Terwijl Nederland worstelt met structurele personeelstekorten, blijft één sector opvallend buiten beeld: het onderwijs. Dat juist in een advies over de toekomst van onze kenniseconomie het lerarentekort ontbreekt, roept vragen op.
Tekst
Michiel van Nieuwstadt - Redactie Onderwijsblad
-
-
2 Minuten om te lezen
Michiel van Nieuwstadt eindredacteur Onderwijsblad. Foto Typetank
Vreemd genoeg ontbreekt het onderwijs op het lijstje met ‘kritieke tekortsectoren’ in het eind vorig jaar gepubliceerde adviesrapport over economische hervormingen in Nederland. Voormalig ASML-topman Peter Wennink noemt daarin wel de zorg, ict en techniek als sectoren met een belemmerend tekort aan personeelsleden.
Die veronachtzaming is verbazingwekkend in een advies over onze kenniseconomie. De jongste cijfers over het lerarentekort vertonen weliswaar een daling, maar de onderwijssector is niet uit de brand. Het stopzetten van NPO-subsidies uit coronatijd heeft een eenmalig negatief effect op de werkgelegenheid in het onderwijs. Dat drukt tijdelijk het tekort en het ministerie waarschuwt dat de stijging de komende jaren weer zal inzetten.
Het zal niet verbazen dat ondernemerscoryfee Wennink op trommels slaat die moeiteloos in de werkgeversagenda passen. In de Klankbordgroep die hij vroeg om een ‘kritische blik’, en de ‘juiste accenten’ zijn kopstukken uit het bedrijfsleven ruim vertegenwoordigd. Feedback van vakbonden was blijkbaar overbodig.
Wennink pleit voor het terugbrengen van de doorbetaling van werknemers in hun tweede ziektejaar. Op de website de NOS deed een vakbondsman dat idee af als borrelpraat.
Sinds 2007 is het aantal onderwijsadviesbureaus verzevenvoudigd
De oud ASML-topman maakt zich zorgen over allerlei tekorten, maar het lerarentekort wordt niet expliciet genoemd. Toch is er in ‘De route naar toekomstige welvaart’ wel veel aandacht voor leraren. ‘Verbetering van het onderwijs begint in de klas’, schrijft Wennink. ‘Versterk carrièremogelijkheden voor excellente leraren.’ En: ‘Halveer de administratieve lasten in het onderwijs.’
Het zijn zinnen die misschien best zouden passen in de agenda van een onderwijsvakbond. ‘Sinds 2007 is het aantal onderwijsadviesbureaus verzevenvoudigd’, aldus Wennink. ‘Inmiddels kent Nederland meer dan 60.000 onderwijsadviseurs, op een totale lerarenpopulatie van 240.000.’ Het zijn feiten waarover de AOb al langer aan de bel trekt.
‘Omdat er beperkte doorgroeimogelijkheden zijn binnen hun functie verdwijnen topleraren naar managementfuncties of adviesbureaus voor carrièreperspectief’, schrijft Wennink bezorgd. ‘En wie voor de klas blijft staan komt om in het papierwerk.’ Met zulke ‘vijanden’ heeft een onderwijsvakbond haast geen vrienden meer nodig.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.