Mijn rechtvaardigheidsgevoel is een familiekwaal
Mijn rechtvaardigheidsgevoel is een familiekwaal
Robin van Emmerloot (30) is al zes jaar lid van de AOb. Hij werkt als onderwijsadviseur bij de Universiteit Twente (UT) waar hij voor de vakbond actief is als lokaal vertegenwoordiger en hij zit in de sectorraad WO&O.
Zijn grote rechtvaardigheidsgevoel noemt hij ‘een familiekwaal’. Lid worden van de vakbond, werd hem met de paplepel ingegoten. “Vooral door de aanstekelijke verhalen van mijn opa, die een trotse veerman was van een pontje op de Maas bij Nijmegen. Hij was zijn leven lang FNV lid, ik heb zijn T-shirts en speldjes gekregen. Hij is eerder dit jaar helaas overleden.”
Maar zijn verhalen leven in zijn kleinzoon voort. “Ik zal zijn anekdote over de kerstpakketten nooit vergeten. Voor de directie waren er grote pakketten met luxeartikelen en de veermannen werden afgescheept met één paar sokken. Mijn opa was zó verontwaardigd, dat hij zijn pakketje niet meenam. Zijn collega’s volgden zijn voorbeeld.”
De moraal van dit verhaal? “In je eentje kun je niet zoveel bereiken, maar sámen wel”, aldus Van Emmerloot. “Dát is de kracht van de vakbond.”
Toch werd Robin niet meteen lid van de vakbond, toen hij op 21-jarige leeftijd aan zijn eerste baan in het onderwijs begon. “Ik werkte als leraar en mentor in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) bij het Panta Rhei College in Enschede. Toen ik ontdekte hoe groot de loonkloof was tussen het reguliere voortgezet onderwijs en het vso – dat kon bruto oplopen tot honderden euro’s per maand – ben ik lid geworden van de AOb.”
En ook meteen behoorlijk actief. “Er was bij Attendiz, de stichting waar het Panta Rhei College onder valt, onenigheid over toekenning van arbeidsmarkttoelages, die bedoeld was voor het voortgezet speciaal onderwijs in het vervolgonderwijs uitstroomprofiel. In contact met de AOb, en door samen op te trekken, hebben we voor elkaar gekregen dat die toelages alsnog werden toegekend. Dat was een mooi moment. Mijn opa leefde toen nog en was trots.”
Intussen werkt Robin al bijna vier jaar bij de Universiteit Twente als onderwijsadviseur en is zijn rol wat meer hoog-over en op de achtergrond dan toen hij docent was. “Goed onderwijs staat voor mij centraal. Er zijn veel kansen om ons onderwijs kwalitatief goed te houden en nog te verbeteren.” Maar dan moeten docenten daartoe wel gefaciliteerd worden en dat gebeurt niet altijd, ziet Van Emmerloot. “Hoge werkdruk, oneerlijke verdeling van werklasten of oneerlijke indeling van docentprofielen kunnen behoorlijk demotiverend zijn.”
Dit was voor hem niet de reden om het bijltje erbij neer te gooien. Integendeel, hij sloot zich aan bij het Lokaal Overleg van de UT aangesloten, het OPUT. “Sinds kort ben ik woordvoerder/voorzitter bij deze groep. Ik heb chronisch de neiging om me overal mee te bemoeien”, zegt hij met zelfkennis. Het werk in het Lokaal Overleg is landelijk verbonden aan de sectorraad WO&O. “En we worden goed ondersteund door de bestuurders en de cao-onderhandelaar. Dat geeft mij op lokaal niveau veel houvast en ruggensteun, om meer voor mijn directe collega’s te kunnen betekenen.”
Dat was ook wel nodig want kort nadat Van Emmerloot zich had aangesloten bij het Lokaal Overleg, kondigde de universiteit aan dat er vanwege teruglopende studentenaantallen en financiering fors moest worden bezuinigd. Al snel werd duidelijk dat er ontslagen zouden gaan vallen.”
Gelukkig hadden zijn voorgangers na lang onderhandelen een sociaal plan afgesproken met de universiteit. “Daarin stond onder meer dat mensen, die door een reorganisatie een andere functie krijgen, wél hun salarisschaal kunnen behouden. Dit jaar hebben we het sociaal plan met twee jaar verlengd. Nu hebben we een mooie basis om op terug te kunnen vallen tijdens de ontslagrondes.”
Dat is mooi, maar de werksfeer is er met dreigende ontslagen niet prettiger op geworden. Gelukkig heeft Robin twee katten Milky en Knut die hem veel afleiding en gezelligheid bezorgen. En daarnaast ook genoeg liefhebberijen. “Ik rommel wat rondom huis, bak graag taarten, luister naar rockmuziek en rijd een rondje op mijn motor. Ik ben ook een ontzettende nerd, ik volg namelijk nog een deeltijdmaster serious gaming en game dus zelf ook. En ik kijk graag science fiction.”
Waarom zouden andere mensen actief moeten worden bij de AOb? Robin hoeft niet lang na te denken over een antwoord op die vraag. “Bij goed onderwijs staat de leerling centraal, daar doen we het allemaal voor. Daarom is het zo belangrijk dat niet alleen de werkgevers, maar juist ook de leraren/docenten en betrokken professionals zich blijven uitspreken. Zij weten wat er voor de klas en in de collegezaal nodig is om goed onderwijs te geven.”
De AOb vindt Robin van Emmerloot géén ‘boze vakbond’ maar een club waar echt het specialisme en de vakkennis in huis is om verder te komen. “Je hoeft zelf geen jurist te zijn, daar staan kundige mensen voor je klaar bij de bond. Leden kunnen signaleren wat er op de werkvloer gebeurt, om zo sámen verder te komen.”
Wat zou hij na de verkiezingen aan de nieuwe minister van onderwijs mee willen geven?
“Er liggen kansen, maar er zijn helaas vooral ook serieuze problemen waar hij of zij mee aan de slag moet. Om bij mijn sector te blijven: het afgelopen kabinet heeft alleen maar gesloopt, en de sector WO staat in brand met tekorten en zelfs reorganisaties op de universiteiten. En dan heb ik het nog niet eens over werkdruk, sociale veiligheid en gevolgen van een nieuwe wet Internationalisering In Balans. Er liggen genoeg uitdagingen op het bord van de universiteiten. De bezuinigingen die ons nog steeds boven het hoofd hangen, zijn olie op het vuur.”
Robin van Emmerloot (30) is al zes jaar lid van de AOb. Hij werkt als onderwijsadviseur bij de Universiteit Twente (UT) waar hij voor de vakbond actief is als lokaal vertegenwoordiger en hij zit in de sectorraad WO&O.
Met ruim 80 duizend leden is de AOb de grootste onderwijsvakbond van Nederland.