maar door jarenlang rechts denken zien we dat altijd als uitgaven en nooit als investeringen.”

Klaver schat in dat hij in de tien jaar als Kamerlid het meest heeft gesproken met mensen uit het onderwijs. Door z’n woordvoerderschap, maar ook tussen 2017 en 2019 toen zijn partij een zogenoemde Kantine-toer deed.

“Eén van de meest pijnlijke momenten was dat docenten in tranen tegen me zeiden: ik heb aan het einde van de dag het gevoel dat ik tekort ben geschoten. Ik heb mijn leerlingen niet de aandacht gegeven die ik had moeten geven. Terwijl ik weet dat die ene leerling dat extra stukje motivatie zo goed kan gebruiken. Of dat die ander echt geholpen is bij wat meer uitleg. Stel, er is schaarste en ik zou moeten kiezen. Met stip op één geef ik dan prioriteit aan kleinere klassen. Het lost zoveel zaken op. Neem passend onderwijs. Waarom is dat nooit gaan vliegen? Omdat het heel veel bureaucratische rompslomp met zich meebrengt. Omdat er allerlei besturen zijn opgetuigd waar geld moet worden aangevraagd. Allemaal gedoe. Maar het gaat ook mis, omdat we kinderen met ingewikkelde problematiek in veel te volle klassen stoppen. Dan kunnen ze niet het onderwijs krijgen dat ze verdienen. En je zet de leraar klem.”

Slotvraag. U bent geboren op 1 mei (de Dag van de arbeid, red.) en jarenlang actief geweest voor CNV. Fan van het fenomeen vakbond?

Vakbonden zijn superbelangrijk. Mits ze op de allereerste plaats hun leden vertegenwoordigen en – als ik het even plat zeg – strijd leveren met de werkgevers. Niet alleen maar lobbyclub zijn. Of praatclub. Ik denk dat veel vakbonden door de tijd heen heel erg de polder in zijn getrokken. En dat is ook een onderdeel. Maar een goeie vakbond, daar kun je niet omheen. Je tanden laten zien, dat is zo belangrijk. Massa werkt. Neem het primair onderwijs, we zijn er nog niet als het gaat om het gelijk trekken van de salarissen met het voortgezet onderwijs, maar 50 duizend mensen hier in het Zuiderpark? Dat maakt indruk hoor. Wanneer boksen we dingen voor elkaar? Als mensen bij elkaar komen, een beweging vormen en vocaal zijn. Dan is plotseling alles mogelijk. Daar geloof ik sterk in.”

Dit artikel verscheen in het januarinummer van het Onderwijsblad. AOb-leden ontvangen het blad elf keer per jaar in de bus.

Meer nieuws

Virtuele kleuters huilen niet

Kleuterklassen zijn voor sommige studenten aan de academische pabo de lastigste stageplek. In een virtuele lesomgeving van de Rijkuniversiteit Groningen oefenen ze strategieën voor klassenmanagement... LEES VERDER