Waarom nemen we de doorstroomtoets nog af?
De eindtoets moet de kansengelijkheid bevorderen en onderwijskwaliteit meten. Het bewijs dat de toets beide niet doet, stapelt zich op. Toch blijven ministerie en inspectie de toets omarmen. Hoe kan dat?
Tekst Monique Marreveld - redactie Onderwijsblad - - 11 Minuten om te lezen
beeld: Typetank
De voorspellende waarde van de eindtoets is matig tot slecht. Dat schreef Matthijs Warrens van de Rijksuniversiteit Groningen al ruim een jaar geleden in een Brits wetenschappelijk tijdschrift. Met collega’s vergeleek hij de adviezen van 160 duizend leerlingen die gebaseerd waren op de eindtoetsen met hun onderwijspositie in het voortgezet onderwijs drie jaar later. Leerlingen bleken lager te eindigen dan de toets had voorspeld. En dat was geen toevalstreffer. Al eerder, bijvoorbeeld in 2019 en in 2022, constateerden Warrens en collega’s in vergelijkbare cohortonderzoeken dat leerkrachtvoorspellingen accurater zijn.
De eindtoets - of liever de vijf doorstroomtoetsen die leerlingen dit jaar maakten - doet dus niet waarvoor hij bedoeld is: leerlingen op de juiste plek krijgen. Waarom zouden we hem dan nog afnemen?
Scholen waar de resultaten onder de maat zijn, worden onder de loep genomen
Dat heeft alles te maken met de zogenoemde dubbelfunctie van de doorstroomtoets. Zij vormt al minstens tien jaar als het ware de bodem onder het toezichtskader van de Onderwijsinspectie, legt oud-onderwijsinspecteur Marten Elkerbout uit. “Het risicogerichte toezicht is gebaseerd op de resultaten van de doorstroomtoets en de leerlingvolgsystemen. Scholen waar de resultaten onder de maat zijn, worden onder de loep genomen.” Met andere woorden: de inspectie gebruikt de doorstroomtoets als maat van kwaliteit van scholen. Interessant is dat ook de toetsmakers - Cito, Bureau ICE en anderen - al jaren waarschuwen dat hun toetsen niet bedoeld zijn om scholen mee te beoordelen.
De doorstroomtoets moet gewoon niet meer gebruikt worden voor het inspectietoezicht
Saskia Wools, voorzitter van de raad van bestuur van Cito, stelt bijvoorbeeld afgelopen jaar in de Volkskrant: ‘Gebruik de doorstroomtoets niet voor kwaliteitsbeoordeling.’ Michiel Colenbrander, directeur van Bureau ICE (maker van de Iep-toets) zegt: “Wij vinden de dubbelfunctie van de doorstroomtoets onwenselijk. Hij moet gewoon niet meer gebruikt worden voor het inspectietoezicht.”
Toets moet niet te veel gewicht krijgen
Een aantal onderzoekers voegt zich sinds kort publiekelijk in dit koor, onder wie Marian Hickendorff, docent aan de Universiteit Leiden en lid van de wetenschappelijke raad van advies van Cito. In een artikel dat vaktijdschrift Volgens Bartjens in november 2025 publiceerde, schrijft zij met collega’s dat een doorstroomtoets ‘een waardevolle aanvulling (is) op de inschatting van de leerkracht. Maar die toets (liefst geen commerciële) moet enkel worden gebruikt voor het ene doel waarvoor die is ontwikkeld, en niet te veel gewicht krijgen.’ Alsof de auteurs een extra rug nodig hebben om achter te schuilen voor ze het durven zeggen, citeren ze vervolgens instemmend een andere onderzoeker: ‘De eindtoets zou niet tevens moeten worden gebruikt als meetinstrument voor onderwijskwaliteit met alle perverterende gevolgen van dien.’ Denk aan scholen die het curriculum versmallen om maar goed te scoren op de toets of aan ouders die massaal bijles inkopen in de hoop op een hoger advies.
