Flasback: ‘Ik denk dat ik hem helemaal niet ben opgevallen’
Nederlands docent Ton Jansen creërde een sfeer waarin leerlingen zich thuis voelden, vertelt schrijver Daan Borrel (36).
Tekst
Judith Katz - Redactie Onderwijsblad
en
Maaike Lange - Redactie Onderwijsblad
-
-
3 Minuten om te lezen
Beeld: Fred van Diem
“Op het St. Bonifatiuscollege in Utrecht vond ik alle docenten die Nederlands gaven leuk. Ik was niet heel goed in spelling en grammatica, en dat vond ik ook minder leuk. Ook met letterkunde had ik niet meteen iets. Dat kwam omdat we begonnen met Van den vos Reynaerde en andere Middeleeuwse boeken. Ik wist niet wat ik daarmee moest. Maar toen kwam meneer Jansen met een bundel van Tjitske Jansen. Mijn moeder had ook een poëziebundel van haar thuis liggen. En meneer Jansen bracht ook een cd mee waarop Tjitske Jansen haar gedichten voorleest.
Meneer Jansen bracht dat op een manier die mij raakte
Ik kan me goed herinneren dat de audioapparatuur in het lokaal rechts boven hing, en dat we met de hele klas naar die gedichten luisterden en dat toen alles, voor mij, op z’n plek viel. Ik wilde graag een beetje cool zijn op school, maar nu mocht ik ook poëzie en boeken lezen leuk vinden. De poëzie van Tjitske Jansen paste bij mij leefwereld. Haar gedichten gaan vaak over verlangen. Meneer Jansen gaf ons de opdracht om met z’n tweeën te praten over wat de gedichten voor jou betekende. Soms kreeg je bij Nederlands de opdracht: wat betekent ‘het’. Alsof er één sluitend antwoord was. Maar nu was de opdracht: wat denk je er zelf van? Het ging niet om de juiste literaire betekenis, maar om jou. Meneer Jansen bracht dat op een manier die mij raakte. Hij deed dat door een warme sfeer in de klas te creëren. In andere klassen was het vooral de leraar die praat en als je erdoorheen praatte, moest je naar de gang. Bij hem was dat anders.
Als ik klassenfoto’s uit mijn middelbare schooltijd zie, krijg ik buikpijn. Ik vond het een heftige tijd. Door de veranderende hormonen was ik vaak paniekerig, ik vond het allemaal heel spannend. Best veel meisjes hebben daar last van. In die tijd gingen mijn ouders ook uit elkaar. De vaderlijke aandacht en de sfeervolle klas van meneer Jansen vond ik daarom fijn. Tegelijkertijd wist ik ook niet goed wat ik ermee aan moest. In die tijd zocht ik de aandacht van jongens. Ik dacht als ik er leuk uitzie, dan word ik leuk gevonden. Meneer Jansen sprak mij aan op mijn intellect en op de verbeelding. Daarin voelde ik me gezien. Hij nam niet specifiek mij serieus, hij nam de hele klas serieus door met ons te praten over poëzie. Hij zette ons ook aan om zelf dingen te maken en ik deed mee aan een poëziewedstrijd in de Grote Kerk.
Ik denk dat ik hem nooit ben opgevallen
Na mijn middelbare school schreef ik me in voor psychologie, maar ik had me verkeerd ingeschreven, en toen moest ik opnieuw kiezen. Met mijn moeder heb ik de studiegids door geplozen en toen zag ik literatuurwetenschap staan en dat heb ik toen gekozen. Het was een lot van het universum. Voor mijn gevoel komt die keuze ook echt door meneer Jansen. We hadden een keer een schoolreünie en ik wilde meneer Jansen bedanken voor zijn inspiratie. Maar toen ik hem zag, dacht ik dat hij mij niet herkende, en heb ik niets gezegd. Ik denk dat ik hem helemaal nooit ben opgevallen.”
'Een schot in de roos'
Ton Jansen (68) is oud-docent Nederlands. Na 35 jaar lesgeven op het Utrechtse Bonifatiuscollege is hij onlangs met pensioen gegaan. ‘Beste Daan, je viel mij heus wel op door de manier waarop je betrokken was. Die lessen over Tjitske Jansen waren inderdaad een schot in de roos. Ik wist wel dat sommige lessen indruk maakten op sommige leerlingen, maar dat de doorwerking na al die jaren zo groot was, heb ik nooit kunnen bevroeden. Ik heb je ook gezien bij de reünie, maar door de drukte ben ik je misgelopen. Leve de literatuur.’
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.