Alle

Inspectie: ‘Kwaliteit scholen onder druk, basisvaardigheden blijven topprioriteit'

Een fors deel van de scholen in het po, vo en mbo heeft moeite met het verbeteren van hun onderwijskwaliteit. ‘De noodzakelijke kwaliteitsverbetering van taal, rekenen en burgerschap blijft helaas nog steken’, aldus inspecteur-generaal Alida Oppers die leraren oproept om elke schooldag te beginnen met een half uur (voor)lezen en een cruciale rol ziet weggelegd voor de schoolleiders om de kwaliteit te verbeteren.

Tekst Karen Hagen - Redactie Onderwijsblad - - 6 Minuten om te lezen

StaatvanhetOnderwijs2026

Beeld: Staat van het Onderwijs 2026/Onderwijsinspectie

Die oproep doet ze in de Staat van het Onderwijs 2026. AOb-voorzitter Coba van der Veer: “De kwaliteit van het onderwijs staat onder druk door een combinatie van hoge werkdruk, lerarentekorten en meer kinderen met een complexe leersituatie in één klas.” De oproep om meer te lezen vindt Van der Veer ‘een goed idee’. “Maar een half uur voorlezen per dag is niet genoeg om taalvaardigheid echt te verbeteren, daarvoor zijn geïntegreerd taalonderwijs en rijke teksten nodig.”

De kwaliteit van het onderwijs staat onder druk door een combinatie van hoge werkdruk, lerarentekorten en meer kinderen met een complexe leersituatie in één klas

Kwaliteit onder druk

Elk jaar maakt de Onderwijsinspectie, die dit jaar 225 jaar bestaat, in dit rapport de balans op: Hoe gaat het met het Nederlandse onderwijs? De inspectie bezoekt door het jaar heen steeksproefsgewijs een aantal scholen. Deze steekproef laat zien dat een fors deel van de onderzochte scholen en opleidingen onvoldoende scoort, aldus de inspectie in het rapport. Bijna 1 op de 5 bezochte scholen in het po en vo haalde een onvoldoende of scoorde zeer zwak (18 procent in beide sectoren samen). Dat is ongeveer gelijk aan het jaar ervoor. Op roc’s ging het niet beter in 2024 en 2025: 44 procent van de bezochte opleidingen scoorde in deze jaren onvoldoende. Scholen moeten meer werk maken van het verbeteren en bewaken van hun onderwijs, zo herhaalt de inspectie. In het rapport noemen de inspecteurs dit ‘kwaliteitszorg’. Scholen zouden planmatig en met toetsbare doelen hieraan moeten werken. 

Te vaak geeft de inspectie herstelopdrachten

Nu geeft de inspectie te vaak een ‘herstelopdracht’ aan scholen. Bovendien lukt het herstel niet altijd op tijd. Zo had een vijfde van de bezochte scholen die onvoldoende scoorde, het jaar erna de kwaliteit nog steeds niet op orde. ‘Het aandeel scholen dat de basiskwaliteit niet binnen een jaar bereikt, is hoog en neemt toe', zo meldt de inspectie. 'In het po was dit al eerder het geval en nu is het ook in het vso en vo zichtbaar.' 

“Wij zien dat de kwaliteit onder druk staat door een hoge werkdruk, lerarentekorten en meer kinderen die zorg nodig hebben in één klas. Daarnaast kost de administratie veel tijd, waardoor er minder tijd is voor lesvoorbereiding”, zegt Van der Veer. “De havo kampt met een tekort aan vakdocenten en in het mbo haalt 40 procent de kwaliteitsnorm niet.”

Betere differentiatie in de lessen, oop’ers beter inzetten

Aandacht moet er verder komen voor differentiëren in de lessen, vindt de inspectie. Lerarenteams moeten beter differentiëren en nagaan of alle leerlingen de lesstof begrijpen en betrokken blijven. ‘Kleine aanpassingen, zoals een korte herhaling van de uitleg of een iets moeilijkere variant van een opdracht zijn vaak al afdoende om dit te bereiken’, aldus de inspectie. “Bevoegde docenten kunnen goed differentiëren”, zegt Van der Veer. “Alleen dit wordt lastiger met veel uitval onder collega’s en een hoge werkdruk. Vaak vangen docenten extra klassen op en hebben beginnende leraren meer tijd en rust nodig om zich te ontwikkelen.”

De inspectie wijst op onderwijsassistenten als mogelijke ‘oplossing’ om differentiatie mogelijk te maken in de lessen. ‘Op veel scholen is er nog geen beleid voor de manier waarop oop’ers ingezet kunnen worden. Daarnaast zijn er vaak geen duidelijke afspraken over hun takenpakket waardoor ze misplaatst of ineffectief worden ingezet’, aldus de inspectie.  

