Lesgeven op locatie
In West-Friesland geven leraren les op locatie aan leerlingen die niet naar school kunnen. Bijvoorbeeld op zorgboerderij de Leestensch Hof. “Kinderen profiteren van de ruimte, de activiteiten en de nabijheid van dieren.”
Tekst Daniëlla van 't Erve - Redactie Onderwijsblad - - 9 Minuten om te lezen
Jeanny Smeltink (links) werkte jarenlang als leerkracht, begon met dagbesteding op de Leestensch Hof en legde vervolgens de basis voor het onderwijsprogramma. Zorgcoördinator Marleen Smeltink is haar dochter: “Onze paardenfokkerij is het decor waarin alle
“Daar zijn de veulens”, wijst Jay-Jay, terwijl hij naar de stal loopt waar de jonge Haflinger staan. De poezen vindt hij het leukst, maar hij houdt ook van paarden. “Ik ben weleens in galop geweest. Dan zit je net als bij het gamen een beetje ingezakt en het belangrijkste is dat je dan strak vasthoudt, want het gaat zo van hup, hup, hup.” Om het zo goed mogelijk voor te doen, trekt hij zelf even een sprintje in de paardenbak. Waarom hij hier elke dag is, weet hij eigenlijk niet zo goed. Duidelijk is dat de 8-jarige boordevol energie zit. Op school ging het niet en na twee andere voorzieningen vindt hij sinds februari zijn draai op de Leestensch Hof in Wervershoof. “Hier is het echt heel leuk.”
Het agrarisch bedrijf biedt al tien jaar onderwijs en zorg aan leerlingen tot 18 jaar die thuiszitten of dreigen uit te vallen op hun school in West-Friesland. Jay-Jay en twintig andere kinderen volgen er een dagelijks programma op maat met spelactiviteiten, rust én onderwijs op het rooster. “Onze paardenfokkerij is het decor waarin alles vorm krijgt. De kracht zit in de combi: kinderen profiteren van de ruimte, de nabijheid van dieren en het aanbod van activiteiten”, legt zorgcoördinator Marleen Smeltink uit. “Na alles wat ze hebben meegemaakt, vinden veel kinderen het heel spannend om te komen. Dieren werken regulerend. Een meisje begon weer met praten nadat ze dat eerst alleen tegen een paard deed, en een poes op schoot gaf een jongen de rust om te leren lezen.”
Sinds februari vindt Jay-Jay zijn draai op de Leestensch Hof in Wervershoof. “Hier is het echt heel leuk.” Beeld: Fred van Diem
Weer perspectief
Haar moeder Jeanny werkte jarenlang als leerkracht, begon met dagbesteding op de Leestensch Hof en legde vervolgens de basis voor het onderwijsprogramma. Inmiddels zijn er vier leerkrachten in dienst. Zij worden betaald vanuit het ‘reizigerstraject’ van samenwerkingsverband Passend Onderwijs West-Friesland. De reizigers staan voor de leraren die vanuit speciaal onderwijs de leerlingen op locatie lesgeven. “Zoals bij de dagbesteding, maar ze komen ook bij kinderen thuis die bijvoorbeeld langdurig ziek zijn”, vertelt Marijtje Noordeloos. Ze is ondersteuningscoördinator bij sbo ‘t Palet in Grootebroek en zelf ook reizigersleerkracht geweest. “Dit traject is in het leven geroepen om thuiszitters weer perspectief te geven en het lijntje met school te behouden. De leerkracht geeft twee keer per week drie kwartier les. Dat begint met het opbouwen van een relatie, van vertrouwen, en het vraagt veel geduld en creativiteit. Bijvoorbeeld: ‘Als je hoofd te vol zit, gaan we even tellen hoe vaak je op de trampoline kunt springen.’ Zo ben je met onderwijs bezig zonder dat het die lading heeft.”
Als leerkracht moet je kunnen vertragen, want alle druk moet eraf
In het ‘leerlokaal’ van de Leestensch Hof puilen kasten uit van spelletjes, bakken vol speelgoed, knutsel- en lesmateriaal. Op een bank zit een meisje te tekenen en ertegenover zit leerkracht Heidi Loos met een jongen aan tafel. “Als je goed kijkt, kun je het verschil zien”, zegt ze, terwijl ze de plaatjes van een nijlpaard en krokodil bekijken. Giovanni: “O ja, die mond en die staart, die zijn zó groot. Dát is een krokodil.”
