Groei thuisonderwijs zet leerplicht onder druk
Steeds meer kinderen zijn vrijgesteld van de leerplicht vanwege de levensovertuiging van hun ouders. De opmars van thuisonderwijs baart critici zorgen. "Er is nu geen instantie die zicht heeft op deze groep."
Tekst Arno Kersten - Redactie Onderwijsblad - - 12 Minuten om te lezen
Beeld: Typetank. Het meisje in de illustraties stond model, ze gaat zelf met veel plezier naar school.
Haar moeder overleed terwijl ze zwanger was. En haar zoontje kwam vervolgens ter wereld tijdens de coronapandemie, toen de wereld op slot ging. “Die gebeurtenissen maakten dat ik anders tegen het leven ging aankijken en me afvroeg: wat vind ik écht belangrijk voor ons kind”, vertelt Sayra Aarts-Derksen uit Gouda aan de telefoon. Onderwijs op een manier die bij hem past en aansluit bij zijn interesses. Met ruimte voor onderwerpen die ze mist op een reguliere school en aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling. “Levensvaardigheden zoals koken, maar ook omgaan met tegenslagen.” Veel waarde hecht ze aan mindset-training, een vorm van mentale en spirituele ontwikkeling, waarover ze gastlessen geeft op scholen. In haar thuisonderwijs-programma speelt “ervaringsgericht leren” een prominente rol. “Je kunt de twaalf provincies leren uit de atlas. Wij gaan elke maand een weekendje op pad naar een provinciehoofdstad, dan mag hij de route uitstippelen. Ik geloof oprecht dat je van ervaringen meer leert dan uit een boekje in een klaslokaal.”
Ik geloof oprecht dat je van ervaringen meer leert dan uit een boekje in een klaslokaal
In het Culemborgse gezin van Iris van Meer en haar man krijgen nu drie kinderen thuisonderwijs, de vierde en jongste over een tijdje ook, zo is de bedoeling. Het beste leren kinderen in haar ogen door ervaringen op te doen, dingen te zien en te beleven. Van uitstapjes en museumbezoeken tot werken in de moestuin en kokkerellen. ’s Ochtends na het ontbijt gaan ze eerst aan de schoolse taken. “Daar werken ze op eigen tempo doorheen, met hulp van ons waar nodig. Met anderhalf tot twee uur per dag ben je er dan wel, omdat ze veel meer één op één instructie krijgen”, aldus Van Meer. “Zoiets als spelling, dat leer je niet echt door veel in een museum rond te rennen. Dat is wel gewoon een kwestie van veel oefenen.”
(Het artikel gaat verder onder de illustratie)
Beeld: Typetank
Gestage groei
Nederland telt steeds meer kinderen die niet naar school gaan omdat hun ouders een beroep doen op artikel 5b van de leerplichtwet. Dat maakt een vrijstelling van de inschrijvingsplicht mogelijk als er binnen een redelijke afstand geen school te vinden is die past bij de geloofs- of levensovertuiging. Voorwaarde is dat ouders uiterlijk een maand voor de leerplichtige leeftijd van vijf jaar hun beroep - een zogenoemde kennisgeving - bij de gemeente indienen en dat een kind nog nergens als leerling ingeschreven staat. De leerplichtambtenaar beoordeelt of het ‘richtingsbezwaar’ aan de wet voldoet; een vrijstelling geldt steeds voor een jaar.
Hoewel het om een relatief kleine groep gaat, is er wel iets opmerkelijks aan de hand: het aantal zogenoemde ‘5b-vrijstellingen’ neemt al lange tijd elk jaar toe. Cijfers tonen een gestage groei van 813 in 2016/17 naar 2.475 in 2023/24. “Dat is inderdaad heel opvallend. Wij maken ons daar zorgen over”, reageert Corien van Starkenburg, bestuurder van kenniscentrum en beroepsvereniging Ingrado, die leerplichtambtenaren vertegenwoordigt. De meestgenoemde richting bij een beroep op deze vrijstelling is ‘holistisch’, zo bleek uit een peiling die de vereniging in 2023 uitvoerde onder leerplichtorganisaties, gevolgd door christelijk, islamitisch en soeverein. Overigens is in lang niet alle gevallen een levensovertuiging bekend of vastgelegd.
