‘Keuzevrijheid is diep geworteld in ons onderwijssysteem’
Met een lichtgewicht Boeddhabeeld op zak trekt Peter de Rooden wekelijks langs basisscholen voor boeddhistische vorming. Hij is niet de enige: op maar liefst de helft van de openbare basisscholen wordt vormingsonderwijs aangeboden. Dat gaat niet 'over' een religie, maar is een les 'vanuit' een religie op verzoek van de ouders.
Tekst Floor de Booys - redactie Onderwijsblad - - 7 Minuten om te lezen
Vormingsonderwijs wordt aangeboden in de klassieke vorm, waarbij er wordt lesgegeven in één geloof of levensovertuiging, óf in de zogenaamde carrousel-vorm. Dan krijgen de leerlingen les in meer denominaties. Beeld: Mylene Siegers
Als het geluid van de Nepalese klankschaal is weggestorven, daalt er een fragiele stilte neer in de klas. De leerlingen van groep 7 zitten rechtop - sommigen met hun ogen dicht - allemaal de voeten stevig op de grond.
Peter de Rooden begint zijn lessen altijd met een meditatie. Al gebruikt hij dat woord niet. Hij heeft het over ‘even stil zijn’. Dat is al moeilijk genoeg. Geluiden van de gang leiden af, maar de leerlingen houden het vol. De vakleerkracht boeddhistische vorming treint - met klankschaal en lichtgewicht Boeddhabeeld in zijn rugzak - door Brabant en Zuid-Holland. “Ik geef dit jaar in totaal op zestien scholen les aan zo’n zestig groepen. Dat komt gemiddeld neer op tweeëntwintig lessen per week.”
De superkracht van een diepe wens
Vandaag geeft hij op twee Rotterdamse scholen les aan zes groepen. De leerlingen van De Olifanten, een van de drie groepen 7 van openbare basisschool Het Landje, in het centrum van de havenstad, sluiten hun schooldag met boeddhistische vorming af. Het thema van deze les is: de superkracht van een diepe wens. Op de vraag ‘wat ze later willen worden’ gaan er meteen veel vingers de lucht in. De opbrengst is een mooie mix: voetballer, nagelstylist, skater, kunstenaar, dokter.
De les gaat verder over Xuanzang, een boeddhistische monnik die in de zesde eeuw van China naar India liep om de originele teksten van Boeddha te bemachtigen. Hij liep 16 duizend kilometer in 17 jaar en doorstond talloze ontberingen voordat hij terugkeerde in China met meer dan 600 boeken in het Sanskriet. Deze vertaalde hij met hulp van een team naar het Chinees. De Rooden gebruikt dit waargebeurde verhaal als voorbeeld van het doorzettingsvermogen dat nodig is om je wensen te verwezenlijken.
Niet gelovig, wel geïnteresseerd
Leerlingen Emeline en Madelief (beiden 10 jaar) zijn van huis uit niet gelovig, maar vinden het heel interessant om over nieuwe religies te leren. “Er zijn zoveel verschillende verhalen”, constateert Madelief. Emeline vindt vooral de knutselopdrachten leuk. “Zoals het ganzenbordspel dat we nu aan het maken zijn.” (Artikel loopt door onder foto.)
Peter de Rooden: “Ik vind het contact met de leerlingen leuk. En ik leer er zelf van als ik boeddhistisch denken en leven aan kinderen uitleg.” Beeld: Mylene Siegers
Het gemak waarmee De Rooden voor de klas staat, verraadt onderwijservaring. “Ik heb jaren met veel plezier beeldende vorming gegeven op de middelbare school.” Hij stopte daarmee om te gaan wonen en werken in een boeddhistisch klooster in het noorden van het land. Na een paar jaar begon het ‘gewone’ leven toch weer aan hem te trekken. “Het geven van boeddhistisch vormingsonderwijs is voor mij nu een goede stap op mijn pad. Ik kan er veel in kwijt. Ik maak mijn eigen lesmateriaal en ik vind het contact met de leerlingen leuk. En ik leer er zelf van als ik boeddhistisch denken en leven aan kinderen uitleg.”
Op ongeveer de helft van alle openbare basisscholen wordt door 320 vakleerkrachten vormingsonderwijs in acht denominaties gegeven. Hun thuisbasis is het Centrum voor Vormingsonderwijs in Utrecht. “Per jaar krijgen ruim 50 duizend leerlingen les in protestantse, katholieke, islamitische, joodse, boeddhistische, hindoeïstische, humanistische én sinds kort ook in orthodoxe vorming”, vertelt directeur-bestuurder Esther van Vroonhoven.
Van schoolstrijd naar keuzevrijheid
“Keuzevrijheid is diep geworteld in het Nederlandse onderwijssysteem”, vervolgt zij. Daar ging een woelige periode van ‘schoolstrijd’ aan vooraf. “De Grondwet van 1848 regelde met artikel 23 de formele vrijheid van confessioneel onderwijs. Maar deze scholen moesten uit eigen middelen worden gefinancierd. De materiële vrijheid werd met de Pacificatie van 1917 grondwettelijk geregeld: openbaar en bijzonder onderwijs kregen voortaan dezelfde financiële middelen.”
Het vormingsonderwijs is daar een direct gevolg van. “Omdat ouders niet overal in Nederland konden kiezen voor een school van hun geloof of levensovertuiging, kwamen de pastoor en de dominee en later ook de imam en de pandit een keer per week naar openbare scholen toe om vormingsonderwijs te geven.”