Met ruime ervaring in het basis- en speciaal onderwijs werkt Loos sinds 2019 als reizigersleerkracht bij de Leestensch Hof. Door kinderen te clusteren en doordat er geen reistijd verloren gaat, kan er elke dag onderwijs worden gegeven. Een lesdag duurt van 09.00 tot 14.30 uur en is ingedeeld in ‘leermomenten’ van een half uur voor maximaal vier leerlingen per keer. Loos: “Als leerkracht moet je goed kunnen luisteren en kijken om aan te sluiten bij een kind. Je moet vooral ook kunnen vertragen, want alle druk moet eraf. Het is fijn dat hier tijd en ruimte is om een goede balans te vinden.”
Problemen met emotieregulatie
De meeste kinderen op de Leestensch Hof hebben problemen met emotieregulatie: ze zijn veelal angstig wat zich kan uiten in agressie. Loos herinnert zich een jongen die bij binnenkomst veel beet, spuugde en krabde. “Naarmate hij meer tot rust kwam en leerde woorden geven aan wat er in hem leefde, zag je dat gedrag verdwijnen. In de kern is het gewoon een heel leuke jongen en dat geldt voor elke leerling. Dat steeds kijken naar wat werkt voor een kind, dat vind ik het mooist aan dit werk.”
Het doel is in principe altijd: terug naar school
Het doel is in principe altijd: terug naar school. “Vanaf dag één zijn er leermomenten opgenomen, dus ook als je hier de eerste dag komt en je loopt over van boosheid, gaan we toch het lokaal in om even kennis te maken met de juf”, zegt zorgcoördinator Smeltink. “Als ze dan andere kinderen bezig zien, dan trekt dat aan. Het is een eerste openingetje waarbij je laat zien dat onderwijs niet spannend is, maar zelfs leuk kan zijn.”
Elke drie maanden bekijken ze de voortgang: wat is er bereikt en wat zijn volgende stappen? Smeltink: “Gemiddeld duurt een traject twee jaar, maar het verschil is groot. Een kind dat langdurig thuis zat, heeft vaak meer tijd nodig dan bijvoorbeeld een schoolgaand kind dat hier een dag in de week komt om op adem te komen.”
Met ruime ervaring in het basis- en speciaal onderwijs werkt Heidi Loos sinds 2019 als reizigersleerkracht bij de Leestensch Hof. “Als leerkracht moet je goed kunnen luisteren en kijken om aan te sluiten bij een kind.” Beeld: Fred van Diem
Stap voor stap naar school
De aanpak heeft succes, blijkt uit cijfers van het samenwerkingsverband en de Leestensch Hof. De afgelopen jaren gingen de meeste kinderen die een reizigerstraject afrondden terug naar school, een enkeling stroomde uit naar dagbesteding of volgde een hulpverleningstraject. Vorig jaar gingen bijvoorbeeld acht leerlingen van de Leestensch Hof volledig weer naar school en vier begonnen met opbouwen. Dat opbouwen gebeurt vanuit een onderwijs-zorgarrangement, waarin een kind een-op-een begeleiding krijgt vanuit onderwijs en jeugdzorg. “Zo komen ze stap voor stap weer naar school toe en dat lukt bijna altijd”, vertelt ondersteuningscoördinator Noordeloos. “Het mooie is dat kinderen op de Leestensch Hof elkaar ook motiveren. Ze voelen zich geen uitzondering, want daar zijn meer kinderen zoals zij. Als hun vrienden dan vervolgens terug naar school gaan, willen de achterblijvers dit ook. En op school worden ze met open armen ontvangen.”
Het allerbelangrijkst is dat er weer perspectief ontstaat
Een goede afstemming tussen alle partijen is de voorwaarde voor succes, vertelt Eveline Voetelink, coördinator reizigersaanbod van samenwerkingsverband Passend Onderwijs West-Friesland. “Het reizigersaanbod is helemaal ingebed in de werkwijze in de regio. Daardoor kunnen we snel schakelen zodra een kind dreigt vast te lopen.”
