Het huis dat gek maakt
Het lerarentekort en de krapte op de woningmarkt vormen geen gelukkige combinatie. Gemeenten willen leraren wel binden met voorrangsregelingen, maar in de praktijk helpen ze maar een klein percentage aan woonruimte. “Ik kreeg te horen dat ik niet aan de eisen voldeed.”
Tekst Bea Ros - redactie Onderwijsblad - - 8 Minuten om te lezen
In steden waar de onderwijsbanen voor het oprapen liggen, zijn geen woningen te vinden. Beeld: Angeliek de Jonge
Anne Eiswirth trekt het niet meer. De docent Duits aan het St. Bonifatiuscollege in Utrecht pendelt al tijden heen en weer tussen drie tijdelijke woonplekken: een caravan bij Lunteren, een kamer in Utrecht (voor als het in de caravan te koud is) en de woning van haar ex in Vleuten waar ze is als ze voor haar twee kinderen zorgt. Ze schafte de schoolboeken in drievoud aan, om niet telkens alles te hoeven versjouwen.
Maar die praktische rompslomp is niet wat haar nekte. “Die onzekerheid en die perspectiefloosheid, dat vreet aan me”, vertelt ze. “Sinds eind september zit ik in de ziektewet. Ik vind het heel heftig om mijn leerlingen in de steek te laten, die krijgen nu geen Duitse les meer, want een vervanger is er niet. Maar ik moest steeds vaker huilen. Dan kun je niet meer voor de klas staan.”
Ik moest steeds vaker huilen. Dan kun je niet meer voor de klas staan
De gemeente Utrecht heeft sinds 2020 een voorrangsregeling voor mensen met ‘vitale beroepen’ (zorg, politie, onderwijs en sinds 2024 ook brandweer en kinderopvang). “We wijzen geen woningen exclusief toe, zoals vroeger met de zusterflats, maar mensen krijgen een jaar lang voorrang en daarmee meer kans om een huurwoning te krijgen”, licht een woordvoerder toe.
Anne Eiswirth pendelt al tijden heen en weer tussen drie tijdelijke woonplekken: een caravan bij Lunteren, een kamer in Utrecht (voor als het in de caravan te koud is) en de woning van haar ex in Vleuten waar ze is als ze voor haar twee kinderen zorgt. Sinds september is ze om deze reden uitgevallen, haar leerlingen van het St. Bonifatiuscollege in Utrecht hebben nu geen docent Duits meer. Beeld: Angeliek de Jonge
Eiswirth deed najaar 2024 een beroep op die regeling, maar kreeg te horen dat ze te weinig uren werkte. Haar 0,3 onderwijsaanstelling aan de Universiteit Utrecht telde niet mee - de regeling geldt alleen voor het funderend onderwijs. Ze diende bezwaar in, ook omdat ze inmiddels meer uren op school draaide. Na vier maanden kreeg ze te horen dat het aantal uren nu genoeg was, maar dat ze niet voldeed aan de eis van minimaal een jaar onzelfstandig wonen in Utrecht. Dat laatste klopte niet, want het huis van haar ex is niet meer haar huis. Maar tijdens een aangevraagde hoorzitting kreeg ze wederom nul op het rekest.
Eiswirth besloot het toen in de vrije sector te proberen. Ook omdat ze vanaf het nieuwe schooljaar 2025-2026 een aanstelling van 0,8 zou krijgen en met haar salaris van ruim 5000 euro moest het toch lukken. Wekenlang zocht ze intensief, maar tevergeefs. “De makelaar zei: ik help je en zet je bovenaan aan de lijst. Maar het werd weer niets.”
Het kan wel
Eiswirth is bepaald niet de enige die geen woning kan vinden in Utrecht. De wachttijd voor een huurwoning via een woningcorporatie is met 15-18 jaar bovengemiddeld hoog. En in de vrije sector zijn de huren torenhoog en is het aanbod klein.
In veel andere grote steden is de wachttijd iets korter, maar nog steeds te lang voor leraren die voor een baan verhuizen naar een nieuwe stad. Het wrange is: in steden waar de onderwijsbanen voor het oprapen liggen, zijn geen woningen te vinden. Het lerarentekort in de gemeente Utrecht is bovengemiddeld: in 2024 was dat in het po 9,3 procent tegenover landelijk 8,1 procent en in het vo 5,9 procent tegenover landelijk 5,5 procent. En dit wordt de komende jaren alleen maar nijpender, zeker voor de tekortvakken, waaronder Duits, het vak dat Eiswirth geeft.
Als ik ’s nachts mijn telefoon hoorde trillen, reageerde ik meteen op een vrijkomende woning
Van die mensen met vitale beroepen die hun aanvraag wel gehonoreerd zien, vindt volgens de gemeente Utrecht ongeveer de helft een woning. Eiswirths collega Edward Kierzek is een van hen. Hij woonde nog bij zijn ouders in de buurt van Amsterdam. Toen Kierzek in september 2024 een baan als leraar wiskunde aan het St. Bonifatiuscollege kreeg, schreef hij zich dan ook meteen in bij Woningnet Utrecht. “Dat bleek al snel vrij kansloos. Je staat in een wachtrij van 500 of meer woningzoekenden.”
Daarom diende hij in december een aanvraag in voor de voorrangregeling en drie maanden later kreeg hij de toekenning. Van plaats 500+ belandde hij zo opeens in de top-tien en mocht hij woningen komen bekijken. “Bij mijn vijfde bezichtiging was het raak.” Sinds begin juni 2025 woont hij in een portiekwoning in Utrecht Overvecht, 55 vierkante meter voor 759 euro. “Voor Anne met haar kinderen zou het te klein zijn, maar voor mij alleen is dat perfect. Ik ben er heel erg blij mee.”