Sinds 2014 heeft het vormingsonderwijs een eigen cao
Het vormingsonderwijs is de afgelopen decennia geprofessionaliseerd. Alle docenten hebben een onderwijsbevoegdheid, dat is sinds 2004 wettelijk verplicht. In 2013 dreigde de incidentele subsidie te stoppen, maar na een demonstratie op het Malieveld kwam er voor het vormingsonderwijs een structurele bekostiging die is vastgelegd in artikel 192 van de Wet op het primair onderwijs. Sinds 2014 heeft het vormingsonderwijs een eigen cao. Peter de Rooden is lid van de AOb. “Het inkomensverschil tussen vormings- en regulier onderwijs is kleiner geworden. Ik ben tevreden.”
Vormingsonderwijs is wat anders dan burgerschapsonderwijs
Het vormingsonderwijs blijft voor de financiering sterk afhankelijk van hoe de politieke wind waait. Het kabinet-Schoof kondigde in november 2024 aan de wettelijke regeling voor bekostiging van het vormingsonderwijs te schrappen. “Ze dachten dat het burgerschapsonderwijs was en daarvoor krijgen scholen al betaald.” Van Vroonhoven moest flink aan de bak om ervoor te zorgen dat er voor toekomstige generaties nog wel vormingsonderwijs is. “In tegenstelling tot lessen burgerschap of het vak levensbeschouwing krijgen kinderen binnen het vormingsonderwijs geen les over een religie, maar vanuit een religie op verzoek van de ouders. Vakleerkrachten brengen kinderen de tradities en waarden die bij dat geloof horen bij.”
Dankzij een amendement van Henri Bontebal (CDA) op de onderwijsbegroting werd de financiering van het vormingsonderwijs gered. Maar de regels zijn aangescherpt. Ouders moeten de lessen nu bij de scholen aanvragen. Van Vroonhoven: “Het aanvragen van deze lessen werd soms door de schoolleiding gedaan, maar de bal ligt nu écht bij de ouders.”
Ook in het vormingsonderwijs is er een lerarentekort
Op de deur van de Russisch orthodoxe kerk in Rotterdam is een poster geplakt: ‘Laat de kinderen tot mij komen’. Met deze bekende Bijbeltekst worden ouders aangespoord om op de school van hun kinderen orthodox vormingsonderwijs aan te vragen. De orthodoxe denominatie is net toegevoegd aan het vormingsonderwijs. Door de komst van migranten uit voormalige Oostbloklanden is het orthodoxe geloof populair in Nederland. Op zondag is de witte kerk met gouden spits afgeladen, in tegenstelling tot veel andere godshuizen.
Ook in het vormingsonderwijs is er een lerarentekort. “Dat merk je vooral bij de kleinere denominaties”, vertelt Van Vroonhoven.
Arti Brahmatewari kwam vijf jaar geleden via een vriendin bij het vormingsonderwijs terecht. “Het idee was voor een paar uurtjes in de maand. Ik was net terug van een paar jaar wonen in het buitenland voor het werk van mijn man. Ik wilde er eerst voor zorgen dat onze kinderen goed in Nederland zouden landen.” Maar voordat ze het wist, was ze als vakleerkracht drie dagen per week aan de slag. “Twee dagen in het Westland en één dag in de omgeving Zoetermeer. Het is best hard werken, maar ik krijg energie van de leerlingen. Ze komen met zulke mooie opmerkingen en vragen. Het heeft mijn religie een nieuwe dimensie gegeven.”
Onderzoek vormingsonderwijs: ‘Ruimte voor verbetering’
Het Verwey-Jonker Instituut deed in opdracht van het ministerie van Onderwijs onderzoek naar vormingsonderwijsaanvragen in het schooljaar 2023/2024. Daaruit blijkt dat de subsidie effectief is: ruim 95 procent van de aanvragen werd gehonoreerd. Het vormingsonderwijs wordt aangeboden in de klassieke vorm, waarbij er wordt lesgegeven in één geloof of levensovertuiging, óf in de zogenaamde carrousel vorm. Dan krijgen de leerlingen les in meer denominaties.
De onderzoekers zien ook knelpunten: ouders worden vaak onvoldoende geïnformeerd over hun keuzerecht. Dat doen scholen soms om polariserende effecten te voorkomen in situaties waarbij een groot deel van de leerlingenpopulatie tot een specifieke godsdienst behoort. Hoewel deze zorgen kunnen spelen bij diverse levensbeschouwingen, lijkt dit gevoel van ongemak en terughoudendheid van scholen vooral naar voren te komen bij scholen met een grote groep islamitische leerlingen. Ook is er sprake van een tekort aan vakleerkrachten. Scholen signaleren daarnaast verschillen in kwaliteit en continuïteit van het lesaanbod. “Er is ruimte voor verbetering en daar zetten we ook op in. Maar het rapport laat duidelijk zien dat vormingsonderwijs bijdraagt aan de ontwikkeling van leerlingen”, stelt Van Vroonhoven. In het schooljaar 2028/2029 wordt het vormingsonderwijs opnieuw door het ministerie gemonitord. “Dan worden er ook ouder-interviews aan toegevoegd. Wij gaan nu volop inzetten op de ouders.”