Nog even wachten met je pensioen is nét iets voordeliger. Dat heeft te maken met de zogenoemde invaarbonus.
Eerst nog even over de basis. Elke ABP-deelnemer gaat op 1 januari 2027 over naar de nieuwe regeling, of je tegen die tijd nog werkt of al met pensioen bent. Alle pensioenrechten worden op dat moment omgezet in een pensioenvermogen met een gelijke waarde, en voor gepensioneerden vervolgens in een pensioenuitkering.
Voorwaarde is wel dat de dekkingsgraad van het ABP op het moment van omzetten minimaal 100 procent is. Op dit moment komt die op ongeveer 122 procent. Het ABP heeft dus meer dan genoeg geld in kas om de pensioenen nu en in de toekomst te kunnen betalen. Een dekkingsgraad van 109 procent is al genoeg om aan alle doelstellingen voor de nieuwe regeling te kunnen voldoen. Denk aan extra reserves opbouwen en het compenseren van de groep deelnemers (vooral veertigers en vijftigers) die door de nieuwe systematiek anders op achterstand zou komen. Het vermogen boven die 109 procent gaat het ABP uitdelen, gesteld natuurlijk dat de dekkingsgraad op 1 januari 2027 nog steeds zo hoog is. Dat wordt de invaarbonus, en die bestaat uit twee delen.
Om te beginnen krijgen alle ABP-deelnemers dan een verhoging van het pensioen. Door de berekeningswijze krijgen gepensioneerden echter iets minder. Dat zit zo: er is voor dit bedrag een (wettelijk bepaalde) spreidingstermijn van tien jaar. Over deze periode bekeken moet iedereen er jaarlijks evenveel procent bij krijgen. Maar er is natuurlijk een deel van de gepensioneerden dat minder dan tien jaar te leven heeft, deze groep zou er dan jaarlijks meer procent bij krijgen. Daarom valt de invaarbonus voor de gepensioneerden wat lager uit.
Stel dat het ABP voor dit deel van de invaarbonus 5 procent van het totale pensioenvermogen uittrekt, wat bij de huidige dekkingsgraad reëel is, dan krijgen actieve deelnemers grofweg 5 procent extra pensioenvermogen en gepensioneerden 4 procent. En dát is dus het verschil tussen eind dit jaar met pensioen gaan of pas begin 2027. In het laatste geval krijg je naar verwachting (bij de huidige dekkingsgraad) dus zo’n 1 procent meer pensioenvermogen.
Een tweede invaarbonus is mogelijk bij een dekkingsgraad boven de 119 procent. Dan reserveert het ABP 3 procent van het vermogen voor alle deelnemers die door de jaren heen de waarde van hun pensioen zagen verminderen doordat de jaarlijkse aanpassing (ook wel de indexatie) de prijsstijgingen niet bijhield. Hoe langer je bij het ABP bent aangesloten, hoe hoger deze extra toevoeging aan het pensioen zal zijn. Maar wanneer je nou precies met pensioen gaat, heeft geen invloed op dit bedrag.
Voor wie op wat jongere leeftijd met pensioen wil, is er ook nog een aandachtspunt. Namelijk de compensatie die deelnemers vanaf ongeveer 40 jaar krijgen. Deze groep heeft in zijn jonge jaren te veel pensioenpremie betaald en kan dat door de nieuwe systematiek later niet meer goedmaken. Ook als (jonge) zestiger kun je nog wat compensatie krijgen, maar dan moet je op 31 december dit jaar nog wel actief deelnemer zijn.
Scenario's
Wat als de beurzen kelderen?
Als de beleggingen van het ABP voor de transitie op 1 januari 2027 opeens in waarde zouden kelderen én de rente daalt, dan gaat de dekkingsgraad mee omlaag. Mogelijk kan de invaarbonus dan (deels) niet doorgaan. Stel dat de dekkingsgraad onder de 101,5 procent zou zakken, dan gaan zelfs de pensioenen omlaag.
Ook de gepensioneerde wordt dan geraakt?
In deze extreme situatie verliest iedereen sowieso die invaarbonus. Maar moeten de pensioenen worden verlaagd, dan krijgen de gepensioneerden vanaf volgend jaar een aanvulling uit de solidariteitsreserve. Zij worden dus beter beschermd tegen eventuele harde klappen dan niet-gepensioneerden.
En de werkende groep dan?
Idee is dat zij genoeg tijd hebben om zo’n terugval van de beleggingswaarde de jaren daarna (deels) weer goed te maken.
Wat als je al tegen je pensioen aan zit?
Dan zijn de belegginsrisico’s sowieso minder groot. Vanaf 2027 is de beleggingsmix van het pensioenvermogen namelijk afgestemd op de leeftijd van de deelnemer. Wie dichter tegen zijn pensioen aan zit, heeft meer obligaties in portefeuille dan (risicovollere) aandelen.