Beeld: Pixabay

Dertien onderwijsbestuurders verdienden meer dan minister

Dertien bestuurders van onderwijsinstellingen verdienden in 2019 meer dan een ministersbezoldiging van 194 duizend euro. Nog eens 38 bestuurders zaten precies op, of vlak onder dat beloningsplafond. Ook bij dienstverlenende instellingen als stichting Cito verdienen topfunctionarissen bijna evenveel als een minister.

Bovendien blijken Cito, Surf en enkele andere publiek gefinancierde dienstverleners zich niet aan de openbaarmakingsplicht te hebben gehouden, aldus een inventarisatie die het Onderwijsblad de afgelopen weken uitvoerde.

Alle instellingen en organisaties hebben één ding gemeen: ze vallen onder de Wet normering topinkomens (WNT), die grenzen stelt aan de beloning van bestuurders en andere topfunctionarissen. Die bovengrens is gelijk aan de ministersbezoldiging: in 2019 een bruto bedrag van 194 duizend euro, inclusief pensioen en onkostenvergoeding. Wel mogen ze tijdelijk boven de norm uitkomen als ze onder het overgangsrecht vallen: dat wil zeggen dat hun contractafspraken dateren van vóór de invoering van de regels. Ze krijgen de tijd om geleidelijk (in zeven jaar) aan de norm te voldoen. In totaal zestig bestuurders maakten in 2019 van dat recht gebruik.

Zo’n zestig bestuurders maakten in 2019 van gebruik van het overgangsrecht

Dertien onderwijsbestuurders komen dankzij die overgangsregeling in 2019 boven dat ministersloon uit: acht in het wetenschappelijk onderwijs, drie in het mbo en twee in het hbo. De lijst wordt aangevoerd door collegevoorzitter Anton Pijpers van de Universiteit Utrecht met een bedrag van 229.978 euro. Ook present is het oudgediende bestuurders-trio van Roc van Amsterdam/Flevovland: Edo de Jaeger, Gerrit Vreugdenhil en Ronald Wilcke (die begin 2020 met pensioen ging). Wel wordt er gematigd: De Jaeger verdiende drie jaar eerder nog bijna twintigduizend euro meer.

Naast deze dertien zijn er drie bestuurders die om andere redenen boven de 194 duizend euro uitkwamen. Bij één bestuurder in het mbo en één in het hbo komt dat doordat er vakantiegeld uit het voorgaande jaar is meegeteld. Een bestuurder in het speciaal onderwijs overschreed de grens vanwege een transitievergoeding van 113 duizend euro bij zijn vertrek.

Instelling Naam Totale bezoldiging 2019* Verschil tot norm (194.000)
Universiteit Utrecht A. Pijpers 229.978 35.978
Universiteit Leiden C.J.J.M. Stolker 228.819 34.819
Maastricht University N. Bos 228.539 34.539
Vrije Universiteit V. Subramaniam 226.433 32.433
Maastricht University M. Paul 225.338 31.338
Erasmus Universiteit Rotterdam K.F.B. Baele 218.954 41.430
Radboud Universiteit Nijmegen W.L.M. de Koning-Martens 210.000 16.000
ROC Amsterdam/ROC van Flevoland E.C.M. de Jaeger 208.442 14.442
Technische Universiteit Eindhoven F.P.T. Baaijens 207.512 13.512
ROC Amsterdam/ROC van Flevoland R.C.A. Wilcke 201.651 7.651
Stichting Fontys E.C. Meijer 198.428 4.428
Stichting Avans P.L.A. Rüpp 198.236 4.236
ROC Amsterdam/ROC van Flevoland G. Vreugdenhil 195.871 1.871

* Alle bezoldigingen vallen onder het WNT-overgangsrecht. Bedragen inclusief onkostenvergoeding en pensioenbijdrage. Bron: DUO & jaarverslagen instellingen

Het aantal bestuurders dat meer verdient dan een minister neemt gaandeweg de jaren wel af. In 2018 waren dat er nog 23 (het maximum lag toen bij 189.000), het jaar daarvoor 45 (maximum: 181.000). Het aantal bestuurders dat tot op de euro precies óp de bovengrens zit, neemt juist toe: van vier in 2017 en acht een jaar later, naar twaalf in 2019. In totaal verdienden 38 bestuurders op of nog geen duizend euro onder deze norm (193-194 duizend euro).

Het aantal bestuurders dat tot op de euro precies óp de bovengrens zit, neemt toe: van vier in 2017 en acht een jaar later, naar twaalf in 2019

Het aantal onderwijsbestuurders dat gebruik maakt van het overgangsrecht neemt ook af in de loop van de jaren. In 2017 waren dat er nog tweehonderd. De jongste lijst van 2019 telt er nog zo’n zestig: 17 in het wo, 15 in het mbo, 11 in het primair onderwijs, 8 in het hbo en 8 in het voortgezet onderwijs. Een aantal van hen nam gedurende het jaar afscheid.

