Onderwijsassistenten verdienen beter
Leraarondersteuners en onderwijsassistenten doen vaak veel meer dan waarvoor ze betaald krijgen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen. De AOb startte een pilot.
Tekst Judith Katz - Redactie Onderwijsblad en Rob Voorwinden - Redactie Onderwijsblad - - 9 Minuten om te lezen
“Ik sprak een onderwijsassistent die in haar eentje de jaarplanning van de hele school opstelt. Dat is absurd: dan zit je als assistent nog net niet op de stoel van de directeur. Maar wel in salarisschaal 4, bijna de laagste die er is.” Dit is een extreem voorbeeld, maar het past wel in een trend, zegt AOb-rayonbestuurder Ellen Scholten. De trend dat onderwijs- en leraarondersteuners vaak veel meer doen dan waarvoor ze betaald krijgen. Om daar verandering in te brengen, is de AOb een pilot gestart.
Voor de pilot werden assistenten en ondersteuners uit de regio Oost-Nederland uitgenodigd die hadden deelgenomen aan een landelijke dag voor het onderwijs ondersteunend personeel (oop). “Bij die groep zaten enkele mensen die een herwaardering van hun functie wilden aanvragen, maar die dat wel eng vonden”, zegt Scholten. “Dat was voor ons een mooi aanknopingspunt.”
Dan zit je als assistent nog net niet op de stoel van de directeur
AOb-consulenten Jacqueline van der Linden en Carmen van Dam organiseerden voor deze groep ondersteuners een bijeenkomst over de ins en outs van functiewaardering. Dat was meer een werk- en leerbijeenkomst dan een voorlichtingsbijeenkomst. Scholten: “Een werk- en leerbijeenkomst past beter bij onze AOb-brede aanpak van ‘krachtig verenigen’: niet zenden, maar mensen leren om het zelf te doen.”
Huiswerk
Het tiental ondersteuners en assistenten dat zich aanmeldde voor de bijeenkomst, kreeg daarom huiswerk: ze moesten vooraf achterhalen of hun eigen werkgever de standaardfuncties uit de landelijke cao gebruikt, of eigen functies hanteert (met een eigen naam of inhoud). “Dat huiswerk kost je als deelnemer slechts een kwartiertje”, zegt Scholten. “Maar het is een investering. Zo haal je meer uit de bijeenkomst. En als je een investering hebt gedaan, wil je ook extra graag naar de bijeenkomst toe.”
De deelnemers moesten allemaal wel lid zijn (of worden) van de AOb. Scholten: “Het is de bedoeling dat je zelf in actie komt, maar wij geven je wel de tools, de handvatten en begeleiding die je daarbij nodig hebt. Dat kost menskracht, vandaar dat we het alleen aan AOb-leden aanbieden. Dit is één van de vele zaken waarvoor je contributie betaalt.”
Soms doe je veel meer dan waarvoor je betaald wordt
Op de bijeenkomst gingen de deelnemers uit elkaar om in kleine groepjes te ontdekken welke taken iedereen eigenlijk uitvoert. Scholten: “Onderwijsassistenten - en ook leraarondersteuners - hebben allemaal dezelfde opleiding gevolgd, maar in de praktijk bepaalt de schooldirecteur welke taken ze krijgen. En deze ondersteuners werken vaak in hun eentje op een school, dus ze weten niet welke taken anderen in dezelfde situatie uitvoeren.”
Uit de onderlinge inventarisatie bleek, zoals Scholten verwachtte, dat de taken van de assistenten en ondersteuners enorm uiteenlopen. “Hoe gaat zoiets? Je komt binnen op een school, de directeur vraagt of je dit kunt doen, en daarna ook dat en dat. Het streelt je ego - Wat tof! - maar na drie jaar doe je veel meer dan in je standaard functieomschrijving staat. En je krijgt nog wel steeds betaald in salarisschaal 4 - een van de laagste schalen.”
Doorgroeien in salaris
Voor onderwijsassistenten zijn drie soorten functies: functie a, met salarisschaal 4, en de functies b en c met schaal 5 en 6. De taken en verantwoordelijkheden van elke functie staan in de functieomschrijving.
