Sociale media: wat deel je wel en niet?
Met een profiel op sociale media geef je een inkijkje in je leven. Ook leerlingen en ouders kunnen meekijken. Wat deel je wel, en wat niet? “Je bent een rolmodel, ook buiten je werk.”
Tekst Rineke Wisman - redactie onderwijsblad - - 6 Minuten om te lezen
beeld: Nino Maissouradze
Hoe oud ben jij? Heb je huisdieren? Wat voor auto rijd je? Waar woon jij? “Leerlingen willen vaak van alles weten. Gewoon kleine menselijke dingen waar ik eerlijk antwoord op kan geven”, zegt Emmy Hoefnagel die al veertig jaar in het basisonderwijs werkt, de laatste jaren als groepsleerkracht op een school in Emmen. Ze heeft een facebook- en instagram-account waar ze van alles deelt over haar privéleven: een feestelijk filmpje met de manier waarop ze op school werd geëerd vanwege haar 40-jarig dienstverband, maar ook vakantiebeelden, uitjes met de kinderen en kleinkinderen. Ze wordt alleen ‘vrienden’ met personen die ze zelf uitkiest. Leerlingen horen daar niet bij. Of ze zich aan een richtlijn houdt? “Het enige dat ik over privacy aangereikt kreeg, is dat je voorzichtig met je wachtwoord moet omgaan. Ik vraag de kinderen zich om te draaien als ze bij mij staan en ik een wachtwoord intoets.”
In het dorp is contact vanzelfsprekend
Een kleine rondgang op Facebook laat zien dat andere leerkrachten een werkwijze hebben de werkwijze van Emmy Hoefnagel . ‘De kinderen weten in welke stad ik woon, hoe oud ik ben, dat ik twee kinderen heb en in welke klas zij zitten’ schrijft Anoniempje in de facebookgroep Leerkrachten PO. ‘Als ik iets grappigs meemaak thuis, dan deel ik dat tijdens het fruit of boterhammen eten. Bijvoorbeeld dat één van mijn kinderen twee verschillende sokken aan had en of de kinderen in de klas dit ook wel eens hebben.
De kinderen weten ongeveer waar ik woon, maar niet precies…
Net als Emmy Hoefnagel ‘bevriendt’ deze anonieme leerkracht zich niet met leerlingen. Dat ook San Ti vertelt op Facebook: ‘Ik deel best veel. Over mijn familie, mijn hobby’s, mijn huisdieren. Maar mijn socials scherm ik af. De kinderen weten ongeveer waar ik woon, maar niet precies… er zijn wel eens vervelende ouders en die wil ik niet aan de deur hebben.’
Juf Mira en juf Patricia maken op sociale geen geheim van hun woonadres: ‘Ik woon in het dorp waar ik werk’, aldus Mira. ‘En sommige kinderen bij mij om de hoek. Dat gaat prima.’ Juf Patricia groeide op in het dorp waar ze werkt. Het contact is vanzelfsprekend. ‘Veel familie en bekenden van vroeger zijn betrokken bij school als collega, leerling of ouder. Mijn man en ik zijn vorig jaar op onze trouwdag ook even op school geweest en mijn klas mocht ‘s middags nog even komen op locatie.’
Na het weekend vertel ik vaak wat ik heb gedaan
Juf Marleen geeft les op een grote school in een multiculturele wijk in Delft. “Na het weekend vertel ik vaak wat ik heb gedaan, dat we naar de kerk zijn geweest of naar familie en met het gezin kastanjes zijn wezen zoeken.” Ze houdt het bewust bij algemene dingen. “Van mijn dochter hoor ik dat haar meester soms vertelt wanneer hij slecht geslapen heeft. Dat hij eruit was geweest midden in de nacht, als jonge vader. Dat zou ik zelf niet delen. Maar veel andere moeders vonden het leuk om dat soort dingen van de meester te weten.”
De school heeft een app Social schools waarop leerkrachten foto’s en berichten kunnen plaatsen. “Daar deel ik foto’s of berichten over wat ik heb gedaan, maar ook een oproep als ik hulpouders nodig heb of dat het tijd is om rapportgesprekken in te plannen. Die app heeft ook een chatfunctie.”
