Mbo wil studenten leeslust bijbrengen
Veel mbo’ers hebben weinig zelfvertrouwen als het op lezen aankomt. Op de basisschool kregen ze zelden een compliment voor hun leesvaardigheid. En op het mbo zijn veel teksten zakelijk - lees: saai. Dat kan anders. Het mbo gaat een leesoffensief aan.
Tekst Marianne Lucieer - - 7 Minuten om te lezen
Studenten vertellen dat ze tijdens het lezen minder last hebben van prikkels. Prettig, vinden ze. En toch: de stap om vervolgens uit zichzelf te gaan lezen, is groot. Beeld Fred van Diem
“Als ik met een boek thuis zou komen, dan zou mijn moeder zich rot schrikken!”, klinkt het vanuit de groep van het eerste leerjaar van de opleiding tot onderwijsassistent aan mbo Firda in Sneek. We zijn bij een les van leesconsulent Jacob Bosma over voorlezen op school.
“Er is bij mbo’ers veel weerstand tegen lezen”, zegt Anita Grondsma. Zij is docent Nederlands en leescoördinator. “Wij willen daar wat aan doen.” Volgens Grondsma bevordert lezen alle pijlers van het mbo. “Het versterkt de persoonlijke groei van studenten, professionele vaardigheden en maatschappelijke betrokkenheid. Door graag te lezen, worden ze er beter in, waardoor ze ook beter hun werk kunnen doen en ontwikkelingen in hun werk kunnen bijhouden. Het zorgt ook voor empathie, omdat ze zich door het lezen van boeken beter kunnen inleven in het perspectief van anderen.”
Wat kijk je graag op Netflix? Vaak zijn er boeken te vinden over dezelfde thema’s
De school is dit jaar begonnen om lezen aantrekkelijker te maken. Zo wordt bij de lessen Nederlands 15 minuten vrij gelezen en komt er een bibliotheek. Ook komt er een leesconsulent: iemand die de studenten vertelt welk boek past bij hun interesses.
Minder last van prikkels
Dat lezen belangrijk is, weten de studenten van Firda wel. Op een vraag van leesconsulent Bosma over de voordelen van lezen, komen ze al snel met een hele serie antwoorden: ‘Je leert meer woorden’, ‘betere grammatica’, ‘je kunt je beter inleven in anderen’. Daarnaast, ziet Grondsma, zorgt het voor een rustmoment in de dag. “Dat vertellen ze ook: dat ze tijdens het lezen minder last hebben van prikkels. Even geen afleiding van een telefoon of andere geluiden, maar alleen focussen op het verhaal. En toch, de stap naar het vervolgens ook uit zichzelf doen, is groot. Die hopen we te verkleinen.”
“Er is bij mbo’ers veel weerstand tegen lezen”, zegt Anita Grondsma. Zij is docent Nederlands en leescoördinator bij Firda in Sneek. “Wij willen daar wat aan doen.” Beeld Fred van Diem
Firda in Sneek is niet de enige mbo-school die hiermee bezig is. Op het Deltion College in Zwolle heeft het al sinds 2011 de aandacht, vertelt docent Nederlands bij de opleiding verpleegkunde Annemiek Wermink. Bij de lessen Nederlands lezen studenten 25 minuten in een boek dat ze zelf uitkiezen. En enkele opleidingen hebben zelfs het vak ‘lezen’ op het rooster gezet, 1 uur per week voor de eerste twee leerjaren. “Om te zorgen dat ze een boek lezen dat ze leuk vinden, denken we mee over welk boek bij hen past. Daarvoor vragen we bijvoorbeeld wat ze graag kijken op Netflix, vaak zijn er boeken te vinden over dezelfde thema’s.”
“We hebben in samenwerking met een bibliotheek in Zwolle een grote bieb in onze school, waardoor studenten laagdrempelig kunnen kijken of een boek bij hen past. Die loopt zo goed, dat de collega die er werkt een paar weken geleden vertelde dat de bieb bijna leeg was. Daarnaast laten we studenten ervaringen uitwisselen: wat vinden zij een leuk boek, wat zouden zij een andere student adviseren? Dat vinden ze erg leuk, merken we.”
Lezen is niet echt iets voor mij. Maar ik lees nu wel de biografie van Wesley Sneijder
Op beide scholen wordt het plezier in lezen belangrijker gevonden dan wát er gelezen wordt. Zo vertelt Wermink dat er een paar weken geleden een student met dyslexie in de les zat die erg aan het ploeteren was tijdens het lezen. “In de bibliotheek liggen een paar Donald Ducks, pak er daar maar één van, heb ik uiteindelijk gezegd. Daarna zat ze met plezier te lezen.”