De meeste ouders zullen een plan van aanpak hebben, maar dat wéten we niet
De huidige leerplichtwet bepaalt alleen dat een kind met een vrijstelling niet meer naar school hoeft. Daar houdt het bij op. “Er is nu geen instantie die zicht heeft op deze groep. We weten niet of ze daadwerkelijk thuisonderwijs krijgen, of dat van voldoende kwaliteit is, of er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. De meeste ouders zullen een plan van aanpak hebben, maar dat wéten we niet. En elk kind dat geen goed onderwijs krijgt, is er één teveel.”
Schrijnende voorbeelden
Een poging om zoveel mogelijk kinderen in beeld te brengen ondernam het samenwerkingsverband voor passend onderwijs in Almere een paar jaar terug. In Stedenwijk, een gedeelte van Almere Stad, kwamen ze uit op 150 kinderen en jongeren in de leerplichtige leeftijd die om welke reden dan ook niet naar school gingen. Dat bleek geen eenvoudige opgave, vertelt bestuurder Tijl Koenderink. Stap voor stap pelden ze de lijst af: hier zoveel thuiszitters, daar zoveel kinderen in de dagopvang. Wat ook bleek: 45 kinderen waren tussen vier en vijf jaar. “Dan ben je nog niet leerplichtig, dus volgens ons systeem is daar nog niks mis. Maar als een ouder een kind van vier niet naar school brengt, dan is daar natuurlijk wel iets aan de hand.”
Sociale media spelen hierbij een rol. Online influencers waarschuwen op hun kanalen voor prikkelrijke plofklassen, leerlingen die zouden ondersneeuwen of een doorgeschoten prestatiecultuur. Met veel flair dragen ze ‘homeschooling’ aan als een prima alternatief. Dat iemand met vier jaar wettelijk nog niet naar school hoeft, is een boodschap die op Instagram en Facebook veel wordt gedeeld door thuisonderwijzende moeders. Ze waarschuwen: staat je kind eenmaal als leerling ingeschreven, dan is de kans op een vrijstelling op levensbeschouwelijke gronden verkeken.
@Eenmooigezin
Iris van Meer: “Ik heb veel respect voor het vak van leerkracht en ik zeg niet dat heel Nederland aan thuisonderwijs moet. Maar ik spreek bijna dagelijks radeloze mensen die zeggen: mijn zoon of dochter loopt helemaal vast in het schoolsysteem, wordt enorm gepest, ziet het niet meer zitten, ga zo maar door. Die kunnen geen vrijstelling meer krijgen, want ze hebben hun kind al ingeschreven. Daarom laat ik op social media zien dat thuisonderwijs ook een optie is. Voor als mensen aan hun theewater aanvoelen: misschien gaat school gewoon niet passen.”
“Je hoeft weinig moeite te doen om op internet ouders te vinden die je vertellen welke routes je precies kunt volgen”, aldus Koenderink. Thuisonderwijs hoeft in zijn ogen niet per se slecht te zijn, Amerikaans onderzoek naar ‘homeschooling’ laat zien dat de meeste jongeren er redelijk goed doorheen komen. Wel vreest hij dat het kansenongelijkheid in de hand werkt. Hoger opgeleide ouders weten vaak beter de weg te vinden en kunnen makkelijker extra ondersteuning betalen. Ook vraagt hij zich af of ouders altijd overzien wat die stap met zich meebrengt. Hij kent de uitwassen waartoe het in extreme gevallen kan leiden. Koenderink: “Ik heb een kind meegemaakt dat op zijn elfde nog functioneel analfabeet was, omdat hij in de woorden van de ouders zich nog niet klaar voelde om aan het leerproces te beginnen. Dat is geen grijs gebied meer, dat vind ik best een heftige mate van verwaarlozing.”
Tegelijkertijd kan hij ook begrip voor ouders opbrengen. In een vorige baan was Koenderink betrokken bij het opzetten van een opvanglocatie voor hoogbegaafde thuiszitters die op school waren vastgelopen. Daar zag hij schrijnende voorbeelden van doodongelukkige jongeren doordat het onderwijssysteem niet kon bieden wat ze nodig hadden. “Er is soms een mismatch en dan kan school juist de reden worden dat ze het vertrouwen verliezen in hun toekomst.”
