Manon Nieuwenkamp heeft twee linkerhanden, toch bouwt ze droomhuizen van karton met haar leerlingen van groep 4 op basisschool de Windroos in Enschede.
Tekst
Monique Marreveld
-
-
4 Minuten om te lezen
Wetenschap & techniek is minder eng dan je denkt, zegt leerkracht Manon Nieuwenkamp. “Mijn rol is vooral leerlingen stimuleren om te blijven nadenken en om ze te activeren. Beeld Rob Niemantsverdriet
Toen ze 18 jaar was, leek het haar ‘gewoon leuk om met kinderen te werken’ en een steentje bij te dragen aan hun ontwikkeling. Inmiddels legt ze de lat hoger. “Niet iedereen is voorbestemd voor vwo. Maar leerlingen bezitten nog zoveel andere talenten. En die probeer ik te stimuleren. Wetenschap & techniek leent zich daar goed voor.”
Sinds 2020 is wetenschap & techniek (w&t) een verplicht onderdeel op de basisschool. In de nieuwe kerndoelen basisonderwijs staat ook dat leerlingen ‘de aard van natuurwetenschappen en technologie verkennen’ en ‘ervaring opdoen met werkzaamheden van wetenschappers en technologen’.
Ze tekenden fantastische huizen met glijbanen tot in de hemel
Manon Nieuwenkamp staat één dag per week voor groep 4 en eens in de twee weken voor groep 7 op de Windroos. Ze vindt altijd wel een aanleiding om een les breed te trekken, zegt ze. Toevallig ligt er naast school een braakliggend terrein waar binnenkort wordt gebouwd. Mooie aanleiding voor drie lessen w&t, die Nieuwenkamp koppelt aan het thema ‘Bouwen’ in de methode Blink. Stel nou dat je je eigen droomhuis hier mag bouwen, vroeg ze haar groep 4, hoe ziet dat er dan uit? Ben jij met iets bijzonders bezig of ken je iemand die in deze rubriek past? Geef je op
“Groep 4 hè”, vertelt ze lachend, “dus ze tekenden fantastische huizen met glijbanen tot in de hemel.” Vervolgens nodigde Nieuwenkamp een architect uit die liet zien hoe je een bouwtekening maakt. Daarna mochten leerlingen een bovenaanzicht van hun droomhuis tekenen. Ze moesten ook nadenken over de gevel, de tuin: Waar wil je die hebben, als je privacy wilt? Of zon, of juist schaduw? En wat betekent dat voor hoe je je huis neerzet? “Leerlingen moesten voor die vraag al een beetje nadenken over ontwerpcriteria.” Zo doet Nieuwenkamp het vaker, zegt ze. Soms heeft ze geen tijd om de hele cyclus van onderzoek en ontwerp die bij w&t hoort, te doorlopen. Geeft niks, adviseert ze collega’s, dan pak je er onderdeeltjes uit. Rome is ook niet in één dag gebouwd.
Droomhuis
De kinderen zijn hun droomhuizen vandaag aan het bouwen, met grote kartonnen dozen. “Een jongetje dat ik voor andere lessen nauwelijks kan motiveren, gaat enthousiast aan de slag. Vol ideeën zaagt hij karton met zo’n speciaal zaagje, hij weet precies welke vorm zijn ramen krijgen en hoe zijn dak eruitziet. Een ander krijg ik opeens lastiger aan het werk. Hoewel ik zelf twee linkerhanden heb, kan ik wel helpen, gewoon door vragen te stellen: Wat had je ook alweer getekend? Waarom lukt het bouwen niet? Waarom doe je het nu anders dan op de tekening? Mijn rol is vooral leerlingen stimuleren om te blijven nadenken en om ze te activeren.”
W&t is minder eng dan je denkt, zegt Nieuwenkamp. “Collega’s zeggen wel ‘Jij bent zeker een tech-expert’, maar w&t gaat naast het maken ook over het doordenken van alle mogelijkheden als je iets onderzoekt of ontwerpt.” Gesneden koek voor haar, dat wel, ze werd een paar jaar geleden als w&t-expert opgeleid bij expertisecentrum Tech Your Future. Voor collega’s is het soms nog zoeken. Binnen haar bestuur KOE is Nieuwenkamp daarom voor één dag in de week aangesteld als w&t-expert. Ze neemt zogenoemde w&t-kompassen af bij scholen zodat die weten waar ze staan met w&t en ze organiseert bovenschoolse netwerkbijeenkomsten waarin ze w&t-thema’s behandelt en goede voorbeelden deelt. Op de Windroos geeft ze minstens eens per jaar peerfeedback aan collega’s over w&t-lessen. Daarnaast ontwikkelde ze voor KOE een kekke waaier w&t met handzame uitleg en tips over didactiek, werkvormen voor onderzoekend en ontwerpend leren.
Haar belangrijkste advies: maak geen aparte les van w&t, maar integreer het in de zaakvakken. Vaak vergt dat wat aanpassingen, zoals laatst in een les over duurzaam design. Leerlingen moesten tassen onderzoeken. “Het werkblad van Blink was mooi”, aldus Nieuwenkamp, met vragen over waterdichtheid, sluiting, sterkte van het materiaal. Maar het was onvoldoende specifiek. Leerlingen moesten bijvoorbeeld ‘een half kopje water’ in een tas gieten, maar ja, is dat een koffiemok of een espressokopje? “Zo’n werkblad moet je aanscherpen: de hoeveelheid water, de duur, het gewicht van de inhoud om de sterkte te testen.” Ja, eigenlijk wat meer wetenschap de klas in brengen dus, beaamt Nieuwenkamp. Maar een lab zal het nooit worden. “Een w&t-les is vaak onrustiger. Dat ondervang je met kleine groepjes, duidelijke afspraken en alle kinderen een eigen taak.” Haar droom? Andere leerkrachten inspireren en helpen om w&t onderwijs verder te integreren in hun lessen zodat kinderen ook andere talenten van zichzelf kunnen ontdekken.