Sleutelrol voor schoolleiders

Inspecteur-generaal Oppers ziet een sleutelrol voor schoolleiders die ‘cruciaal zijn voor de verbetering van de onderwijskwaliteit’. Ze pleit ervoor deze groep meer ruimte te geven voor hun kerntaak: onderwijskundig leiderschap. Dan zouden ze tijd hebben om samenhang te brengen in het burgerschapsonderwijs of het geïntegreerd taalonderwijs. Nu zijn ze dagelijks bezig met de personele bezetting, bezorgde ouders of andere praktische zaken. ‘De schoolleider is de hefboom voor onderwijsontwikkeling en kwaliteitsverbetering maar komt aan de kerntaak onvoldoende toe’, schrijft Oppers. Schoolleiders zouden met hun collega’s moeten gaan zitten om te kijken hoe zij meer ondersteuning kunnen krijgen bij hun taken, op het gebied van administratie of leidinggeven.  

Schoolleiders zijn cruciaal voor de verbetering van de onderwijskwaliteit: zij moeten meer ruimte krijgen voor hun kerntaak: onderwijskundig leiderschap

Een goede schoolleider kan het verschil maken voor een positieve leercultuur in een team. “Het is zorgwekkend dat we bij schoolleiders dezelfde problemen zien als bij veel leraren waardoor ze de onderwijskwaliteit niet kunnen garanderen", zegt Van der Veer. 

Basisvaardigheden topprioriteit

Een focus op de basisvaardigheden blijft belangrijk, vindt de inspectie, die nog geen duidelijke trend ziet in de cijfers dat het beter gaat. Wél liggen de resultaten in het basisonderwijs (groep 3 tot en met 7) voor lezen, taal en rekenen/wiskunde weer op het niveau van voor de coronapandemie. 'De prestaties in het primair onderwijs zijn gestabiliseerd', aldus de inspectie. 

De resultaten in het basisonderwijs voor lezen, taal en rekenen/wiskunde liggen weer op het niveau van voor de coronapandemie

Bezorgder is de inspectie over de onderbouw op middelbare scholen, daar blijven leesvaardigheid en de woordenschat bij leerlingen in alle schoolsoorten achter vergeleken met de periode voor corona. De inspectie spreekt van een ‘voortdurende en omvangrijke daling’. Bij rekenen-wiskunde laten vooral vmbo-leerlingen een negatieve ontwikkeling zien, een lichtpuntje is er in het vwo waar de inspectie ‘enige verbetering’ opmerkt. “Onderwijs moet de grote gelijkmaker zijn”, zegt Van der Veer. “Het merendeel van de leerlingen zit op het vmbo, we moeten alles op alles zetten om de negatieve spiraal te keren.” 

Het merendeel van de leerlingen zit op het vmbo, we moeten alles op alles zetten om de negatieve spiraal te keren

Flink deel mbo’ers haalt taalniveau niet

In het mbo zien inspecteurs dat een derde van de studenten mbo-2  niet het basisniveau 2F haalt. Op niveau 4 haalt 38 procent van de gediplomeerden in 2024-2025 niet taalniveau 3F voor lezen, kijken en luisteren. 
In het vmbo is nog iets anders aan de hand, ziet de inspectie. Er zijn meer voortijdig schoolverlaters: in 2023-2024 stopten 2360 vmbo-leerlingen in de onderbouw en ruim 2100 in de bovenbouw met hun middelbare school. 

Scholen worstelen verder met het burgerschapsonderwijs, dit gaf de inspectie in de vorige Staat van het Onderwijs ook al aan. Het opstellen van concrete doelen en leeractiviteiten is lastig. De inspectie gaf een groot aantal herstelopdrachten voor het burgerschapsonderwijs en de helft van de schoolleiders in het po en vo zegt dat er ‘een verdere ontwikkeling nodig is’. 

Burgerschap moet nog rijpen, vindt Van der Veer. “Leg daarvoor geen herstelopdrachten op. Geef leraren wat tijd om uit te vinden wat het beste werkt en vertrouw erop dat ze ermee aan de slag zijn. Burgerschap zit dagelijks in alle vakken verweven.”

Waar je wieg staat, maakt uit

Een ander punt dat de inspectie aanstipt in de Staat van het Onderwijs is dat het nog steeds uitmaakt waar je wieg staat. ‘De regio waar een kind opgroeit, bepaalt te vaak welke kansen het krijgt’, schrijft Oppers. Zo worden schooladviezen in de Randstad vaker aangepast als de eindtoets hoger uitvalt. Stapelen (met een vo-diploma een nieuwe opleiding volgen binnen het vo) komt vaker voor in de steden dan op andere plekken. De inspectie adviseert scholen om drempels weg te nemen bij in- en doorstroom. ‘Wees bewust van vooringenomenheid.’ 

De regio waar een kind opgroeit, bepaalt te vaak welke kansen het krijgt

Sociale mediaverbod

In deze Staat van het Onderwijs doet de inspectie niet alleen oproepen aan besturen, scholen en leraren, maar ook aan de overheid. De politiek moet een verbod op sociale media tot 15 jaar ‘verkennen’. Dat zou scholen en ouders enorm helpen om hun kinderen te beschermen. Van der Veer: “Wij zien op scholen dat een mobieltjesverbod heel positief uitpakt, het is aan de overheid om te kijken of een sociale mediaverbod de volgende stap is.”