Het zoeken naar een woning zorgt voor veel stress. Kierzek was er dag en nacht mee bezig. Letterlijk, want bij Woningnet geldt wie het eerst komt, wie het eerst maalt. “Als ik ’s nachts mijn telefoon hoorde trillen, reageerde ik meteen op een vrijkomende woning. Ik durfde niet tot de volgende ochtend te wachten.”
Wiskundeleraar Edward Kierzek heeft wel een woning in Utrecht via een voorrangsregeling. “Voor Anne met haar kinderen zou het te klein zijn, maar voor mij alleen is dat perfect. Ik ben er heel erg blij mee.” Beeld: Angeliek de Jonge
Gemeente hanteert strenge eisen
Eiswirth is blij voor haar collega, maar vindt dat de gemeente Utrecht tekortschiet. Zo is het voor leraren ongelukkig dat de voorrangregeling per kalenderjaar loopt en niet per schooljaar. “Tijdens de hoorzitting zei de jurist van de gemeente: Ook al had je aan alle voorwaarden voldaan, dan hadden we je aanvraag nog niet kunnen honoreren, omdat de limiet al was bereikt.” Jaarlijks honoreert de gemeente namelijk maximaal 350 aanvragen. “Die waren in april al vergeven. Maar als leraar weet je pas in mei wat je aanstelling wordt, dus of je qua uren voldoet aan de eisen. Je kunt niet in het midden van het schooljaar naar je baas gaan en zeggen: ik moet 0,1 fte meer hebben, anders heb ik geen recht op een huis. Zo werkt dat niet.”
De gemeente zou een aantal plekken voor leraren kunnen oormerken, stelt Eiswirth. Dat gaat niet gebeuren, laat de Utrechtse woordvoerder weten. Vanaf januari 2026 kunnen mensen weer aanvragen, maar onder dezelfde, zoals de gemeente zelf zegt ‘relatief strenge eisen’: “We breiden de regeling niet verder uit, want elke nieuwe beroepsgroep vergroot het probleem van woningschaarste voor inwoners zonder beroepenvoorrang.”
Dan maar naar Almelo
Eenzelfde geluid is te horen in Amsterdam. ‘In Amsterdam is de kans groter dat je de loterij wint dan dat je - zonder urgentie of voorrang - een sociale huurwoning van een corporatie toegewezen krijgt’, heette het in het in mei ingediende volksinitiatief ‘Eerlijke kansen voor sociale huurwoningen’. Van de gemiddeld 8000 vrijkomende zelfstandige sociale huurwoningen van corporaties worden er in de hoofdstad jaarlijks slechts 20 aangeboden aan mensen zonder voorrang of urgentie. Ter vergelijking: in 2022 vonden hier 39 leraren een woning, dat is 19 procent van de ruim 200 leraren die zich hadden aangemeld voor de beroepenregeling.
De gemeenteraad was het eens met het volksinitiatief dat dat niet eerlijk is. Dus hoewel de per 1 januari 2024 aangepaste Huisvestingswet gemeenten ruimere bevoegdheden geeft om huurwoningen en nieuwbouwkoopwoningen bindend toe te wijzen aan urgentiegroepen, zijn ze hierin door de enorme krapte op de woningmarkt terughoudend.
Dat noopt woningzoekende leraren als Eiswirth dus tot andere keuzes. Hoewel ze Utrecht een fijne stad vindt en het op haar school enorm naar haar zin heeft, besloot ze om haar zoekradius fors te verruimen. Ze heeft inmiddels de sleutel van een eengezinswoning in Almelo op zak en ook al aanbiedingen van scholen in deze stad. “Soms twijfel ik nog weleens of ik toch in januari niet een nieuwe poging moet wagen en een aanvraag moet doen op de beroepenregeling. Maar dan denk ik weer: nee, dat betekent weer onrust en onzekerheid.”
Soorten regelingen
Behalve urgentie toekennen zijn er meer manieren waarop gemeenten mensen met sleutelberoepen tegemoet komen. Zo probeert de gemeente Eindhoven met ontwikkelaren tot maatwerkafspraken te komen over het reserveren van woningen voor onder andere leraren. Zoals de gemeente schrijft in haar raadsbrief van 7 oktober 2025: ‘We zijn afhankelijk van de bereidheid van de ontwikkelaars en kunnen dit niet afdwingen.’ Tot nu toe zegden ontwikkelaars bij drie projecten toe zich hiervoor in te spannen (Groot Hartje in het Stadionkwartier, Glasgebouw op Strijp-S en het Vonderparkkwartier). Nadeel is wel dat deze woningen nog in aanbouw zijn, dus niet direct op de markt.
In de gemeente Haarlem liep van 2023-2025 een pilot waarbij ze veertig huurwoningen reserveerde voor mensen uit zorg, onderwijs en kinderopvang. Deze wordt momenteel geëvalueerd, waarna de gemeente beslist of ze er al dan niet mee doorgaat.
De gemeente Utrecht startte begin 2025 een pilot waarbij woningcorporatie Woonin in een aantal flats in Overvecht woonruimte beschikbaar stelt aan leraren uit het po met (uitzicht op) een vast contract. Het gaat om gedeeld wonen: de bewoners delen badkamer, keuken en woonkamer. ‘We willen hiermee ervaring opdoen met ander methoden voor woonoplossingen voor vitale beroepen’, aldus de Utrechtse woordvoerder.