Stop met het van bovenaf vormgeven van het burgerschapsonderwijs, schrijft socioloog en leerkracht Allan Varkevisser in een opiniestuk. Leg geen programma of herstelopdrachten op, laat het burgerschapsonderwijs gebeuren zoals het gebeurt.
Tekst
Allan Varkevisser - socioloog en leerkracht
-
-
3 Minuten om te lezen
'Stop met het van bovenaf vormgeven van het burgerschapsonderwijs' Beeld: Typetank
Brengt verheldering van de kerndoelen het burgerschapsonderwijs op een hoger plan? Die vraag wordt opgeworpen in het februarinummer van het Onderwijsblad. Wat daarbij allemaal komt kijken wordt verwoord door Niels van Leuteren, inspecteur voor het primair onderwijs: ‘Maar de wet vraagt dat je een doelgericht curriculum hebt, waar wil je de kinderen naartoe brengen, welke houding wil je kinderen meegeven?’ En: ‘Krijgen mijn leerlingen dingen (sic) mee van huis die schuren met democratische basiswaarden?’ En dit alles moet zichtbaar zijn, meetbaar en controleerbaar. Anders krijg je als school een herstelopdracht! Misschien niet verwonderlijk dat mbo-docent Roel van der Linden op de opiniepagina’s van het vorige Onderwijsblad pleit: ‘Neem burgerschap serieus, toets kennis’. Ik bepleit het tegenovergestelde.
Eenmaal volwassen gaan leerlingen ook actief hun burgerschap uitoefenen
Scholen hebben een driedelige functie in onze samenleving (Biesta, 2014): kwalificatie, socialisatie en individuatie/persoonsvorming. Kinderen komen als kleuter binnen en leren stil te zitten op een stoeltje om te kunnen luisteren, activiteiten te kiezen en af te wisselen, naar de meester of de juf te luisteren, om te gaan met andere kinderen, rekening te houden met elkaar. En passant leren zij de Nederlandse taal te spreken en wat later leren zij deze ook te schrijven en te spellen. Gaandeweg maken zij deel uit van een steeds grotere ‘wereld’. Waar dit zich vroeger vaak afspeelde buiten het zicht en de invloed van ouders/verzorgers, zoeken scholen nu juist voortdurend naar de verbinding met hen. Zo worden kinderen gesocialiseerd tot Nederlanders die de taal spreken, de cultuur en de gewoonten en de instituties kennen. Dit proces gebeurt al meer dan honderd jaar. Uiteindelijk gaan de leerlingen als zij volwassen zijn ook actief hun burgerschap uitoefenen. Stemrecht, geld verdienen, belasting betalen, medezeggenschap uitoefenen, zelf kinderen krijgen en opvoeden. Zo zit een samenleving in elkaar.
Voor burgerschap is geen handleiding te schrijven en dat moet ook niet de wens zijn
Alleen, nu hebben politici en ambtenaren bedacht dat je in het onderwijs een vak moeten gaan ontwikkelen - burgerschap - waarin je expliciet maakt wat je de kinderen gaat bijbrengen tijdens deze socialisatie. En daar wringt de schoen. Dit proces is niet eenduidig in kaart te brengen. Ik verwijs naar het onbegrijpelijke woordje ‘dingen’ in de uitspraak van Van Leuteren. Maar bovenal is het een dynamisch proces dat vormgegeven wordt door verschillende actoren (ministerie, stichting, school, leerkracht, ouder, kind en omgeving). Daar is geen handleiding voor te schrijven en dat moet ook niet de wens zijn. Natuurlijk moeten kinderen leren dat we in een constitutionele monarchie leven, dat we een Eerste en een Tweede Kamer hebben, hoe die tot stand komt, wat democratische verkiezingen zijn en wat de grondwet en het nondiscriminatiebeginsel inhouden. Maar wat de betekenis is die aan deze instituties wordt gegeven, is een andere. Dit proces is zo dynamisch dat er geen toetsing op kan worden toegepast. Bovendien kun je je afvragen in hoeverre toetsing door de inspectie ‘neutraal’ en ‘belangeloos’ is. Zeker onder het kabinet Schoof dat islamisering als een gevaar voor onze samenleving zag.
Stop met het van bovenaf vormgeven van het burgerschapsonderwijs
Mijn boodschap is derhalve, stop met het van bovenaf vormgeven van het burgerschapsonderwijs. Leg geen programma of herstelopdrachten op, laat het gebeuren zoals het gebeurt, stel er niet te veel formele eisen aan. Maar ga in gesprek met scholen over hun aanpak en waarom ze daarvoor gekozen hebben. Ik zou me als politiek veel eerder richten op artikel 23, die het mogelijk maakt dat een politieke partij, Forum voor Democratie, die zelf antidemocratisch is, scholen kan stichten. Dat vind ik pas een bedreiging voor onze democratische kernwaarden en cultuur.
Allan Varkevisser is socioloog en leerkracht
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.