Met afstandsonderwijs lukte het Famke de Beer (19) haar vwo-diploma te halen. Nu heeft ze een tussenjaar. Ze wil werken, reizen, nadenken over haar studiekeuze en ze gaat met haar ouders de zolder verbouwen, zodat ze toch een beetje zelfstandig, thuis kan
Al in de bovenbouw van het basisonderwijs liep Famke de Beer (19) vast. “Ik had steeds ruzie met de leerkracht, ik wilde bij alles weten waarom we het op die manier moesten doen en was boos als me dat niet duidelijk werd.” De Beer was uitgeput. “In groep 8 ben ik begonnen met een kindercoach. We hadden gesprekken over hoe je omgaat met hoogsensitiviteit, omdat ze toen dachten dat ik dat had. Hoe ga je om met pesten? Hoe ga je om met docenten? Dat heeft me erg geholpen.” Maar eenvoudig werd naar school gaan nooit.
Ook in het voortgezet onderwijs had De Beer het lastig en in de tweede klas volgde een autisme-diagnose. De school hield rekening met De Beers behoeften, maar het was niet genoeg. De prikkels, de stress, het was te veel. Uiteindelijk besloten De Beer en haar ouders dat ze beter af was in het speciaal onderwijs. Dat werkte. Tot bureaucratie roet in het eten kwam gooien. Toen dichterbij De Beers woonplaats een nieuwe school voor speciaal onderwijs werd geopend, werd het leerlingenvervoer voortaan maar tot die locatie vergoed. “De kinderen daar waren heel anders dan ik. Ze hadden problemen met drugs, geweld.” Dat was dus ook waar de docenten op waren ingesteld. “Ze wisten heel weinig van autisme.” De Beer viel uit. “Het ging in die tijd zo slecht met me, ik was echt van dag tot dag aan het overleven. Toen ik niet meer naar school hoefde, was ik vooral opgelucht, dat ik nu rust had.” Voor meer had ze geen ruimte in haar hoofd. “Maar als ik erbij stilstond, was ik natuurlijk wel teleurgesteld, dat het niet was gelukt.”
Toen ik niet meer naar school hoefde, was ik vooral opgelucht
Er werd met man en macht naar oplossingen gezocht. Ze kreeg afstandsonderwijs en hoefde maar één keer per week naar school te komen. Dat hielp: De Beer haalde voor de zomer haar vwo-diploma. Op dit moment heeft ze een tussenjaar. Ze wil werken, reizen, nadenken over haar studiekeuze en ze gaat met haar ouders de zolder verbouwen, zodat ze thuis kan blijven wonen, maar toch al kan wennen aan zelfstandigheid.
Het gaat mis in de communicatie
Was ze een thuiszitter? Dat hangt van de definitie af, zegt De Beer. “Volgens de ene definitie gaat het om kinderen die niet bij een school staan ingeschreven, bij de andere om kinderen die langer dan 16 weken niet naar school gaan.” Zelf viel ze dus in die laatste categorie.
Cijfers van leerplichtambtenaren komen uit op zo’n 20 duizend thuiszitters. Maar dat is waarschijnlijk een onderschatting, omdat niet alle thuiszitters als zodanig staan geregistreerd. Oudervereniging Balans kwam eind 2024 uit op bijna 70 duizend thuiszitters.
Schrikbarend veel, vond De Beer. Daarom wijdde ze haar profielwerkstuk aan de vraag hoe het beter kan. Ze dook in de literatuur en nam kwalitatieve interviews af met leerlingen en docenten, zowel in het reguliere als in het speciale onderwijs. Bij vrijwel elk gesprek kwam naar voren dat het aan de communicatie schortte. Tussen leerlingen en docenten. Tussen beide typen scholen. Tussen gespecialiseerde ondersteuners en docenten. Tussen docenten onderling. Daar is dan ook veel winst te behalen, denkt De Beer.
Haar respondenten kwamen ook met andere oplossingen. Zo stelden vier van de negen geïnterviewden voor om minder vakken aan te bieden, iets wat De Beer zelf ook prettig zou hebben gevonden, vertelt ze. De grote hoeveelheid vakken leidt tot druk, terwijl er ook geclusterd kan worden. Aardrijkskunde en geschiedenis kunnen bijvoorbeeld samen, en daarbij kan ook aandacht zijn voor Nederlands. Wat haar betreft hoeft echt niet ál het onderwijs zo te worden ingericht. “Maar er moet wel gekeken worden naar mogelijkheden, bijvoorbeeld om een leerling te helpen opbouwen.”
Een andere veelgehoorde aanbeveling was om meer open te staan voor opties om thuis te werken. De Beer snapt dat daar weerstand tegen is, want natuurlijk heeft het onderdeel uitmaken van een klas voordelen. Maar voor thuiszitters gaat de keuze niet tussen onderwijs op school of thuis, maar tussen thuisonderwijs of helemaal geen onderwijs. En dat maakt de optie om leerlingen op afstand vakken te laten volgen een stuk aanlokkelijker. De Beer maakte dit profielwerkstuk bijvoorbeeld met begeleiding van een Q-highschool in Arnhem. Daar kunnen leerlingen aankloppen voor vakken die op hun eigen school niet worden aangeboden.
Neem leerlingen serieus
Met De Beers belangrijkste advies kan iedereen die in het onderwijs werkt morgen al aan de slag. Dat is: “Luister naar de kinderen.” Kinderen met een autisme-diagnose hebben vaak veel psychologische begeleiding gehad en zo veel over zichzelf geleerd, zegt ze. Ze weten daarom vaak beter dan hun docenten wat voor hen wel en niet werkt.
Neem leerlingen serieus en vertrouw ze, haar advies klinkt simpel, maar het gaat vaak mis, ondervond De Beer. “Bijvoorbeeld op de middelbare school, als ik zei dat ik superoverprikkeld was en vroeg of ik even buiten de klas mocht werken of mijn koptelefoon mocht opzetten, dan kreeg ik als reactie: ‘Maar het is nu toch stil? Waar heb je dan last van?’ Terwijl, ik vroeg dat voor een reden, ik wil toch niet voor de leuk mijn koptelefoon op? Luister alsjeblieft naar mij als ik iets aangeef.”