Het begint met zelfvertrouwen
Ineke de Roo heeft meer dan dertig jaar Nederlands gegeven op het mbo en werkt nu bij de Stichting Lezen als specialist mbo. “Mbo’ers hebben vaak een leesloopbaan die niet positief is”, verklaart zij het gebrek aan leeslust bij veel mbo’ers. “Ze komen veelal uit een gezin met ouders die ook praktisch opgeleid zijn en weinig hebben met lezen.”
“Op de basisschool kregen ze zelden een compliment over hun leesvaardigheid. Dan wordt het al minder leuk. Vervolgens kwamen ze op het vmbo, waar vaak geen bibliotheek aanwezig is. En daarna op het mbo, waar ze ineens ook zakelijke teksten moeten lezen.” Volgens De Roo begint het daarom vooral met zelfvertrouwen. “We gunnen dat iedereen, niet alleen dat ze lezen leuk gaan vinden, maar ook dat ze het kunnen en dat weten.”
Daarvoor zijn een aantal zaken belangrijk, zegt De Roo. Allereerst de ‘leesbevorderaar’. “Dat is iemand die studenten kan motiveren om te lezen. Dat kan zijn door samen een geschikt boek uit te zoeken dat past bij de student. Maar ook door teksten te introduceren. Ik werkte op een technische opleiding met alleen maar jongens en begon elke week met een gedicht. Je zou denken dat die daar niet meteen in geïnteresseerd zijn, maar na tien weken vergat ik het, en vroegen ze er uit zichzelf naar. Zonder zich er heel erg bewust van te zijn, leerden ze de poëzie dus waarderen.”
Leesconsulent Jacob Bosma geeft een les over voorlezen op school aan toekomstige onderwijsassistenten. “Als ik met een boek thuis zou komen, dan zou mijn moeder zich rot schrikken”, roept één van hen. Beeld Fred van Diem
Nog belangrijker is dat directies ‘hun verantwoordelijkheid nemen’, zegt De Roo. “We gunnen elke student toegang tot een inspirerende wereld van mooie verhalen. Maar we zien ook dat docenten al druk zijn. Het is dus belangrijk dat directies het belang van lezen inzien en daar ruimte voor maken.”
Op het Deltion in Zwolle merkte Wermink voor de zomer dat het belang van lezen ook is doorgedrongen tot het college van bestuur, dat uit twee personen bestaat. “Voor de zomer maken ze altijd een filmpje waarin ze terugblikken op het jaar en vooruitkijken naar de zomervakantie en het jaar erna. Dit keer gaven ze allebei een boekentip, waarbij ze vertelden wat ze zo leuk vonden aan het boek dat ze lazen. Daar werden wij heel blij van.”
Het wordt vanzelf leuk
De Stichting Lezen geeft de voorkeur aan het lezen van ‘rijke teksten’. “Voor een Donald Duck zou ik niet zo zijn”, zegt De Roo. “Dat is prima als afwisseling, maar wij vinden het vooral belangrijk dat ze verhalende teksten lezen die diverse perspectieven behandelen. Dat mag ook wel een graphic novel zijn, maar dan wel van een bepaald niveau. Het is belangrijk dat een hoofdpersonage een ontwikkeling doormaakt en beslissingen neemt waarvan je kunt denken: wat stom, of juist: wat goed. Ook krijg je van het lezen van de Donald Duck geen grote woordenschat.”
Mbo-docenten Grondsma van Firda en Wermink van Deltion denken dat studenten eerst maar eens moeten beginnen met boeken waar ze zelf enthousiast over zijn. “Ze hebben soms een heel verkeerd beeld van wat lezen is”, zegt Grondsma. “Dan denken ze dat het gaat over ‘saaie’ boeken, zoals die je op het voortgezet onderwijs moet lezen voor Nederlands. Ik hoop vooral dat we dat beeld kunnen veranderen.”
Een voorbeeld daarvan geeft een student van Firda, de 17-jarige Sep, na afloop van de les. Op de vraag of hij leest, zegt hij: “Nee, dat is niet echt iets voor mij.” En vervolgens: “Ik lees nu wel de biografie van Wesley Sneijder, dat soort boeken vind ik wel leuk!” “Zie je!”, zegt Grondsma. “Dat is wat ik bedoel. Als je maar de goede boeken vindt, dan wordt lezen vanzelf leuk.”