Hickendorf en collega’s onderbouwen hun stellingname overigens met een zeer kritische analyse van de referentieniveaus rekenen; die als het ware de onderlegger vormen voor de rekenonderdelen in de doorstroomtoetsen groep 8.
De doorstroomtoetsen zijn niet vergelijkbaar
Psychologisch-meetkundig valt er het nodige op af te dingen, stellen de onderzoekers. En met name aan het feit dat de doorstroomtoetsen niet vergelijkbaar zijn, tillen zij zwaar. Dat probleem lijkt het ministerie van Onderwijs nu te gaan oplossen door te koersen op één doorstroomtoets. Maar zo ver is het nog niet.
Door toetsen te oefenen worden leerlingen beter in toetsen maken, niet in lezen
Al in 2022 bonden schoolleider Eva Naaijkens en teamleider en leraar Martin Bootsma uit Amsterdam de kat de bel aan in een artikel over de eind/doorstroomtoets op hun Alan Turingschool: hij zou weinig zeggen over de kwaliteit van hun school en bleek een vertekend beeld te geven van de prestaties van hun leerlingen bij begrijpend lezen. Door toetsen te oefenen met hun leerlingen en uiteindelijk zelfs een andere eindtoets te kiezen, slaagde de Alan Turing er ineens in beter te scoren. De leerlingen lazen er geen jota beter door, ze waren simpelweg beter geworden in toetsen maken, aldus Bootsma en Naaijkens.
De doorstroomtoets mag niet bepalend zijn voor het beeld dat we hebben van leerlingen
Ook elders in het land vragen praktijkexperts al jaren aandacht voor hun slechte ervaringen met de doorstroomtoetsen. Martin Ooijevaar bijvoorbeeld, directeur onderwijs van SKO West-Friesland, kwam tot vergelijkbare conclusies als Naaijkens en Bootsma toen hij de resultaten van zijn 21 scholen onder de loep nam. Ooijevaar zoekt regelmatig de publiciteit met uitgebreide analyses. Zijn stellingname: “De doorstroomtoets mag niet bepalend zijn voor de onderwijskwaliteit en het beeld dat we hebben over leerlingen.”
De validiteit en betrouwbaarheid van de eindtoets staan dus ter discussie, ook als het er straks maar één is, gebaseerd op diezelfde referentieniveaus die psychometrisch beter kunnen.
Burgerlijke ongehoorzaamheid
Meer vijftig schoolbesturen met ongeveer vijfhonderd scholen zetten vorig jaar de hakken in het zand. Zij gingen in overleg met de Onderwijsinspectie en OCW over hun voornemen de (verplichte) doorstroomtoetsen niet meer af te nemen. Het belangrijkste argument van deze actiegroep Leve het Onderwijs (LhO): wij willen toetsen die de ontwikkeling van kinderen ondersteunen, adviseren op basis van een betere blik op hun kwaliteiten en meer vertrouwen in de oordelen van leerkrachten. Anders gezegd: de doorstroomtoetsen die de overheid verplicht stelt, helpen ons helemaal niet (lees ook het artikel ‘Doorstroomtoets zet leraar buitenspel’).
Vier scholen van de schoolbesturen Saks en Spaarnesant besloten uiteindelijk in 2025 de toets te weigeren, in de overtuiging dat hun burgerlijke ongehoorzaamheid gedoogd zou worden. Niets bleek minder waar, zegt de al eerder genoemde Marten Elkerbout, tot afgelopen zomer ook lid van schoolbestuur Spaarnesant (25 scholen), en één van de kartrekkers van LhO. “Wij waren geschokt! Ondanks de gesprekken die we voerden, zagen we niet aankomen dat OCW ons een zogenoemde spoedaanwijzing zou geven. Dat is een draconische maatregel die eigenlijk is bedoeld voor malverserende besturen.”
