VO
WO&O
Als docent zit ik er maar mooi mee
Nederlandse leerlingen scoren slecht op discipline en luisteren steeds minder naar hun docent. Volgens Felienne Hermans ligt het probleem niet alleen bij de leerlingen.
Nederlandse leerlingen scoren slecht op discipline en luisteren steeds minder naar hun docent. Volgens Felienne Hermans ligt het probleem niet alleen bij de leerlingen.
Tekst FELIENNE HERMANS - VO-DOCENT EN HOOGLERAAR - - 2 Minuten om te lezen
In een van mijn eerste lessen op de middelbare school kwam een brugklasser naar mij toe, in zijn hand de leerzame invulbladen waar ik twee dagen aan gewerkt had, met de mededeling dat hij van zijn moeder niets hoefde te doen dat weerstand bij hem opriep. En werkbladen waren ‘niet leuk’. Ik stond met mijn mond vol tanden, geen idee hoe ik deze knul weer aan het werk kreeg.
Dit beeld is herkenbaar. De grootste zorg die studenten in de lerarenopleiding meestal uiten, is ‘orde houden’: leerlingen laten opletten en aan de slag krijgen. En terecht, Nederlandse scholieren scoren slecht op klassikale discipline. ‘Van de 81 onderzochte landen eindigde Nederland op plek 65. [...]’, lazen we vorig jaar in Trouw.
Als lessen geen weerstand meer op mogen roepen, hoe doceer ik dan moeilijke stof?
Tsja, de Nederlandse cultuur laat zich niet voor niets samenvatten met ‘geen uniform is heilig’. Fijn, misschien, maar als docent zit ik er maar mooi mee. Want als lessen geen weerstand meer op mogen roepen, hoe doceer ik dan moeilijke stof?
In zijn schitterende boekje De plicht om weerstand te bieden, uit 2016, legt de Franse pedagoog Philippe Meirieu de vinger op de zere plek: ‘De sociale normen die destijds het gezag van leraren bepaalden [hebben] geen stand gehouden, maar we hebben niet de moeite genomen om via een pedagogiek gezag op te bouwen.’
Ook op de universiteit speelt dit - een hoogleraar krijgt niet meer zomaar respect - maar bij ons is het wel een gevalletje self-own. Kregen hoogleraren toen ik zelf studeerde nog een ruime werkplek met vergadertafel, boekenkasten, en een secretaresse, dat is allemaal wegbezuinigd. Nadenken, dat doe je maar thuis, schreef een UvA-decaan in 2022, daar is Amsterdam veel te duur voor.
Nu twijfel ik regelmatig of deze maatregelen eigenlijk wel bezuinigen. Bijvoorbeeld als ik weer eens met tien andere wetenschappers een datumprikker met 35 opties in zit te vullen. Of als ik inlog in ons complexe boekingssysteem voor vergaderruimten omdat mijn mini-kamertje daar geen plek voor heeft. Ook duur, en ook gedoe dat afleidt van onze kerntaak: onderzoeken en lesgeven.
Als de universiteit het werk van wetenschappers niet serieus neemt, waarom zou een student dat dan wel doen?
Maar veel erger nog, de universiteit laat in haar daden zien wat mijn werk is. Niet rustig denken op een eigen kamer. Niet na college nog even ergens ongepland napraten. Niet ‘loop even met me mee naar mijn kamer, dan pak ik dat boek voor je’. Al die activiteiten moeten gepland worden, en georganiseerd met software.
Net zoals sommige leerlingen thuis horen dat ze helemaal niet naar de docent hoeven te luisteren, zo zien studenten dat het niet alleen de samenleving is die het werk van wetenschappers niet altijd serieus neemt, maar dat de universiteit als organisatorische eenheid dat ook niet doet. Dus ja, waarom zou een student dat dan wel doen?
Ben je al lid? Login om verder te lezen.