(Het artikel gaat verder onder de illustratie)
Beeld: Typetank
Intervisiegesprekken
Gepaard met de groeiende populariteit van thuisonderwijs gaat een levendig aanbod aan hulp. Er zijn ondernemende influencers en online communities die - al dan niet betaald - lesplannen, masterclasses of workshops aanbieden. Ook particuliere scholen proberen met speciale arrangementen voor ‘vrijgestelden’ in een behoefte te voorzien. Die zogenoemde B3-scholen staan wel onder toezicht van de Onderwijsinspectie, maar worden niet bekostigd door de overheid. Ouders kunnen ervoor kiezen om hun kind één of een paar dagen per week naar zo’n school te laten gaan, zonder dat ze als leerling worden geregistreerd. De inspectie is bekend met dit fenomeen, laat een woordvoerder weten. “Voor zover leerlingen niet zijn ingeschreven bij een school, vallen zij buiten het toezicht van de inspectie.”
Thuisonderwijzende ouders zoeken vooral steun en gezelschap bij elkaar. Het grootste niet-commerciële netwerk biedt de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO), die onlangs haar 25-jarige jubileum vierde. Vrijwilligers van de organisatie onderhouden contacten met het ministerie, politieke partijen en uitgeverijen van lesmateriaal. Het ledenbestand telt naar eigen zeggen ruim twaalfhonderd aangesloten gezinnen, waarvan pakweg 80 procent in de 5b-categorie valt. Ze zoeken onderling contact om bijvoorbeeld samen activiteiten te ondernemen. “Op pad met een boswachter of met een groep naar het Archeon. Het is eigenlijk een hele grote klas. De klasgenoten wonen alleen niet hier in onze omgeving, maar in Almere, Utrecht of Amsterdam”, aldus vicevoorzitter Josien van Putten.
Als ouder heb je veel zicht op je kind, maar je kunt soms ook ergens een blinde vlek voor hebben
Zelf geeft ze, moeder van twee, inmiddels ruim dertien jaar thuisonderwijs. Vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch komt er veel bij kijken, weet ze. Hoe behandel je de lesstof, hoe beheers je de vakinhoud, hoe wéét je precies of je kind zich voldoende ontwikkelt? In veel gevallen is er ondersteuning uit de directe omgeving, via familie, buren of bevriende docenten. Van Putten wijst daarnaast op de intervisiegesprekken die haar vereniging op touw zet. “Mijn eigen groep komt eens in de twee maanden bij elkaar om een casus te bespreken. Dat is altijd erg leerzaam. Als ouder heb je veel zicht op je kind, maar je kunt soms ook ergens een blinde vlek voor hebben. Thuisonderwijs is een grote verantwoordelijkheid, zo voelen mensen dat.”
Vrijstellingen
Vrijstellingen 5a, 5b en 5c In Nederland gaan de meeste kinderen vanaf 4 jaar school. Van 5 tot 16 jaar is dat verplicht, maar de leerplichtwet uit 1969 kent wel een paar uitzonderingen. Als een kind niet naar school kan vanwege een ingrijpende lichamelijke of psychische beperking, kan hij of zij op basis van artikel 5a vrijgesteld worden. Daarbij wordt altijd een onafhankelijke arts betrokken. Ouders met een religieuze of levensbeschouwelijke oriëntatie zonder school in de buurt die daarbij aansluit, kunnen een beroep doen op artikel 5b. Artikel 5c is van toepassing op kinderen die bij een Nederlandse gemeente staan ingeschreven, maar die in het buitenland naar school gaan.
Willekeur
Ook op juridisch front staat er een peloton aan raadgevers klaar, van ervaren doe-het-zelvers tot gespecialiseerde adviesbureaus. Vrees voor grote klassen of afkeer van prestatiedruk is op zichzelf nog geen grond voor een vrijstelling op grond van artikel 5b. Die moet zijn gestoeld op een ‘welbepaalde’ godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, oftewel een richtingsbezwaar. Maar de handhaving van dit artikel brengt in de praktijk veel obstakels met zich mee. Want hoe controleer je zoiets persoonlijks? De overheid kan niet zomaar achter de voordeur kijken.
