'Inclusief gymnasiumonderwijs begint op de basisschool'
Voor een gymnasium-advies is de neiging groot om vooral naar leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong te kijken. Vergeet ook vooral andere leerlingen niet die graag analytisch, logisch en associatief denken, betoogt docent klassieke talen Mirjam Verstraelen.
Tekst
Mirjam Verstraelen is docent klassieke talen en secretaris-penningmeester van de Belangengroep Gymnasiale Vorming van de AOb
-
-
3 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank
Binnenkort is het weer zover: in januari krijgen leerlingen uit groep 8 hun voorlopige schooladvies; in februari maken ze de doorstroomtoets. Bij het bepalen welk type voortgezet onderwijs het beste bij een leerling past is het van belang dat de leerkracht zo goed mogelijk de capaciteiten van de leerling inschat. Een hele klus, want hoe meet je de ontwikkeling van een kind over al die jaren? Niet verwonderlijk dat leerprestaties als belangrijke indicator worden gezien naast aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling, motivatie, gedrag en houding. De gemeten prestaties gecombineerd met de professionele deskundigheid en ervaring van de leerkrachten zijn een goede indicator van het meest passende type voortgezet onderwijs.
Toch zijn al deze argumenten geen harde data: waar de beoordeling van persoonsgebonden kwaliteiten lastig te meten is en dus in hoge mate afhangt van een interpretatie van een beoordelaar, zijn ook de gemeten prestaties afhankelijk van allerlei contextuele factoren. Leerlingen uit een minder gunstige socio-economische omgeving, met een diverse culturele achtergrond of leer- of gedragsbijzonderheden, presteren vaak minder goed dan leerlingen met een stabiele, veilige en stimulerende omgeving. De kans bestaat dat leerlingen die minder goed presteren een schooladvies krijgen dat niet het beste bij hun capaciteiten en interesses aansluit, zeker niet als die door hun omstandigheden niet volledig tot uiting komen.
Hoewel een gymnasium-advies formeel niet bestaat, wordt het informeel wel gegeven
Kennismaken met het gymnasium
Binnen het Nederlandse landschap voor voortgezet onderwijs neemt het gymnasium een bijzondere positie in. Naast het bestaan van categorale gymnasia wordt op veel scholengemeenschappen een gymnasiumroute aangeboden. Voor welke leerlingen? Natuurlijk wordt er al snel gedacht aan leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong en/of leerlingen die goede prestaties laten zien. Maar er zijn veel andere eigenschappen die aansluiten bij een gymnasiumprofiel.
Veel andere eigenschappen sluiten aan bij een gymnasiumprofiel, zoals nieuwsgierig zijn, analytisch denken, geinteresseerd zijn in verhalen, in talen
Nieuwsgierig zijn, geïnteresseerd zijn in verhalen (lezen, luisteren, schrijven, vertellen of uitbeelden), in talen, geschiedenis en kunst, graag analytisch, logisch en associatief denken, willen leren en daarbij bereid zijn om door te zetten, snel van begrip zijn, waardoor je minder behoefte hebt aan herhaalde uitleg of oefeningen bij de andere vakken. Het gymnasiumonderwijs heeft leerlingen op wie één of meerdere van deze eigenschappen van toepassing zijn, veel te bieden.
Kansrijk adviseren
Het verschilt natuurlijk hoe door startende middelbare scholieren de keuze voor gymnasium wordt gemaakt. Hier ligt ook een taak voor de ouders en de primaire onderwijsomgeving van een leerling. Want we vinden met elkaar dat elk kind het verdient om zijn talenten optimaal te ontwikkelen. Dit komt de algemene ontwikkeling, carrièreperspectieven en het algemene welbevinden van een kind ten goede. Eén van de verantwoordelijkheden van professionals in het basisonderwijs is de ontwikkeling van het kind vroegtijdig te stimuleren en kansrijk te adviseren. Hoewel een gymnasium-advies formeel niet bestaat, wordt het informeel vaak wel gegeven. Daarom is het belangrijk leerlingen al in het primair onderwijs kennis te laten maken met gymnasiumonderwijs. Zo kunnen basisschoolleerlingen vertrouwd raken met deze onderwijsrichting. Dit kan erin resulteren dat een grotere groep leerlingen de optie ‘gymnasium’ meeneemt in de schoolkeuze.
Mirjam Verstraelen is docent klassieke talen. Daarnaast is zij secretaris-penningmeester van de Belangengroep Gymnasiale Vorming van de AOb.
Webcafé over kansrijk adviseren
De Belangengroep Gymnasiale Vorming, een groep binnen de AOb, organiseert op maandag 12 januari (15.30-17.00 uur) een online webcafé over gymnasiumonderwijs voor leerkrachten van groep 7 en 8, met als titel ‘Inclusief gymnasiumonderwijs begint bij het primair onderwijs’. Meld je aan via agenda.
Meer onderwijsblad lezen? Word AOb lid!
Als lid heb je toegang tot alle onderwijsbladen. Meer over alle voordelen vind je hier.