Dat zijn allemaal bestuurders die boven hun eigen norm verdienden. De Wet normering topinkomens kent namelijk niet alleen een absolute bovengrens (het ministerssalaris). Speciaal voor het onderwijs is jaren terug een stelsel van zeven beloningsklassen ingevoerd, met elk een eigen, lager maximum. Onderwijsinstellingen worden bij een van deze klassen ingedeeld op basis van de omvang en complexiteit van de organisatie (omzet, aantal leerlingen/studenten en aantal verschillende onderwijssoorten of -sectoren).

Aangescherpt

Sinds de invoering van de WNT op 1 januari 2013 zijn de regels een paar keer aangescherpt. Dat gebeurde in 2015 (toen de bovengrens verlaagd werd van 130 naar 100 procent van een ministersloon) en in 2016 met de klassenindeling. Door die verschillende aanscherpingen kent het onderwijs maar liefst drie verschillende overgangsrechten voor bestaande contractafspraken, waarvan de laatste de komende jaren zelfs nog doorloopt.

“Het is mooi dat het aantal bestuurders boven de norm afneemt, maar het gaat wel langzaam”, aldus AOb-bestuurder Douwe van der Zweep. “Ik begrijp best dat je niet kan ingrijpen op gemaakte contractafspraken, maar het is wel frustrerend dat we nu nog steeds te maken hebben met beloningen ver boven de twee ton.”

“Het is frustrerend dat we nu nog steeds te maken hebben met beloningen ver boven de twee ton”

Er is nog een andere reden waarom bestuursbeloningen boven de twee ton helemaal niet zullen verdwijnen: de bovengrenzen worden elk jaar verhoogd. Vorig jaar kwam de ministersbezoldiging voor het eerst uit op 201 duizend euro, dit jaar (2021) stijgt het maximum door naar 209 duizend euro. In het hele klassenstelsel zijn de maxima de laatste jaren met gemiddeld 3,5 tot 4 procent per jaar gestegen. In absolute euro’s scheelt het aanzienlijk: in de laagste salarisklasse ligt het maximum dit jaar 9.000 euro hoger dan in 2019, in de hoogste categorie (het ministersloon) bedraagt de stijging 15.000 euro. Sinds 2017 is het plafond in deze klasse met 28 duizend euro bruto gestegen.

OCW-beloningsklasse
Jaar A % per jaar B % per jaar C % per jaar D % per jaar E % per jaar F % per jaar G % per jaar
2021 124.000 4,2 138.000 4,5 149.000 4,2 163.000 3,8 177.000 4,1 190.000 3,8 209.000 4,0
2020 119.000 3,5 132.000 3,9 143.000 3,6 157.000 3,3 170.000 3,7 183.000 3,4 201.000 3,6
2019 115.000 3,6 127.000 4,1 138.000 3,8 152.000 4,1 164.000 3,8 177.000 3,5 194.000 2,6
2018 111.000 3,7 122.000 3,4 133.000 3,1 146.000 3,5 158.000 3,3 171.000 3,6 189.000 4,4
2017 107.000 0,9 118.000 0,9 129.000 0,8 141.000 0,7 153.000 0,7 165.000 0,6 181.000 1,1

Bron: Wettenbank

Voor de WNT-stijging wordt de contractuele loonontwikkeling bij de overheid gevolgd, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vervolgens wordt het bedrag naar boven afgerond op hele duizendtallen. Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken verklaarde eerder tegen het Onderwijsblad dat daartoe ooit is besloten ‘omdat een rond bedrag praktischer is bij de uitvoering en communicatie. Bovendien werd er geen bezwaar in gezien, omdat het bezoldigingsmaximum een plafond is en niet een daadwerkelijke loonstijging’.

AOb-bestuurder Douwe van der Zweep verwijst naar kritiek die hij twee jaar geleden al uitte. Wat hem betreft stijgen de WNT-normen veel te hard. “Het is niet gezegd dat bestuurders automatisch meestijgen. Maar de bovenkant van het loongebouw kruipt zo steeds verder omhoog en komt in euro’s gezien steeds verder van de werkvloer te staan.”

Cito enzo

Niet alleen onderwijsinstellingen, maar ook sector-gerelateerde organisaties zoals de Nvao, Surf en de werkgeverskoepels vallen onder de WNT. Voor hen geldt alleen de ministersnorm als absolute bovengrens.

Van deze twintig publiek gefinancierde organisaties betaalt het Cito z’n bazen het allerbest: met een kleine 194 duizend euro verdienden niet één maar twee bestuurders in 2019 daar net een paar tientjes minder dan een minister. Ook voorzitter Anne Flierman van de Nvao zit – omgerekend naar een volledige aanstelling – dichtbij de bovengrens, net als algemeen directeur Mieke Zaanen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Bij de werkgeverskoepels verdient Pieter Duisenberg van de Vsnu het meest, met een bezoldiging van ruim 191 duizend euro.

