Invloed schrijvers op geschiedenis verdient aandacht docent
De Nederlandse literatuur is van invloed geweest op onze geschiedenis, schrijft Leo Prick in een opiniebijdrage voor het Onderwijsblad. Het plaatsen van geschreven teksten in een historische context biedt een mooie kans om meer samenhang te brengen in onderwijs.
Tekst Leo Prick - - 5 Minuten om te lezen
Typetank
Als leraar Nederlands heb ik met veel plezier les gegeven in de geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Daarop terugkijkend besef ik dat daar iets vreemds mee aan de hand was. Boeken over Nederlandse literatuurgeschiedenis volgen niet de geschiedenis, maar maken daarin reuzensprongen afhankelijk van de literaire kwaliteit van de auteurs die in een bepaalde periode leefden.
In de 18de eeuw bijvoorbeeld ging het economisch zeer slecht met Nederland. Terwijl een problematische jeugd vaak een vruchtbare inspiratiebron is voor schrijvers, heeft die collectieve economische neergang weinig literaire vruchten afgeworpen. Zo waren in de 18de eeuw de meest gelezen werken van Nederlandse auteurs nog steeds, toen al meer dan een eeuw lang, de gedichten van Jacob Cats en het scheepsjournaal van schipper Bontekoe. Omdat de literatuurgeschiedenis voornamelijk aandacht besteedt aan die werken die in later jaren de toets der literaire kritiek konden doorstaan, wordt aan deze periode dan ook nauwelijks of geen aandacht besteed. Alsof er in die eeuw niets gebeurde.
Bepalend voor de geschiedenis
Geschreven werken van allerlei aard hebben door alle eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis. Vaak waren zij zelfs mede bepalend voor het verloop ervan. De Historiën van Hooft, Betje Wolf en haar strijd tegen bekrompenheid in christelijke kringen, boeken over slavernij en kinderarbeid, nationalistische literatuur als tegengif tegen de Franse overheersing, Multatuli over kolonialisme en evolutieleer, de toneelstukken van Heijermans over armoede en onderdrukking; al die gedichten, romans, reisverslagen, toneelstukken en pamfletten waren van invloed op de publieke opinie, op hoe de mensen dachten over maatschappelijke onderwerpen. Daarmee gaven de auteurs ervan richting aan de geschiedenis. Het is, als je dit beseft, best wonderlijk dat het onderwijs in literatuurgeschiedenis en geschiedenis in het algemeen, afzonderlijke werelden vertegenwoordigen.
Het is best wonderlijk dat het onderwijs in literatuurgeschiedenis en geschiedenis in het algemeen afzonderlijke werelden vertegenwoordigen
Dit besef heeft er bij mij toe geleid om, nu ik er de tijd voor heb, mijn oude liefde voor de literatuurgeschiedenis weer op te pakken en te gaan werken aan een boek over de geschiedenis van Nederland met als uitgangspunt wat er in een bepaalde tijd zoal werd geschreven. Hiermee krijgt de lezer een beeld van hoe de mensen die toen leefden die gebeurtenissen beleefden, wat die voor hen betekenden.
Geschiedenis als los zand
De belangstelling voor onze vaderlandse geschiedenis is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Programma’s op tv daarover, de talloze boeken over historische figuren of over de geschiedenis van de familie van de auteur, interviews met honderdjarigen, dit alles getuigt van een algemeen gevoelde interesse voor ons verleden, voor waar we vandaan komen, voor wat onze voorouders hebben beleefd.
Een jaar of twintig geleden zochten politici naar wegen om die collectief gevoelde interesse voor ons verleden te honoreren. Zo werd in 2006 besloten tot de oprichting van een Nationaal Historisch Museum. Daarnaast werd het plan opgevat om de historische kennis op te vijzelen door het uitgeven van een boek.
Toen het erop aankwam die liefde voor het vaderlandse verleden om te zetten in daden restte er van die kortstondige politieke eruptie van vaderlandsliefde alleen nog het boek. Dat verscheen in 2014 met als titel De Canon van Nederland. Het omvatte vijftig hoofdstukken met uiteenlopende onderwerpen zoals hunebedden, Erasmus, buitenhuizen, Aletta Jacobs, de Stijl, de televisie, Annie M.G. Schmidt en nog veel meer. Een scheurkalender van vijftig onderwerpen bijeen geschreven door even zoveel auteurs die duidelijk geen kennis hadden genomen van elkaars bijdragen. De geschiedenis als los zand, als onsamenhangend geheel. Ik vond dit echt treurig want een gemiste kans.
Vestingkerken
In het dorpje in Frankrijk waar ik gewoonlijk mijn vakantie doorbreng, staat een kerk die dateert uit de 12de eeuw. Als je er met aandacht naar kijkt kun je zien dat het oorspronkelijk de vorm moet hebben gehad van een min of meer rechthoekig gebouw. Met zijn meer dan een halve meter dikke muren en een twaalf centimeter dikke smeedijzeren deur kon het hermetisch van de buitenwereld worden afgesloten. Een kerk als een vesting en zo was het oorspronkelijk ook bedoeld. Als vijandelijke troepen de streek bezochten vond het hele dorp met alle levende have er beschutting. Aan de kleur van het natuursteen kun je zien dat de ramen er later zijn ingebracht en dat toen ook het dak moet zijn verhoogd. Om het geheel nog meer het aanzien te geven van een kerk, is er ten slotte ook een toren met uurwerk tegenaan gebouwd.
Als ik geïnteresseerden vertel over vestingkerken en wanneer die het uiterlijk van een kerk kregen, blijkt dat bij haast iedereen een globaal beeld van de geschiedenis ontbreekt. Vanwege dat gebrek aan overzicht waar iedereen min of meer last van heeft, heb ik besloten de geschiedenis van Nederland te schrijven in de vorm van verhalen waarbij het een voortvloeide uit het ander of er een reactie op was. De geschiedenis als samenhangend geheel. In samenhang ook met de literatuur in de brede zin van alles wat er zoal werd geschreven en in verband kan worden gebracht met de geschiedenis van Nederland.
Historische context
In 1812 verscheen de Hollandsche Natie geschreven door J.F. Helmers. Door de latere literaire kritiek werd dit gedicht afgedaan als bombastisch, overdreven nationalistisch en dus van weinig belang. Maar in combinatie met de geschiedenis, de bezetting van Nederland in die tijd door de Fransen, ga je er heel anders naar kijken. Het gedicht dat door de bezetters werd gezien als een potentieel gevaar en daarom zwaar werd gecensureerd was in feite een moedige vorm van verzet. Literair niet hoogstaand maar literair-historisch een ankerpunt in onze geschiedenis.
Door geschreven teksten te beschouwen als uitingen binnen een bepaalde historische context, is voor de docent literatuurgeschiedenis elke periode de moeite waard. Met deze kijk op de literatuur kun je ervoor zorgen dat leerlingen een evenwichtiger beeld krijgen van de geschiedenis dan ik ze indertijd ongewild heb bezorgd.
Leo Prick is zelfstandig publicist en oud-docent Nederlands. Zijn boek ‘Van Elegast tot Anne Frank’ is vorige maand verschenen bij uitgeverij PrID. Prijs €17,50