Rond de 75 leerlingen - vooral uit het primair onderwijs - maken op dit moment gebruik van het reizigersaanbod, en er staan 17 leerlingen op de wachtlijst. Het samenwerkingsverband krijgt een groot deel van de bekostiging van deze leerlingen en betaalt hiervan de negen reizigersleerkrachten. De rest van de bekostiging blijft bij de school, die de zorgplicht behoudt, en onder meer verantwoordelijk blijft voor het contact met ouders, het opstellen van het ontwikkelingsperspectief en de evaluatie ervan. “Op die manier wordt een traject echt iets van ons samen en blijft de school in beeld. Daarmee willen we voorkomen dat leerlingen thuis komen te zitten, helemaal geïsoleerd raken en in hun ontwikkeling stagneren.”
Wat succesvol is, verschilt per kind
Wat een succesvol traject is, verschilt volgens Voetelink per leerling. “Natuurlijk hoop je dat elk kind het redt op school, of het nou in het regulier of speciaal onderwijs is, maar dat is helaas niet ieder kind gegeven. Het allerbelangrijkst is dat er weer perspectief ontstaat en het lukt om een kind in beweging te laten komen. Dat een kind bij een dagbesteding zit, betekent niet dat het niets leert.”
De financiën staan volgens het samenwerkingsverband niet onder druk, maar er wordt wel bekeken waar de kostbare trajecten efficiënter kunnen. “We willen de werkwijze verder verfijnen”, zegt Voetelink. “Het aanbod is niet dekkend, er zijn wachtlijsten en we willen nog dichter op de scholen zitten, om preventief, snel het juiste aanbod te kunnen bieden. Zeker in het voortgezet onderwijs vallen nog te veel leerlingen uit.”
{artikel gaat verder onder de foto}
De zorgboerderij biedt al tien jaar onderwijs en zorg aan leerlingen tot 18 jaar die thuiszitten of dreigen uit te vallen op hun school in West-Friesland. Beeld: Fred van Diem
Ook wordt er kritischer gekeken naar het reizigersaanbod. Er is een routeplanner gemaakt waarmee alle betrokkenen het reizigerstraject gedurende het eerste jaar doelgericht evalueren, waarna het verlengd kan worden als dat nodig is. Voetelink: “Enkele leerlingen zitten jaren in een traject terwijl ze nooit een school inkomen. Of er zijn leerlingen die nergens komen en alleen maar twee keer in de week een reizigersleerkracht als buitenstaander zien. Dan is het echt belangrijk om te beoordelen of dit aanbod nog passend is of dat we moeten zoeken naar een alternatief.”
Een plek om te koesteren
Marleen Smeltink van de Leestensch Hof vreest dat kinderen door de nieuwe werkwijze misschien niet de tijd krijgen die nodig is om het onderwijs weer op te pakken. “Als we er druk op zetten, dan gaan we het verliezen. Daarnaast verdwijnt bij een kind dat een ontheffing krijgt en alleen recht op dagbesteding heeft, het lijntje met de school en daarmee de prikkel om didactisch te leren. Onderwijs is een vak, dus het is essentieel dat hier leraren zijn. Juist de samenwerking met pedagogen kan tot een succes leiden.”
Als kinderen uitvallen, kost het de samenleving nog veel meer geld
“Deze trajecten zijn het geld echt waard”, vult Noordeloos van sbo ’t Palet aan. “Sommige kinderen hebben al zoveel meegemaakt, van verwaarlozing tot huiselijk geweld, dat ze gekneusd zijn door het leven. Dan is het fijn dat er een plek is waar ze kunnen helen én onderwijs krijgen. Die plek moeten we koesteren, want er is geen alternatief. En als ze uitvallen, kost het de samenleving nog veel meer geld. Onlangs heb ik mijn eerste vrijstelling in ruim twintig jaar aangevraagd. Dat is verdrietig, want daarmee laat je een kind los en zeg je: Jij bent niet geschikt voor ons schoolsysteem. Dat voelt als falen, want daar geloof ik niet in.”
Op de gang trekt Delilah (8 jaar) haar schoenen en jas aan om naar buiten te gaan. Ze heeft zojuist ijverig een kleurplaat met poezen ingekleurd. “Ik hoef niet meer te leren hier, want ik ga morgen naar een andere school”, vertelt ze trots. Wat ze het meest gaat missen? “Niets gelukkig, want ik kom hier na school gewoon weer!”