“Helaas kijkt niemand naar die functieomschrijvingen”, zegt Scholten, “maar als je leest wat in de omschrijving van functie a staat, schrik je echt. In die functie mag je alleen uitvoeren wat de leraar je opdraagt - en verder niets. Vrijwel alle onderwijsassistenten doen veel meer: ze werken in minimaal functie b. Die functie a zouden we gewoon kunnen opheffen.”
Als onderwijsassistenten aan hun directeur duidelijk maken dat ze meer taken uitvoeren dan bij functie a horen, zouden ze in een hogere schaal kunnen komen. Voor leraarondersteuners, in schaal 7 en 8, geldt hetzelfde verhaal. Scholten: “Schooldirecteuren hebben vaak niet in de gaten dat assistenten en ondersteuners doorgroeien in hun werk. Dus moet je zelf aan de bel trekken - en daar helpen we je bij.”
Mannen vs vrouwen
Doorgroeien in salaris is ook gewoon rechtvaardig, vindt Scholten: “Sommige assistenten zijn van middelbare leeftijd en hebben een partner met een goede baan. Voor hen is het niet in orde dat ze te weinig betaald krijgen. Maar jongere assistenten en ondersteuners moeten soms bij hun ouders blijven wonen omdat ze van hun karige salaris geen eigen woning kunnen betalen. Dat heeft grote invloed op je leven - daar maak ik me echt kwaad over.”
Trouwens: het is Scholten opgevallen dat mannelijke onderwijsassistenten en leraarondersteuners bijna altijd beter betaald worden dan hun vrouwelijke collega’s. “Dat zit me ook niet echt lekker.”
Daar maak ik me echt kwaad over
Na de eerste bijeenkomst bleek er onder de deelnemers behoefte te zijn aan een vervolgbijeenkomst over wat een ‘jaartaak’ precies is. En daarna is er misschien behoefte aan een cursus ‘Hoe ga ik het gesprek aan met mijn directeur’ of ‘Hoe stel ik mij krachtig op in mijn team’. Scholten: “Dit is een pilot, dus we zijn nog volop aan het ontwikkelen. Er is zóveel dat we kunnen behandelen met deze doelgroep.”
De onderwijsassistenten en leraarondersteuners die aan de eerste bijeenkomsten hebben deelgenomen, zijn in elk geval enthousiast. Scholten: “Deze twaalf deelnemers hebben inmiddels een eigen appgroep opgericht. Dat lijkt weinig, maar het is een begin. En iedereen is zó enthousiast dat ik denk: dit gaat werken.”
Wil je als onderwijsassistent of leraarondersteuner ook deelnemen aan deze pilot? Mail naar info@aob.nl
'Of ik onmisbaar ben? Ja, eigenlijk wel'
Malissa te Hofstee (26) is onderwijsassistent op de Voshaar in Haarlo en werkt in groep 1 t/m 4. Er zitten 25 kinderen verdeeld over twee lokalen in die groep.
Beeld: Rob Niemantsverdriet
“Ik geef volledige lessen en instructies, loop mee naar de gym en help met omkleden, houd orde in de klas en speel met de kinderen. Ik neem Cito-toetsen af en werk echt samen met de leerkracht. We hebben twee lokalen naast elkaar: een spellokaal voor de kleuters en een werklokaal. We beginnen de dag gezamenlijk. Groep 1 en 2 zit in de kring en groep 3 en 4 gaat bijvoorbeeld met rekenen aan de slag. Soms sta ik bij groep 3/4 en soms mijn collega. We wisselen dat af.
Of ik onmisbaar ben? Ja, eigenlijk wel. Als wij er niet zijn, krijgen we het niet rond. Als ik alleen zou doen waar ik officieel voor betaald krijg, dan moet ik heel ver terug in wat ik doe. Dan moet ik stoppen met lessen geven en instructies verzorgen, en dan vraag ik me echt af hoe ze het dan rond moeten krijgen. Wij werken hier met z’n drieën elke dag en doen structureel meer dan waarvoor we betaald krijgen.
