Lesgeven in twee vakken verruimt de blik
Hoe is het om les te geven, niet in één vak, maar in twee. Twee verschillende vakken die ver uit elkaar kunnen liggen. Het Onderwijsblad portretteert drie docenten die hiervoor hebben gekozen.
Tekst Karen Hagen - Redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen
Roel Baars, docent Nederlands en gym op het Edith Stein College in Den Haag: “Doordat ik beide vakken combineer, zie ik leerlingen in een andere hoedanigheid. Sommige leerlingen bloeien bij gym helemaal op. Anderen zijn juist in het klaslokaal rustiger.”
'Ik wil onderdeel zijn van een grote leerproces'
Roel Baars (37) decaan is docent gym en Nederlands op het Edith Stein College in Den Haag
Beeld: Fred van Diem
“Na acht jaar als gymdocent had ik een enorme drang om méér voor leerlingen te betekenen. Daarom besloot ik in de zomer 2024 last minute om de versnelde lerarenopleiding Nederlands te volgen. Het contact met leerlingen is zo anders in een klaslokaal dan in een gymzaal waar iedereen zich vrij beweegt. Ik besefte dat ik onderdeel wil zijn van een groter leerproces.
Triggeren
Op mijn school komen zeventig nationaliteiten samen, we hebben ISK-klassen en leerlingen uit wijken als de Schilderswijk of Laakkwartier. Deze leerlingen krijgen lang niet alles mee vanuit huis en ik merkte dat ze de Nederlandse taal vaak lastig vinden. Het triggerde mij om nog een vak erbij te geven. Toen ik zelf op de havo zat, stond Nederlands al heel hoog op mijn lijst, maar ik ben toen toch als sportieve jongen voor gym gegaan.
In mijn lessen Nederlands ben ik meer van het doen dan vanuit een theorieboek werken. Zo ben ik nu met een mavo-3 klas bezig aan een schrijfproject waarmee we aan een landelijke wedstrijd meedoen. Of ik kijk met leerlingen naar Lubach en dan praten we na. Zo hadden we het laatst over de rechtszaak van Ridouan T., een onderwerp dat ze interesseert.
Dan hoef ik niet meer vanuit een boek het verschil tussen een feit en een mening uit te leggen of wat argumenteren is. Dat doen ze waarbij ik af en toe in het gesprek inbreek en ze erop wijs.
Andere hoedanigheid
Doordat ik beide vakken combineer zie ik leerlingen in een andere hoedanigheid. Sommige leerlingen bloeien bij gym helemaal op. Anderen zijn juist in het klaslokaal rustiger of de leerling met een grote mond bij gym, blijkt bij Nederlands heel veel vakkennis te hebben en wil iedereen helpen. Ook zie ik het verschil in inzet. Het vak Nederlands telt mee in de cijfers. Op gym kun je niet blijven zitten.
Zelf ben ik tijdens de gymles meer bewust van de woorden die ik gebruik en probeer ik vaker synoniemen te vinden. Soms als we tijd over hebben na een gymles zeg ik: wat is de persoonsvorm van deze zin en dan mag een leerling daarna naar de kleedkamer. Het werkt ook andersom, als we een blokuur Nederlands hebben, zet ik mijn ‘gymlessen’ in om iedereen weer even te activeren door te bewegen.
Voor mij is de afwisseling heel leuk. Eerder heb ik de taak van afdelingscoördinator gehad, maar ik merkte dat ik het contact met de leerling daarin kwijtraakte, terwijl de leerlingen juist mijn nummer één motivatie zijn in het onderwijs. Ik wil juist in het leslokaal blijven en leerlingen zien groeien.”
'Beeldend denken helpt enorm bij wiskunde’
Docent Maya Laan (33) geeft beeldende vorming en wiskunde op het Junior College in Julianadorp.
Beeld: Fred van Diem
“Voor de grap zeg ik weleens dat ik twee verschillende docenten ben. Bij wiskunde geef ik meer les volgens de ‘oude stempel’ waarbij ik uitleg en de leerlingen vervolgens aan het werk gaan. Daarna reflecteren we. In die lessen wil ik weinig geklets horen. Bij wiskunde is iets goed of fout en volg je vaak bijbehorende stappen. Dat is bij beeldende vorming heel anders. Daar geef ik leerlingen een stappenplan, waar ze ook van mogen afwijken. Ze werken bij dit vak in groepjes en mogen meer overleggen. Juist dan kunnen er nog leukere ideeën ontstaan.
Vervelen
Al tijdens mijn vwo-opleiding vond ik veel leuk: ik deed de profielen natuur en gezondheid en natuur en techniek met de keuzevakken geschiedenis en tekenen. Eigenlijk wilde ik geneeskunde studeren, maar door de ziekte van Pfeiffer werd het de hbo-opleiding docent beeldende vorming. Binnen een jaar haalde ik mijn propedeuse en ik verveelde mij. Dat was destijds de reden om er nog een studie naast te volgen. Het werd wiskunde.