“Deze vrijstelling is inderdaad heel lastig te beoordelen”, beaamt Ingrado-bestuurder Van Starkenburg. "Wat we ook wel zien, is dat ouders een beroep op deze vrijstelling doen vanwege de inrichting van het onderwijs.” Twee leerplichtambtenaren die het Onderwijsblad ter achtergrond sprak, onderschrijven dat. Ze ervaren dat sommige ouders artikel 5b inzetten omdat ze geen school in de buurt goed genoeg vinden en hun kind liever zelf les geven. Het is vaak moeilijk aan te tonen en bovendien gaan gemeenten in de praktijk heel verschillend om met de uitvoering van de wet, wat leidt tot willekeur. Het Openbaar Ministerie, dat in beeld komt om naleving van de leerplicht via de rechter af te dwingen, besloot vorig voorjaar mede daarom voortaan geen ouders meer te vervolgen.
Geen van de drie thuisonderwijzende moeders in dit verhaal wil er zelf iets over kwijt, althans niet on the record. “Ik adviseer mensen om heel goed na te denken voordat ze hierover in het openbaar uitlatingen doen”, aldus Van Putten. “Het enige antwoord dat ik daarop kan geven, is dat er geen school op redelijke afstand is die aansluit bij onze levensovertuiging. Wat die levensovertuiging is, gaat verder niemand iets aan”, aldus Van Meer.
@Speelenbeweegschool
Sayra Aarts-Derksen: “Via Insta heb ik zoveel gelijkgestemden leren kennen en dan zie je dat je echt niet de enige bent. Al die online contacten zijn uitgegroeid tot een grote community waar naast gezinnen ook docenten, onderwijskundigen en kindercoaches bij betrokken zijn die helpen om lessen te ontwikkelen. We komen elke week bijeen om samen ervaringsgericht te leren en ontdekken.”
Huisonderwijs
De leerplichtwet is op dit punt achterhaald en dringend aan vernieuwing toe, luidt de algemene consensus. Dat vindt ook demissionair staatssecretaris Koen Becking (VVD), die zich zorgen maakt over de aanwas van vrijstellingen. In een brief aan de Tweede Kamer schetste hij eind december twee toekomstscenario’s. De eerste mogelijkheid is thuisonderwijs erkennen als recht voor alle ouders mét een vorm van inspectietoezicht, zoals dat bijvoorbeeld bij de zuiderburen is geregeld. In Vlaanderen krijgen meer dan 5600 kinderen en jongeren ‘huisonderwijs’; het aantal groeide daar de afgelopen jaren sterk. Maar volgens de staatssecretaris is het organiseren van toezicht ‘ingewikkeld, kwetsbaar en duur’. Ook benoemt hij nadrukkelijk de ‘socialisatiefunctie’ als een fundamenteel onderdeel van onderwijs op school. De andere variant, die Becking juridisch wil verkennen, is deze vrijstelling simpelweg uit de wet schrappen. Hij laat het aan een volgend kabinet om knopen door te hakken.
Onderwijs is een récht van het kind
“Het is niet wenselijk dat kinderen helemaal bij instanties uit beeld raken”, zegt onderwijswethouder Nienke Nieuwenhuizen (CDA) van Almere. “Ik ben niet alleen wethouder, maar ook moeder. Ik kan me heel goed voorstellen wat het met je doet als je je zulke grote zorgen maakt over de toekomst van je kind.” Ze pleit voor betere samenwerking op het snijvlak van onderwijs en jeugdzorg, overlappende beleidsterreinen in haar portefeuille. Dat kan voor sommige leerlingen het verschil maken. Bij de overheid zelf ligt ook een taak: het tanende vertrouwen van burgers terugwinnen. “Instanties zijn geen honderd procent-garantie op succes, dat heeft de toeslagenaffaire laten zien. Onderwijs is een récht van het kind.”
De toename van vrijstellingen is een maatschappelijk signaal en daarom moeten we ook met een kritisch oog naar het onderwijssysteem durven kijken, zegt Ingrado-bestuurder Van Starkenburg. “Maar scholen blijven in mijn ogen wel een hele belangrijke plek om te leren, met professionals die ervoor zijn opgeleid. Een gemeenschap om anderen te ontmoeten en samen te groeien.”