Ook als scholen op alle fronten voldoendes halen, krijgen ze toch een onvoldoende als ze de doorstroomtoets niet afnemen
Het credo van de Onderwijsinspectie is al jaren dat scholen nooit zomaar een onvoldoende krijgen op basis van de onderwijsresultaten. Vertel en leg uit, is het parool. Elkerbout: “Maar in de praktijk bleek dat dus gewoon niet waar. Ook als scholen kunnen aantonen dat ze op alle fronten voldoendes halen, krijgen ze toch een onvoldoende als ze de doorstroomtoets niet afnemen of als de resultaten op de doorstroomtoets drie jaar op rij onvoldoende zijn.” Terwijl er volgens experts dus van alles valt af te dingen op die eindtoets.
Onbegrijpelijk, vindt Elkerbout, want het is geen wet van Meden en Perzen: “Het resultatenmodel is een product van de inspectie; ze hebben het zelf bedacht. En ze hebben de zogenoemde discretionaire bevoegdheid om een andere afweging te maken, los van wat er uit die toetsresultaten komt. Ze hóeven dus geen onvoldoende te geven.”
Het heeft weinig zin om weer een steen in dezelfde vijver te gooien
De actie van Leve het Onderwijs, heeft flinke onrust veroorzaakt die nog lang niet is verdwenen. Spaarnesant ging tegen de spoedaanwijzing in beroep bij de rechter; de zaak ligt nu bij de Raad van State. “We gaan door op de ingeslagen weg”, zegt Elkerbout. “Maar onze scholen hebben dit jaar wel de toets afgenomen, want het heeft weinig zin om weer een steen in dezelfde vijver te gooien.”
Iedereen kan zijn knopen nog eens tellen
Eén punt heeft Leve het Onderwijs al gescoord: OCW maakte begin januari dit jaar in een brief aan de Tweede Kamer bekend dat de doorstroomtoets een minder prominente rol krijgt bij de beoordeling van scholen. Een onvoldoende op de standaard leerresultaten (de zogenoemde OR1) leidt niet langer automatisch tot een eindoordeel onvoldoende. De rebellenactie van LhO is tevens, in samenwerking met de Onderwijsinspectie, PO-raad en OCW, opgeschaald tot een meerjarige pilot. Hoewel de wettelijke eindtoetsverplichting blijft, worden scholen binnen de pilot waarschijnlijk in staat gesteld hem niet af te nemen. Scholen kunnen zich in de loop van 2026 aanmelden voor deelname aan de pilot, het is nog niet bekend hoeveel scholen er mee mogen doen. De pilot geeft het ministerie de kans om meer zicht te krijgen op het draagvlak voor LhO. Bovendien kunnen de gemoederen zo bedaren en kan iedereen zijn knopen nog eens tellen.
Deze scholen brengen het stelsel in gevaar
Remco Prast, bestuursvoorzitter van Blosse, een van de dragers van LhO, is benieuwd. “We hebben veel steun ondervonden van andere scgenhoolbesturen”, zegt hij. Maar vooral mondeling, geeft hij toe, echt stoppen met de eindtoets vinden besturen kennelijk eng. Bijval kwam er wel van Marlies Honingh en collega’s van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) die in december 2025 (On)gehoorzaam bestuur publiceerden. Het essay zet de zaak aardig in perspectief. Zo citeert de NSOB in een reconstructie waarvoor ze diverse betrokkenen interviewde, een ambtenaar van OCW die zegt: ‘Deze scholen brengen het stelsel in gevaar’ en ‘Het is alsof ik als burger zou zeggen, weet je, ik rijd door rood, omdat ik het er niet mee eens ben’.
Maar daarmee doet het ministerie geen recht aan de ‘praktische wijsheid, deliberatie en voorzichtigheid’ waarmee Prast en collega’s hebben gehandeld, stelt de NSOB. Het was geen ‘wilde actie’, maar zij hebben hun ‘morele verantwoordelijkheid’ genomen toen ze het gevoel hadden niet anders meer te kunnen: de verplichting de eindtoets af te nemen, was in hun ogen in strijd met hun wettelijke zorgplicht voor leerlingen. Pikant is dat het essay ook meldt dat de betrokken basisscholen resultaten van de doorstroomtoets al niet meer deelden met middelbare scholen, en dat die daar na verloop van tijd ook niet meer naar vroegen. Deze praktijk leverde geen problemen op met de inspectie volgens de NSOB. Kennelijk vond de inspectie díe toewijzingsfunctie van de eindtoets waar het ministerie juist vaak mee schermt, niet zo relevant.