In 2014 startte ik met mijn lio-stage met het vak CKV en beeldende vorming en ik ben nooit meer weggegaan. Het verschilt per jaar hoeveel lesuren ik geef per vak, maar de voorwaarde is dat het ongeveer de helft is en dat ik mijn mentorklas voor beide vakken heb, waardoor ik ze vaak zie.
Vreemde combi
‘Huh, vreemde combi’, krijg ik nog steeds te horen van nieuwe collega’s of ouders. Ik denk juist dat beeldend denken enorm helpt bij wiskunde, bijvoorbeeld bij het tekenen van een ruimtelijk figuur is het handig om dit voor je te zien. Wiskunde komt van pas bij een architectuuropdracht voor beeldende vorming waarbij je op schaal moet kunnen tekenen.
Het leukste van twee vakken geven, is dat je meerdere kanten ziet van leerlingen. Iemand die niet goed is in wiskunde, maar bij beeldende vorming wel helemaal aan gaat. Al is het soms ook andersom: dat je een leerling ziet met twee linkerhanden en soms denk ik: ben jij ook ergens níet goed in?
De lokaalwissels zijn soms lastig. Al overleg ik met roostermakers om alleen in de pauzes te wisselen, meestal kan dat. Bij een vaksectieoverleg op studiedagen moet ik één vak kiezen om bij aan te schuiven. De twee vakgroepen zijn heel anders, bij wiskunde is de groep collega’s groot, bij beeldende vorming is de groep kleiner en daar maken we het lesmateriaal vaker zelf. Ook het type collega’s verschilt.
En eigenlijk is deze combinatie niet zo gek. Mijn opa was docent in de kunstvakken. Bij de start van mijn opleiding wiskunde kwam ik erachter dat hij in de avonduren lessen wiskunde gaf. Het zit dus in de familie.”
‘Ik loop ik weleens een kilometer tussen twee lokalen’
Coen Klappe (49) is mbo-docent Nederlands en rekenen bij de opleidingen Sport & Bewegen en Horeca van het Deltion College in Zwolle
Beeld: Fred van Diem
“Basisschooldocenten zijn in het mbo gewild voor de generieke vakken, zoals Nederlands, rekenen en burgerschap. Na twintig jaar maakte ik de overstap vanuit het basisonderwijs naar het mbo, omdat ik merkte dat ik wat afvlakte. In het basisonderwijs was het fijn en meer een huiskameridee. Je had altijd één klas en dezelfde collega’s. In het mbo heb je na de lessen direct tijd om bezig te gaan met voorbereiden van je volgende les op flexibele werkplekken in een soort kantoorruimte.
Afwisseling
De afwisseling vind ik heel leuk en gaat mij ook goed af. Vanochtend heb ik bijvoorbeeld aan horeca-studenten rekenen gegeven, hierna heb ik een blokuur Nederlands voor studenten Sport en Bewegen en dan weer rekenen voor de opleiding horeca. Je merkt dat je steeds andere studenten voor je hebt. De gastheren en vrouwen van horeca zijn heel open, de koks wat meer introvert. En bij Sport & Bewegen merk je vaak dat ze naar buiten willen. Als ik ze een blokuur heb, bewegen we even na 45 minuten. In het mbo zie ik ook verschil tussen studenten die een bol-opleiding volgen of een bbl-opleiding. Bbl-studenten hebben alle lessen op een dag en dat merk je aan het einde van de dag aan hun energie. Hun motivatie bij Nederlands en rekenen zit hem in dat ze zo snel mogelijk hun examen willen halen, want dan krijgen ze vrijstelling.
De klassen verschillen ook in niveau en variëren van basis-kader tot leerlingen 4-havo die overgestapt zijn. Er is dus veel afwisseling, ook omdat bijvoorbeeld bij rekenen de lessen nog best individueel zijn, omdat studenten op een ander punt in de stof zitten en ook andere hiaten hebben dan weer een andere student. Maar ook omdat de opleidingen verschillen, bij Sport & Bewegen bedenk ik bijvoorbeeld opdrachten zoals uitrekenen wat de kosten voor een sportdag zijn en bij horeca gaat het dan weer over het inkoopbudget voor een restaurant en de voorraad.
Stappendoel per dag
Lokaalwissels zijn hier aan het orde van de dag. Zeker omdat ik meerdere vakken op twee verschillende opleidingen geef, loop ik weleens een kilometer tussen twee lokalen. Mijn stappendoel per dag haal ik vrijwel iedere dag. Op het Deltion zit ik in de vervangerspool waardoor ik kan kijken wat mij ligt. Tot nu toe ligt het doceren aan studenten van bol-opleidingen mij meer en heb ik een lichte voorkeur voor Nederlands. Maar voor nu heb ik zeker geen moeite met switchen.”