Van mij had het niet gehoeven, maar ze hoorden nu eenmaal bij de inventaris van de groep: de drie goudvissen en hun aquarium met onderwatervilla. Ooit gevraagd én gekregen voor Sinterklaas toen ze een groep of wat lager zaten.
Bij de inventaris zat ook een wisbordje waarop keurig de vijf schooldagen van de week stonden, inclusief aanvinkvierkantjes of er al was gevoerd. Blijkbaar leefden de vissen in de ogen van de klas niet op zaterdag en zondag en in de vakanties.
Huisdieren zijn een vast gegeven in het leven van kinderen, totdat het huisdier op een dag ophoudt te bestaan. Zo had ik zelf ooit, toen we in Griekenland woonden, een kanarie die ik de niet bijster originele naam Tweety had gegeven. Het was een vogel die ik eigenlijk voor lief nam.
Totdat Tweety op een dag, ik was een jaar of negen, op zijn ruggetje met zijn vogelpootjes omhoog op de vloer van zijn kooitje lag. Aanvankelijk voelde ik er weinig bij, maar toen mijn vader ’s avonds aan tafel de legendarische woorden sprak: ‘Nooit zullen we zijn vrolijke gezang meer horen’, gingen bij mij alle sluizen open.
Ik moest eraan denken toen op een ochtend, we zouden net met de klas op kamp gaan, er een enorme consternatie bij het goudvissenverblijf was. Blub, een van de goudvissen lag roerloos in zijn goudvissenvilla, een soort rotsachtige steen. Los van het feit dat Blub totaal niet meer bewoog noch blubte, zat hij of zij ook nog eens muurvast. De vis gaf geen enkel teken van leven. Heel voorzichtig probeerden de kinderen hem, tevergeefs, zachtjes trekkend aan zijn staart te bevrijden. Maar daar kon zijn staart niet zo goed tegen.
Weldra stond er een groep meisjes tranen met tuiten te huilen bij het aquarium. Toen één leerlinge opperde de vis er met een wisbordstift uit te duwen, besloot ik in te grijpen. Het huilen zwelde aan. Ik zei: ’Laat Blub, maar even met rust, zodat hij rustig zijn bestaan hier op aarde kan afsluiten.’
Enigszins overstuur vertrok de klas op kamp. Na een dag heerlijk mee buitenspelen op dat kamp, keerde ik zelf einde van de dag terug op school. Daar stond me nog een vervelend klusje te wachten, waar ik op de pabo nooit iets over heb geleerd. Namelijk: het verwijderen van de goudvis die klem zat in het stuk nep-rots.
Ik nam mezelf voor om de goudvis met rots en al uit de waterbak te verwijderen en daarna een uitvaart in besloten kring bij de restafvalcontainer te organiseren.
Maar tot mijn stomme verbazing en verbijstering, zat Blub niet meer in zijn vissenvilla. Hij zwom gewoon vrolijk weer rondjes samen met de twee andere goudvissen. Ik besloot het wonder te filmen en naar mijn duo te appen met het verzoek dit aan de treurende klas te tonen met de woorden <I>Er is een wonder geschied, Blub leeft!<P>. En nu ben ik in de juf die middenin de vakantie naar school fietst om Blub eten te geven.