Toen we hoorden over de AOb-dag dachten we meteen: wie weet kunnen we daar iets uithalen. De directeur is nu met gesprekken bezig en ziet wat wij doen. Zij zegt ook: jullie horen gewoon meer te verdienen. Dat wordt meegenomen in de formatiegesprekken en dat voelt heel fijn.” (Tekst: Judith Katz)
‘Ik hoop ook op waardering in salaris’
Julian klein Bluemink (23) is onderwijsassistent en staat samen met een leerkracht in de combinatiegroep 5 t/m 8 van De Voshaar in Haarlo. In de klas zitten 13 leerlingen.
Beeld: Rob Niemantsverdriet
“Onderwijsassistenten binnen onze scholenstichting zitten meestal in de oop-salarisschaal 4. Door de AOb-bijeenkomst ben ik erachter gekomen dat scholen een functieboek hebben en dat oop’ers in schaal 4, 5 of 6 kunnen zitten. Toen ik het functieboek erbij pakte, kwam mijn functie neer op - en ik zeg het een beetje simpel: ‘je zit op een kruk totdat een leerling je iets vraagt of een leerkracht zegt dat je iets moet kopiëren of een leerling kan helpen’. Het klopte niet met mijn taken die ik doe. Vandaag ging de leerkracht met groep 8 een oefentoets oefenen en gaf ik instructie rekenen aan de andere klassen. Ook neem ik dictees af, geef spellingslessen en maak ik weekplanningen per periode. Mijn functie vind ik passender bij oop-salarisschaal 6 of 7 als ik daar lees dat je ‘leerlingen vragen stelt, stimuleert of lessen voorbereid en thematisch werkt’.
Met twee collega’s ben ik na de bijeenkomst door onze functiebeschrijving gegaan. Het voelde fijn dat we samen het gesprek voerden met de directeur die ons begrijpt en erg meedenkt. Ze is aan het bekijken wat ze ons kan bieden. Ik krijg veel waardering van collega’s, maar ik ben 23 jaar, woon nog bij mijn ouders en zou graag een eigen huis zoeken. Als ik al het werk doe van een hogere salarisschaal, hoop ik ook op een waardering in salaris.” (Tekst: Karen Hagen)
‘Ik zeg geen nee tegen taken’
Melanie Redeker (26) is onderwijsassistent in de taalschakelklas op de Voshaar in Haarlo. In de klas zitten 15 leerlingen.
Beeld: Rob Niemantsverdriet
“Als je op zo’n kleine school werkt, met drie leerkrachten en drie onderwijsassistenten, dan zeg je geen nee tegen taken omdat je toevallig onderwijsassistent bent. Je draait gewoon volledig mee met het team. Ik zit nu in oop-salarisschaal 4. Als je kijkt wat daar officieel bij hoort, gaat het vooral om werken buiten de groep en af en toe een leerling begeleiden, op instructie van de leerkracht. Je hoeft zelf niets voor te bereiden en geeft vooral een-op-een ondersteuning. Dat past totaal niet bij hoe mijn werk er in de praktijk uitziet.
Ik sta volledig in de groep, geef zo goed als dezelfde lessen als de leerkracht en begeleid leerlingen vaak een-op-een of in kleine groepjes. Omdat wij met nieuwkomers werken, van vluchtelingen tot kinderen van expats, is die individuele begeleiding juist heel belangrijk.
Toen ik de beschrijvingen van hogere schalen las, zoals schaal 6, herkende ik mezelf daar veel meer in. Na de AOb-dag zijn we daar echt ingedoken en heb ik ook het gesprek gevoerd met de directeur. Zij staat er positief tegenover en denkt mee.
We zijn nu aan het kijken of ik kan doorgroeien naar leerkrachtondersteuner, wat richting schaal 7 of 8 gaat. Daar hoort wel een opleiding bij en daar sta ik zeker voor open. Vroeger wilde ik graag de pabo doen, maar haalde ik de toelating niet. Nu ben ik ouder, heb ik meer ervaring en denk ik: misschien kan ik via zij-instroom alsnog die stap zetten.” (Tekst: Judith Katz)