Overigens is ook in deze groep van organisaties gematigd. In 2014 verdienden nog veertien topfunctionarissen meer dan een minister. De norm lag toen weliswaar een stuk lager, maar de bezoldigingen liepen op tot ver boven de twee ton.

Organisatie Functie Naam
Totale bezoldiging 2019
Stichting CITO Lid RvB/COO A.T.M. Weijers 193.970
Stichting CITO Voorzitter RvB/CEO A.F.S. Blok 193.959
NVAO Voorzitter A.H. Flierman 168.423 (193.590*)
KNAW Algemeen Directeur M. Zaanen 192.839
B.P.R.C. Directeur niet vermeld 192.216
VSNU Voorzitter P.J. Duisenberg 191.100
VO-Raad Voorzitter P. Rosenmöller 156.067 (189.863*)
Stichting CINOP – ecbo Algemeen directeur H.A.R.R. Dekkers 189.756
Stichting Kennisnet Bestuurder A.J.M.M. Maes 188.821
Cooperatie SURF U.A Directielid A. Osseyran 186.469
PO-Raad Voorzitter A.C. den Besten 184.605
MBO-Raad Voorzitter A.J.M. Heerts 163.493 (181.659*)
NWO Lid RvB C.E. Visser 180.134
Cooperatie SURF U.A Algemeen Directeur E.R. Fledderus 179.000
Cooperatie SURF U.A Directielid E. Bleumink 176.993
Stichting Kennisnet MT Lid/Directeur Operations M. Mulder 158.542 (176.158*)
St. Platform Betatechniek Directeur / bestuurder B.R. Boots 174.112
Stichting SBB Directie voorzitter H.Vlug 171.660
VO-Raad Vice-voorzitter H.A.J. van Asseldonk 170.558
Cooperatie SURF U.A Directielid J. Bakker 170.000

* Omgerekend van parttime naar fulltime. Bedragen inclusief onkostenvergoeding en pensioenbijdrage. Bron: DUO & jaarverslagen organisaties

Opvallend is dat een aantal organisaties bij een check door het Onderwijsblad niet aan alle regels blijkt te voldoen. De WNT verplicht instellingen namelijk sinds begin 2018 om de bezoldigingsgegevens voor een periode van zeven jaar actief openbaar te maken, vanaf verslagjaar 2017. Die informatie moet vrij toegankelijk zijn en eenvoudig online vindbaar. Bij Cito, Surf, Stichting Platform Béta Techniek en de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (Sbb) blijkt dat niet het geval.

Cito reageert met een verwijzing naar DUO en naar de Kamer van Koophandel, waar de jaarrekening ter inzage ligt. Maar het dataportaal van DUO is geen eigen openbaarmaking (bovendien worden alle bezoldigingen door DUO geanonimiseerd). En bij de KvK moet je betalen om documenten in te zien en je hebt een account nodig. In een tweede reactie geeft de woordvoerder aan dat ze eerst zelf navraag zullen doen. ‘Wij hebben verondersteld dat het niet een absolute plicht is om aansluitend WNT-gegevens via onze website te publiceren.’ Uiteindelijk, kort voor het afronden van dit verhaal, arriveert er een nieuw mailtje van de woordvoeder. Naar aanleiding van de mailwisseling en ‘met het oog op transparantie’ heeft Cito de jaarstukken online geplaatst.

Cito: ‘Wij hebben verondersteld dat het niet een absolute plicht is om WNT-gegevens via onze website te publiceren’

Surf komt met een andere uitleg. De coöperatie zou niet onder de WNT vallen, laat een woordvoerder in eerste instantie weten. “Wij volgen de WNT op vrijwillige basis.” Gewezen op het feit dat Surf wel degelijk onder de WNT valt, komt de woordvoerder met een tweede lezing: er zijn webpagina’s op de schop gegaan en de ‘harmonisatie en actualisatie’ is nog niet helemaal afgerond. “De site is derhalve nog niet aangevuld met de publicatie van onze jaarrekeningen, maar je wijst er terecht op dat dit wel verplicht is.” Niet veel later laat Surf weten dat de jaarstukken alsnog online zijn gezet. Ook bij Stichting Platform Béta Techniek is dat gebeurd.

Bij Sbb wordt in eerste instantie helemaal niet op mailtjes gereageerd. Maar er zijn intern wel vragen over uitgezet, vertelt hoofd communicatie Jenneke Desain als het Onderwijsblad drie dagen later maar eens belt. “Het klopt dat die informatie online had moeten staan. We gaan ervoor zorgen dat dat alsnog gebeurt. Uw bericht is wat dat betreft een wake-up call.”

Meer nieuws

Knokken voor een fatsoenlijk salaris

Onderwijsassistenten noemen hun salaris ‘een schijntje’. Ze vinden het verschil met ander onderwijspersoneel te groot. In de kinderopvang kunnen ze met hun opleiding ook aan... LEES VERDER