De eindtoetsen zijn onvergelijkbaar
In weerwil van expertadviezen wil de Onderwijsinspectie de eindtoets nog niet loslaten. Ze laat desgevraagd weten de onderwijsresultaten vooralsnog te willen blijven gebruiken in de risico-analyse en in de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs en het stelseltoezicht: ‘Er zijn vele alternatieven uitgezocht en afgewogen. Alle tot nu toe verkende alternatieven brengen nadelen met zich mee die niet opwegen tegen de voordelen van de huidige werkwijze. De doorstroomtoets is, ondanks de tekortkomingen, het enige gegeven waaruit we een relatief objectief en betrouwbaar signaal over de leerresultaten in het primair onderwijs kunnen opmaken. (..) De doorstroomtoets kent tekortkomingen (.. ). Wij sporen de politiek en OCW dan ook aan om dit zo snel mogelijk op te lossen.’
Daar gaat het ministerie een flinke kluif aan hebben. Een hoofdpijndossier dat hierboven al kort genoemd werd, is met name de onvergelijkbaarheid van de eindtoetsen. Papier, digitaal, adaptief of niet, de verschillen tussen de toetsen zijn volgens de PO-raad zo groot dat van leerlingen die hetzelfde niveau hebben, bij de ene toets 37 procent een vwo-advies krijgt, tegen 19 procent bij een andere toets. En het lukt maar niet om die vergelijkbaarheid te verbeteren middels de zogenoemde ankeropgaven. Niet zo gek trouwens, want internationale psychometristen waarschuwen al veel langer hoe lastig dat is. OCW heeft nu wel gezegd, na aandringen van de Tweede Kamer, naar één toets toe te willen. Het is iets waar ook de AOb voor heeft gepleit, samen met een brede coalitie van bonden, schoolleiders en besturen in december 2025. Breed leeft de wens om al komend schooljaar naar één toets te gaan.
De ontwikkeling van één toets duurt lang
Maar dat gaat zo maar niet. Er is een wetswijziging voor nodig en die kost vanwege alle formele stappen nu eenmaal een paar jaar. Daarnaast duurt de ontwikkeling van één toets lang, volgens uitvoeringsorganisatie College voor Toetsen en Examens (CvTE) minstens drie jaar. Wat trouwens best gek is voor wie weet dat ontwikkeling van nieuwe eindexamens voor alle vakken volgens het CvTE in vijf jaar kan.
Het is in het belang van scholen en leerlingen dat er niet steeds weer iets verandert
Dit jaar is de overheidstoets vervallen, de zogenoemde DOE-toets van Stichting Cito, omdat er simpelweg te weinig inschrijvingen (260) waren. Voorlopig liggen er nog contracten met toetsmakers. Michiel Colenbrander van ICE stelt bijvoorbeeld: “Wij zijn nu al bezig met de toets voor over twee jaar. Het is in het belang van scholen en leerlingen dat er niet steeds weer iets verandert. Je kunt wel zeggen: we gaan even een andere toets kiezen, maar daar gaan echt een aantal jaren overheen. Ik ga sowieso uit van een zorgvuldige besluitvorming.”
De vraag is ook: welke toets? Wie gaat straks die éne toets maken? Colenbrander is benieuwd. Momenteel maakt volgens hem ongeveer 40 procent van de scholen een Iep-doorstroomtoets: “Ik ga ervan uit dat goed geluisterd wordt naar wat scholen willen en wensen. En dat er mogelijkheden zullen zijn, ook voor ons, om - mocht het zover komen - mee te doen aan een eventuele aanbesteding.”
Het zal nog wel een tijdje onrustig blijven in de vijver.