Sommige ouders voelen grenzen niet aan
Als beginnend leerkracht gaf ze eens haar privételefoonnummer aan ouders. Daar leerde ze van. “Dat zal ik nooit meer doen. Toen kreeg ik ’s avonds apps van ouders over hun kinderen. Bijvoorbeeld een ziekmelding of dat een kind de stof niet begrijpt. Een moeder had eens een foto gestuurd van een bakje troebele urine van haar zoon. ‘Zou dit wel goed zijn?’ Dat was wel een moment waarop ik dacht: ik kan beter even wat afstand bewaren. Sommige ouders voelen de grenzen niet aan.”
Juf Joyce deelde privé- en werkinformatie op haar profiel: van vakantiefoto’s en romantische kiekjes met haar partner tot lesideeën en ervaringen uit de klas
Op Instagram volgde juf Marleen juf Joyce die privé- en werkinformatie op haar profiel deelde: van vakantiefoto’s en romantische kiekjes met haar partner tot lesideeën en ervaringen uit de klas. “Erg leuk om te volgen”, vond juf Marleen.
Ze ging daar erg ver in. Toen ze zwanger was deelde ze het, en toen ze een miskraam kreeg ook inclusief details over het vruchtje. Op een gegeven moment berichtte de juf dat ze in overleg met de school voortaan twee accounts gebruikt: een voor privé en één voor school.
Ik houd het zelf liever wat saaier
Juf Marleen kan zich voorstellen dat het voor veel leraren een dilemma is. “Wat deel je wel en niet? Ik houd het zelf liever wat saaier”, lacht ze. Haar school heeft een duidelijk beleid hierover: gebruik de schoolkanalen, na 18 uur ’s avonds geen contact meer met ouders en voor de kinderen is er een module over mediawijsheid. Ze weet van twee incidenten waarbij leerlingen sociale media gebruikten om iemand te pesten.
De meeste scholen hebben een protocol waarin afspraken zijn vastgelegd, zegt Herald Hofmeijer, als lerarenopleider bij de hogeschool van Amsterdam gespecialiseerd in professionalisering van leraren. “Je moet je aanpassen aan de normen die een school waar je werkt stelt. Dat dient vooraf helder te zijn. Het onderwijs is een beroep met een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Je bent een rolmodel, ook buiten je werk. Net als een agent moet je opletten dat je niet met 180 kilometer per uur door de buurt scheurt.”
Het gevaar van pietluttige regels
Volgens Hofmeier is er geen zwart-wit antwoord op de vraag wat je wel en niet moet delen. “Regel één is: gebruik je gezonde verstand. Want er zitten twee kanten aan. Je kunt je professionele rol en een persoon niet 100 procent scheiden. Je bent steeds dezelfde persoon, je privépersoon neem je mee in professionele rol. Als je buiten op straat loopt in het uitgaansleven ben je in de persoonlijke sfeer. Je bent niet aan het werk, maar nog steeds een professional. Als je gezien wordt, kan het terugkomen op school.”
“Natuurlijk mag je op straat met Koningsdag een biertje drinken, maar dat is wat anders dan stomdronken worden.” Het heeft veelal te maken met normen en waarden en gelijke behandeling. “Het is iets dat je onmogelijk helemaal dicht kunt timmeren”, zegt Hofmeijer. “Ik was ooit met mijn dochter op een camping en daar stond op de muur van het toiletgebouw: je mag hier geen poep op de muur smeren. ‘Pap, je mag hier dus wel poep op het plafond smeren of op de vloeren’, reageerde mijn dochter. ‘Dat is het gevaar van heel pietluttige regels.”
Het delen van persoonlijke zaken kan de band tussen jou en leerlingen versterken
Is neutraliteit de oplossing? “Nee,” zegt Hofmeijer stellig. “Dan ben je een didactische robot zonder gevoel. Het delen van persoonlijke zaken kan de band tussen jou en leerlingen versterken.|” Maar benadrukt hij: “Deel je iets gevoeligs, zoals een zwangerschapswens of je seksuele geaardheid, denk dan vooraf de scenario’s uit van hoe ouders erop reageren. Je moet de gevolgen kunnen voorspellen en ernaar kunnen handelen.”